Spaanse linkse oud-premier in centrum van corruptieschandaal rond coronageld

De Spaanse oud-premier José Luis Rodríguez Zapatero staat in het centrum van een steeds groter politiek en juridisch schandaal. De zaak draait om Plus Ultra, een kleine luchtvaartmaatschappij die in 2021 een staatsredding van 53 miljoen euro kreeg tijdens de coronaperiode. Wat begon als discussie over publieke steun aan een bedrijf, is uitgegroeid tot een onderzoek naar politieke invloed, internationale geldstromen en mogelijke witwasstructuren. Zapatero ontkent dat hij iets verkeerd heeft gedaan, meldt El Debate.
Zapatero was premier van Spanje tussen 2004 en 2011. Hij kwam aan de macht na de aanslagen op de treinen in Madrid op 11 maart 2004. Daarna groeide hij uit tot een van de belangrijkste gezichten van Spaans centrumlinks. Ook na zijn premierschap bleef hij internationaal actief, onder meer als bemiddelaar en politiek gesprekspartner in Ibero-Amerika en rond Venezuela.
Reddingspakket onder vuur
De oorsprong van de zaak ligt bij de staatssteun voor Plus Ultra. Die steun werd toegekend via SEPI, een Spaanse staatsholding die strategische publieke investeringen en noodsteun aan bedrijven beheert. Critici vroegen zich al snel af waarom juist deze kleine maatschappij zoveel steun kreeg. Plus Ultra had maar een klein aandeel in de Spaanse luchtvaartsector.
Daarbij speelde ook mee dat aandeelhouders van de maatschappij banden met Venezuela zouden hebben. Volgens gerechtelijke stukken onderzoekt rechter José Luis Calama van het Spaanse Nationale Hof mogelijke internationale structuren. Die zouden betrokken kunnen zijn bij witwassen en complexe financiële verplaatsingen via meerdere landen. Het onderzoek raakt onder meer Spanje, Frankrijk en Zwitserland.
Mogelijke ‘parallelle bank’
In de gerechtelijke stukken worden zakenman Luis Felipe Baca Arbulu en de Nederlander Simon Leendert Verhoeven genoemd. Volgens onderzoekers zou een netwerk grote geldbedragen hebben verwerkt uit meerdere bronnen. Het geld zou via financiële kanalen en tussenbedrijven zijn verplaatst. Daarna zou het opnieuw zijn verdeeld via constructies die de herkomst moesten verbergen.
Spaanse justitiële stukken omschrijven het mechanisme volgens de berichtgeving als een soort ‘parallel bankieren’ of ‘pseudo-bank’. Ook de Venezolaanse zakenman Rodolfo Reyes speelt een rol in het onderzoek. Hij wordt genoemd als aandeelhouder met banden met Plus Ultra. Onderzoekers bekijken of geld dat met de luchtvaartmaatschappij verband houdt, kort na aankomst in Spanje werd doorgestuurd naar tussenbedrijven.
Doorzoekingen bij Zapatero
De internationale kant van de zaak werd groter toen informatie uit onderzoeken van Amerikaanse diensten werd toegevoegd. Die diensten werkten aan grensoverschrijdende financiële misdrijven. Later doorzochten Spaanse financiële rechercheurs kantoren die aan Zapatero worden gelinkt.
Daarbij namen zij computers, mobiele telefoons, harde schijven, notitieboeken en grote hoeveelheden documenten in beslag. Ook werden e-mailaccounts en digitale archieven gekopieerd. Politierapporten zouden digitale sporen hebben gevonden tussen sommige kantoorsystemen en infrastructuur die gelinkt is aan de Spaanse Socialistische Partij. Onderzoekers bekijken of er overlap was tussen privéactiviteiten en politieke structuren. Conclusies zijn daarover nog niet getrokken.
Delen van het onderzoek blijven geheim. Ook wordt nog veel digitaal bewijs onderzocht. Daarmee is de Plus Ultra-zaak nog lang niet afgerond. Wel is duidelijk dat het onderzoek inmiddels veel verder gaat dan alleen een omstreden reddingspakket voor een luchtvaartmaatschappij.




















































