Spreidingswet kan snel tot dwang leiden bij weigerende gemeenten: 'We gaan je dwingen'

Gemeenten die weigeren opvangplekken voor asielzoekers te regelen, kunnen mogelijk sneller met dwang te maken krijgen dan vaak wordt gedacht. Dat zei politiek verslaggever Floor Bremer in In De Kantine. Volgens haar werkt de spreidingswet als een escalatieladder. In Den Haag zou achter de schermen al worden gedacht aan ingrijpen deze zomer of kort daarna.
Bremer legde uit dat de wet stap voor stap richting dwang kan gaan. Eerst krijgen provincies een taak opgelegd. Zij horen hoeveel asielzoekers zij moeten opvangen. Daarna moeten zij die aantallen verdelen onder gemeenten. Daarbij is nog enige ruimte om te schuiven.
Gemeenten kunnen nog uitruilen
Volgens Bremer kunnen gemeenten in die eerste fase onderling afspraken maken. Zij kunnen bijvoorbeeld rekening houden met opvang van Oekraïners of statushouders. 'Gemeenten kunnen nog een beetje uitruilen, bijvoorbeeld als jij Oekraïners opvangt of statushouders. Daar kun je een beetje mee schuiven. Nou goed, uiteindelijk is dat dan allemaal geregeld.'
Als gemeenten daarna nog altijd weigeren, komt het kabinet in beeld. Dan volgt eerst een brief. Volgens Bremer is dat de derde stap op de ladder. Als dat niets oplevert, krijgen gemeenten een uitnodiging om op het ministerie te komen praten. Ook dat is nog een poging om zonder harde dwang tot een oplossing te komen.
Maar daarna kan de toon veranderen. Bremer schetst wat er kan gebeuren als een gemeente blijft weigeren. 'Dan kan Bart van der Brink langskomen en zeggen: jammer, je hebt je kans gehad om het zelf te doen, wij gaan je nu dwingen daartoe.' Volgens haar wordt in Den Haag gezegd dat die stap sneller kan komen dan veel mensen denken.
Deze zomer al ingrijpen
Bremer zei dat sommige gemeenten al snel met dwang te maken kunnen krijgen. 'Voor sommige gemeenten denken ze al aan deze zomer of net daarna.' Daarmee lijkt de spreidingswet niet alleen een bestuurlijk middel op papier. Zij kan ook snel worden gebruikt tegen gemeenten die geen opvang willen regelen.
Dat gebeurt terwijl de spanning rond asielopvang op meerdere plekken oploopt. In Loosdrecht en Apeldoorn waren heftige protesten. Volgens Bremer komt die onrust vooral doordat er te weinig structurele opvang is. Daardoor moet noodopvang snel worden geregeld.
Zij wees daarbij op Loosdrecht. 'Omdat die spreidingswet nu niet goed werkt of de opvang überhaupt niet, en die spreidingswet dus ook niet, heb je te maken met die asielnoodopvang. En dat zag je natuurlijk in Loosdrecht, want die kregen ineens overnight min of meer te horen van: Er komen hier 130 mensen. Het zijn er nu 70 geworden. En dat leidt tot onrust', zei Bremer.
Inwoners voelen zich overvallen
Volgens Bremer zit een deel van het probleem in de manier waarop opvang wordt aangekondigd. Gemeenten en inwoners krijgen soms plots te horen dat er asielzoekers komen. Dat zorgt voor boosheid en wantrouwen. Mensen voelen zich niet meegenomen in het besluit.
Bremer vatte die reactie als volgt samen: 'Mensen zijn overvallen. Die zeggen: dit is geen democratie, dit wordt ons in de maag gesplitst, we weten niet wie het zijn. En dat leidt tot onrust.'
Critici stellen dat de kern van het probleem niet alleen de gebrekkige communicatie is. Volgens hen gaat het vooral om het feit dat gemeenten met dwang grote aantallen mensen moeten opvangen. Daardoor voelen inwoners zich niet alleen overvallen door de snelheid van besluiten, maar ook door de inhoud ervan. In die lezing draait de onrust dus niet alleen om inspraak, maar ook om de vraag of gemeenten en wijken deze opvang überhaupt kunnen dragen.

















































