Econoom waarschuwt: prijsstijging boodschappen nog lang niet voorbij

De inflatie in Nederland is in april uitgekomen op 2,8 procent. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Hoewel de stijging beperkt lijkt, waarschuwen economen dat er weinig reden is voor optimisme. Vooral de prijzen in de supermarkt kunnen de komende maanden flink oplopen. De inflatie ligt iets hoger dan in maart, toen het cijfer op 2,7 procent stond. De toename wordt vooral veroorzaakt door hogere energie- en brandstofprijzen. Voedingsmiddelen, dranken en tabak stegen minder hard dan een maand eerder, maar dat beeld kan snel veranderen.
Econoom Martin Visser plaatst de cijfers in perspectief. Volgens hem lijkt de huidige inflatie relatief laag omdat Nederland recent nog veel hogere percentages kende. Toch is het volgens hem misleidend om dat als normaal te zien. “Maar laat even duidelijk zijn: 2,8% prijsstijging is niet normaal.”
Hij wijst erop dat de Europese streefwaarde rond de 2 procent ligt. “Dan denk je: ik zit maar een procentje boven, maar als je dat elke keer weer krijgt, dan tikt het toch aan. En het punt is vooral: hij loopt weer op.” Volgens Visser is de huidige situatie eerder een voorbode van verdere prijsstijgingen.
De stijgende energieprijzen spelen een centrale rol. Volgens Visser werken deze kosten geleidelijk door in vrijwel alle sectoren van de economie. Hij spreekt van een kettingreactie. “Er komt een soort treintje op gang. Het is echt een olievlek door de economie.”
De impact is op sommige plekken direct zichtbaar. Brandstofprijzen volgen snel de ontwikkelingen op de oliemarkt. Andere effecten komen later. Zo worden kunstmestprijzen beïnvloed door gasprijzen, wat uiteindelijk leidt tot duurdere landbouwproducten. Volgens Visser duurt het bij voedingsmiddelen vaak zes tot twaalf maanden voordat prijsstijgingen volledig zichtbaar zijn. “Met name voedingsmiddelen: daar wordt verwacht dat ergens tussen de zes en twaalf maanden allerlei producten ook duurder zijn geworden.”
De onzekerheid op de energiemarkt wordt versterkt door internationale spanningen. Visser wijst specifiek op de Straat van Hormuz, een belangrijke doorgang voor olie. Problemen in die regio kunnen direct gevolgen hebben voor de energieprijzen wereldwijd.
Die stijgingen werken vervolgens door naar transport, verpakkingen en productie. Ook hogere lonen dragen bij aan de prijsdruk. Bedrijven berekenen die kosten uiteindelijk door aan consumenten. Volgens Visser is verdere prijsstijging moeilijk te vermijden. “Dus in die zin zie ik dat als een opmaat naar iets wat nog komen gaat, en dat met name ook boodschappen op een gegeven moment een stuk duurder gaan worden. Het is onvermijdelijk.”






















































