Verdienmodel aardbevingsschade Groningen: 80.000 euro schade, 440.000 gedeclareerd

Het beoordelen van aardbevingsschade in Groningen en Drenthe is uitgegroeid tot een lucratief verdienmodel voor commerciële bureaus. Uit onderzoek van Follow the Money blijkt dat een groot gedeelte van het geld dat de overheid uitkeert verdwijnt richting deze bureaus. Zo declareerde een schadebureau voor een dossier van 80.000 euro uiteindelijk 440.000 euro bij de overheid. Dat voorbeeld staat niet op zichzelf, maar past in een bredere ontwikkeling. Sinds de start van de schadevergoedingen rond 2018 zijn de kosten fors opgelopen. Volgens het onderzoek profiteren bureaus hierbij van de ingewikkelde procedures waar bewoners mee te maken krijgen.
De aardbevingen door gaswinning hebben geleid tot tienduizenden schademeldingen. Bewoners moeten vaak langdurige procedures doorlopen om compensatie te krijgen. In die periode is een hele sector ontstaan van bureaus die zich richten op schadebeoordeling en begeleiding. Die partijen verdienen aan het proces zelf.
Volgens het onderzoek lopen de kosten van schadeafhandeling in de miljarden. Naast de daadwerkelijke schadevergoedingen gaan ook grote bedragen naar advies, rapporten en begeleiding. Dat maakt het systeem niet alleen duur, maar ook complex voor bewoners.
Sinds 2018 zijn de bedragen sterk opgelopen. Vier grote schadebureaus ontvingen in de periode 2018 tot en met 2025 samen ruim 577 miljoen euro van het Instituut Mijnbouwschade Groningen. Dat geld is afkomstig uit publieke middelen. Controle op de besteding daarvan was er volgens het onderzoek nauwelijks.
Miljoenen per bureau en duizenden per rapport
De inkomsten per dossier kunnen flink oplopen. Uit een evaluatie blijkt dat één rapport gemiddeld 7.225 euro opleverde voor een schadebureau. Bij duizenden dossiers betekent dit al snel miljoenen aan inkomsten.
De betrokken bureaus, waaronder 10BE, CED en andere partijen, hebben volgens hun jaarverslagen allemaal miljoenen ontvangen. De werkzaamheden bestaan uit het opnemen van schade en het opstellen van rapporten. Op basis daarvan wordt bepaald hoeveel bewoners uitgekeerd krijgen.
Doordat veel bewoners afhankelijk zijn van deze rapporten, hebben de bureaus een sterke positie. Zij bepalen in belangrijke mate hoe een claim wordt beoordeeld. Dat maakt hun rol cruciaal binnen het systeem.
Verdienmodel rond schadeclaims
Schadebureaus spelen een centrale rol in het traject. Zij stellen rapporten op en begeleiden bewoners bij hun aanvraag. Veel mensen schakelen deze bureaus in omdat de regels ingewikkeld zijn.
De vergoeding voor deze diensten kan flink oplopen. Sommige bureaus werken met vaste tarieven, andere met percentages van de schadevergoeding. Daardoor ontstaat een directe link tussen de hoogte van de schade en de inkomsten van het bureau.
Het onderzoek laat zien dat deze prikkel invloed kan hebben op het proces. Hoe uitgebreider een dossier en hoe langer de procedure, hoe meer er verdiend kan worden. Dat maakt het systeem gevoelig voor oplopende kosten en inefficiëntie.
Complex en kostbaar systeem
Voor bewoners betekent dit een lastig en lang traject. Zij hebben te maken met schade aan hun woning en moeten tegelijk door een bureaucratisch proces. Dat vraagt tijd en kennis.
Het systeem van schadeafhandeling is volgens het onderzoek ingewikkeld ingericht. Daardoor ontstaat ruimte voor tussenpersonen die het proces overnemen. Deze ontwikkeling heeft geleid tot een groeiende industrie rond schadeclaims.
Tegelijk zorgt dit voor extra kosten. Niet alleen de schade zelf wordt vergoed, maar ook de begeleiding en expertise daaromheen. Dat maakt de totale uitgaven van gemeenschapsgeld veel hoger.
De hoge bedragen leiden tot kritiek op de aanpak. Er zijn zorgen dat het systeem niet efficiënt is ingericht. De combinatie van complexe regels en commerciële belangen maakt het moeilijk beheersbaar.



















































