Wie ideologie verwart met wetenschap, tornt aan de academische vrijheid

Voor wie denkt dat universitair onderwijs en onderzoek vooral een kwestie van genoeg geld is, weigert zijn ogen te openen. Natuurlijk speelt geld een rol. Maar wie alleen naar de begroting wijst, kijkt bewust weg van een probleem dat veel fundamenteler is: een academische cultuur waarin één morele c.q. politieke overtuiging de toon zet, en andersdenkenden steeds minder lucht krijgen.
We zien het in aanstellingsbeleid bij sociale en geesteswetenschappen, in subsidies, zowel nationaal als internationaal, in vacatureteksten die niet langer beginnen bij objectiviteit en waarheidsvinding, maar bij het “bestrijden van ongelijkheid”, “dekoloniale perspectieven, "mensenrechten” en “activisme”. In het kader van academische vrijheid is er niks mis met die thema’s op zichzelf, maar wel als ze de toegangspoort worden tot een academische carrière. Dan is wetenschap geen middel tot objectiviteit en waarheidsvinding, maar een verlengstuk van ideologie. Een ideologie waarbinnen het salonfähig is antiwesters te zijn en waar markteconomie slecht is. De academie moet dan vooral een veilige werkomgeving zijn waar diversiteit en inclusie gewaarborgd is door het bijhouden van de verschillende identiteitscategorieën. Dat terwijl wetenschap juist gaat om kritisch denken en het gefundeerd betwisten van opvattingen. Ook als die algemeen geaccepteerd zijn. Helaas is veiligheid, inclusie en diversiteit tot hoogste wet verheven waar niet op ingeboet mag worden.



















































