Syrië blokkeert Duitse uitzettingen door weigering reisdocumenten

Duitsland krijgt nauwelijks nog Syrische burgers uitgezet, ondanks eerdere politieke beloften uit Berlijn. De belangrijkste oorzaak is dat Damascus geen vervangende reisdocumenten meer afgeeft aan Syriërs die moeten vertrekken. Daardoor lopen gedwongen terugkeerprocedures vast, zelfs als er al een definitief uitzettingsbevel ligt, meldt Junge Freiheit.
Sinds eind januari heeft geen enkele Duitse deelstaat de documenten ontvangen die nodig zijn voor zulke uitzettingen. Het gaat om papieren voor personen zonder geldig paspoort of met onvolledige identiteitsgegevens. Zonder die documenten ontstaan grote juridische en praktische problemen voor de Duitse autoriteiten.
De Duitse federale overheid heeft de blokkade niet officieel bevestigd. Tegelijk is de informatie ook niet ontkend. Volgens gegevens van de Duitse federale politie raakt de kwestie ongeveer 11.000 Syrische burgers. Zij hebben een directe wettelijke plicht om Duitsland te verlaten.
Hesse wil praten met Damascus
De deelstaat Hesse wil dat Duitsland rechtstreeks met Damascus gaat praten. Deelstaatminister van Binnenlandse Zaken Roman Poseck vindt dat Syrische medewerking nodig is om uitzettingen weer mogelijk te maken. Volgens hem is die samenwerking ook nodig om vrijwillige terugkeer aan te moedigen.
De kwestie komt op een gevoelig moment. In Syrië vond enkele maanden geleden een politieke overgang plaats na de val van het regime van Bashar al-Assad. Sindsdien zijn er internationale contacten met de nieuwe Syrische autoriteiten.
In Duitsland is de discussie over uitzettingen naar Syrië de afgelopen maanden zwaarder geworden. De regering van Friedrich Merz maakte strenger migratiebeleid tot een belangrijk thema. In het akkoord van de CDU-SPD-coalitie staat ook dat uitzettingen naar Syrië weer moeten worden opgestart. Dat zou eerst gaan om criminelen en personen die als gevaarlijk worden gezien.
Politieke beloftes lopen vast
Toch is de praktijk weerbarstig. Aan het einde van vorig jaar kondigde minister van Binnenlandse Zaken Alexander Dobrindt nog aan dat hij wilde werken aan een speciale terugkeerovereenkomst met Damascus. Volgens de beschikbare informatie is de vooruitgang beperkt gebleven.
Sinds het effectieve einde van de Syrische burgeroorlog zijn er slechts vier uitzettingsvluchten vanuit Duitsland vertrokken. Die vluchten gingen alleen om zware criminelen. Van bredere terugkeer is dus geen sprake.
Intussen zoekt Europa wel verdere toenadering tot Syrië. Brussel is begonnen met het opheffen van bepaalde sancties. Ook zijn er nieuwe diplomatieke kanalen geopend. Daarnaast wordt gekeken naar financiële mechanismen en wederopbouwprogramma’s die de komende jaren tientallen miljarden euro’s kunnen omvatten.
Europa afhankelijk van derde landen
Die houding zorgt voor groeiende kritiek in Brusselse kringen. De Europese Unie wil migratiesamenwerking en stabiliteit in de regio. Syrië heeft ondertussen een sterk drukmiddel in handen: de controle over documenten voor eigen burgers.
De situatie doet denken aan eerdere migratiedossiers. Turkije gebruikte zijn strategische positie jarenlang als onderhandelingsmiddel richting Brussel. Ook Marokko zette grensbeheer meerdere keren in als diplomatiek drukmiddel.
De Syrische kwestie laat opnieuw zien hoe afhankelijk Europa is van derde landen. Zonder medewerking van landen van herkomst blijft migratiecontrole op papier vaak strenger dan in de praktijk.

















































