Brussel wil dat collega’s straks meekijken naar je salaris

Praten over salaris blijft voor veel Nederlanders ongemakkelijk. Toch wil Brussel juist meer openheid op de werkvloer. Nieuwe Europese regels moeten bedrijven verplichten om duidelijker te zijn over beloning. Werknemers moeten kunnen nagaan of zij hetzelfde verdienen als collega’s die vergelijkbaar werk doen, meldt De Telegraaf.
Uit een enquête onder ruim 1100 werkenden blijkt dat veel werknemers daar niet op zitten te wachten. Het onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van hr- en salarisplatform Deel. Een meerderheid wil niet precies weten wat collega’s verdienen. Nog minder mensen willen hun eigen salaris delen.
“Ik wil mijn salaris privé houden”, klinkt het onder veel werknemers. Daarmee botst de Europese wens voor loontransparantie op een hardnekkig Nederlands taboe.
Nieuwe regels vanaf volgend jaar
De Europese richtlijn over loontransparantie moet ervoor zorgen dat werknemers beter kunnen zien of zij eerlijk worden betaald. Nederland voert de regels op 1 januari in. Brussel wilde dat de verplichtingen eerder zouden gelden, maar Nederland heeft meer tijd nodig.
Werkgevers vinden de voorbereidingstijd te kort. Ook vrezen zij extra administratie. Toch houdt Brussel vast aan de deadline. Daardoor loopt Nederland risico op een juridische procedure of een boete.
De regels betekenen niet dat iedereen straks zomaar het exacte salaris van iedere collega kan zien. Wel moeten bedrijven inzicht geven in beloningscategorieën. Werknemers moeten kunnen nagaan hoe zij zijn ingedeeld en welke collega’s in vergelijkbare groepen vallen.
Loonkloof moet kleiner worden
De richtlijn is vooral bedoeld om de loonkloof tussen mannen en vrouwen aan te pakken. Volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek verdienden vrouwen in Nederland in 2024 gemiddeld 6,1 procent minder dan mannen. Daarbij is gecorrigeerd voor factoren zoals functie, ervaring, opleiding en het aantal gewerkte uren.
In sommige sectoren is het verschil groter. Brussel noemt dat een onverklaarbare loonkloof. De verschillen worden wel kleiner, maar volgens critici gaat dat te langzaam.
De regels moeten niet alleen vrouwen helpen. Ook mannen die te weinig betaald krijgen, kunnen er baat bij hebben. Denk aan jongeren, werknemers met een migratieachtergrond en uitzendkrachten.
Werknemers lopen niet warm
De houding op de werkvloer is terughoudend. Zestig procent van de ondervraagden zegt geen behoefte te hebben om precies te weten wat collega’s verdienen. Nog geen kwart wil informatie over het eigen salaris delen.
Bij jongeren en hogeropgeleiden ligt die bereidheid hoger. Zij zien openheid vaker als hulpmiddel bij salarisonderhandelingen. Wie weet wat anderen verdienen, kan sterker staan tegenover de werkgever.
Toch is er ook weerstand. Op de vraag of werknemers een collega zouden waarschuwen als die minder verdient, zegt bijna 40 procent van niet. Hun reden: “Nee, ik heb er zelf ook voor moeten vechten.”
Ongeveer 30 procent zou een collega wel informeren. Bijna 60 procent zegt een andere baan te zoeken als blijkt dat salarisverschillen oneerlijk en niet uit te leggen zijn.
Angst voor jaloezie
Een belangrijke zorg is onrust op de werkvloer. Veel werknemers vrezen jaloezie als salarissen openlijker worden. Wie meer verdient dan een collega, kan scheve gezichten krijgen. Wie minder verdient, kan zich benadeeld voelen.
Volgens arbeidsmarktdeskundige Ton Wilthagen past die terughoudendheid bij Nederland. “Nederlanders laten zich niet graag in de portemonnee kijken”, zegt de hoogleraar arbeidsmarktvraagstukken aan Tilburg University. “Wij hechten sterk aan privacy. In Scandinavië is dat heel anders.”
In Noorwegen gaat openheid veel verder. Daar kunnen mensen via de Belastingdienst zien wat anderen hebben verdiend en hoeveel belasting zij daarover betalen. Zo ver gaat de Europese richtlijn niet.
FNV ziet juist winst
Voorstanders vinden dat de privacyzorgen niet moeten worden overdreven. Volgens Ilze Smit, projectleider van FNV Voor Vrouwen, is er in veel bedrijven juist te weinig duidelijkheid.
“In veel bedrijven is dat al heel wat”, zegt Smit over het inzicht in beloningscategorieën. “Daar zijn geen schalen, vrouwen tasten in het duister over de lonen die betaald worden. Openheid is juist nodig. Dan worden dingen bespreekbaar.”
Volgens de FNV kan transparantie helpen om ongelijke beloning aan te pakken. Werknemers weten dan beter waar zij staan. Ook wordt het lastiger voor bedrijven om verschillen zonder duidelijke reden te laten bestaan.
Geen vraag meer naar oud salaris
De nieuwe regels raken ook sollicitaties. Werkgevers mogen straks niet meer vragen wat iemand bij een vorige werkgever verdiende. Dat moet voorkomen dat een te laag salaris jarenlang wordt meegenomen naar nieuwe banen. “Ook dat is winst”, zegt Smit. “Vrouwen nemen nu de loonkloof hun hele carrière mee.”
Daarnaast moeten werkgevers in vacatures een salarisrange noemen. Een vage tekst als “marktconform salaris” is straks niet meer genoeg. Sollicitanten moeten vooraf kunnen zien in welke bandbreedte het loon valt.
Grote bedrijven moeten rapporteren
Bedrijven met meer dan 100 werknemers krijgen extra verplichtingen. Zij moeten periodiek rapporteren over de loonkloof tussen mannen en vrouwen binnen hun organisatie.
Als het verschil groter is dan 5 procent en niet goed kan worden verklaard, moeten bedrijven actie ondernemen. Daarmee wil Brussel voorkomen dat ongelijke beloning blijft bestaan zonder dat iemand hoeft uit te leggen waarom.
Voor werkgevers betekent dit meer werk. Zij moeten beloningsstructuren beter bijhouden en kunnen uitleggen. Voor werknemers betekent het meer inzicht, maar ook een verandering in een cultuur waarin salaris vaak privé blijft.




















































