Steeds meer afgewezen asielzoekers blijven vastzitten in België

Het aantal asielzoekers dat wordt uitgesloten van bescherming vanwege ernstige misdrijven in het land van herkomst is in België sterk toegenomen. In tien jaar tijd is dit aantal vertienvoudigd. Deze groep verliest het recht op asiel en verblijf, maar kan vaak niet worden uitgezet. Tegelijk blijkt vervolging in België moeilijk. Daardoor ontstaat een groeiende groep mensen die in een juridisch vacuüm terechtkomt.
De toename blijkt ook uit cijfers van het federaal parket. In 2025 werden 83 nieuwe onderzoeken geopend naar schendingen van het internationaal humanitair recht. In 2024 waren dat er nog 33. Eind 2025 liepen er in totaal 203 dossiers. Het gaat om verdenkingen van genocide, misdaden tegen de mensheid en oorlogsmisdaden, meldt De Standaard.
De stijging hangt samen met een toename van uitsluitingen door het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen. Deze instantie beoordeelt asielaanvragen. Personen die betrokken zouden zijn bij ernstige misdrijven worden uitgesloten van bescherming. Daarmee verliezen zij hun recht op asiel en een verblijfsvergunning. De grootste groepen komen uit landen als Afghanistan, Eritrea en Syrië.
Hoewel deze mensen geen recht hebben op verblijf, kunnen zij vaak niet worden uitgezet. Terugkeer naar het land van herkomst zou volgens de regels kunnen leiden tot vervolging of onmenselijke behandeling. Dat maakt uitzetting juridisch vrijwel onmogelijk. Hierdoor blijven zij in België zonder officiële status. Ook vervolging in België blijkt lastig. Het verzamelen van bewijs is vaak ingewikkeld. Getuigen en documenten ontbreken regelmatig.
Daarnaast werken herkomstlanden vaak niet mee aan onderzoek of uitlevering. Volgens berichten zet de Belgische overheid onvoldoende druk om die medewerking af te dwingen.















































