Vernietigend rapport: miljarden extra naar onderwijs, maar leerlingen blijven achteruitgaan

Er gaat steeds meer geld naar het onderwijs. Er komen steeds meer plannen, onderzoeken, monitors, adviesraden en herstelprogrammaâs. Toch worden leerlingen niet beter in lezen, schrijven en rekenen. Sterker nog: juist de basisvaardigheden staan al jaren onder druk. Dat is de harde conclusie van een nieuw rapport van De Nieuwe Denktank. Onder de titel Het mysterie van de verspilde onderwijsmiljarden fileert de denktank niet alleen de Onderwijsraad, maar ook het bredere bestuurlijke systeem rond het Nederlandse onderwijs.
De boodschap is vernietigend: Nederland heeft geen gebrek aan geld, aandacht of goede bedoelingen. Het probleem is dat invloed en verantwoordelijkheid uit elkaar zijn gegroeid. Veel partijen praten mee, adviseren mee en sturen mee. Maar als de resultaten uitblijven, is niemand echt aanspreekbaar.
Meer geld, geen beter onderwijs
Volgens het rapport is de onderwijsparadox pijnlijk duidelijk. De uitgaven zijn de afgelopen twintig jaar fors gestegen. Ook kwamen er grote programmaâs bij, zoals het Nationaal Programma Onderwijs na corona, waarvoor ruim 8,5 miljard euro beschikbaar kwam.
Toch is het herstel in de klas nauwelijks zichtbaar. De leesvaardigheid van Nederlandse leerlingen zakte volgens het rapport voor het eerst onder het OESO-gemiddelde. Ook bij wiskunde en natuurwetenschappen is al langer sprake van achteruitgang.
De Algemene Rekenkamer waarschuwde eerder al dat vaak niet goed te volgen is waar onderwijsgeld precies naartoe gaat. De Nieuwe Denktank trekt die lijn door: het onderwijs krijgt meer middelen, maar het systeem kan onvoldoende laten zien wat die middelen opleveren.
Onderwijsraad als voorbeeld
Centraal in het rapport staat de Onderwijsraad. Niet omdat die raad als enige verantwoordelijk zou zijn voor de problemen, maar omdat hij volgens de onderzoekers een goede casus is om het systeem te begrijpen.
De Onderwijsraad schrijft geen wetten, geeft geen les en bestuurt geen scholen. Toch heeft de raad invloed. Hij bepaalt mede welke problemen politiek zichtbaar worden, welke taal daarbij hoort en welke oplossingen serieus lijken.
Precies daar zit volgens de onderzoekers het probleem. De raad heeft invloed op beleid, maar draagt geen directe verantwoordelijkheid voor de gevolgen in de klas. Als een advies niet wordt overgenomen, kan de raad naar de politiek wijzen. Als een advies wel wordt overgenomen en niet werkt, kan de raad naar de uitvoering wijzen.
âTalige diversiteitâ hard neergesabeld
Een van de scherpste hoofdstukken gaat over het advies Talige diversiteit benutten uit 2025. Dat rapport pleit voor meer aandacht voor meertaligheid in het onderwijs.
De Nieuwe Denktank is snoeihard. Volgens de onderzoekers voldoet het rapport niet aan de eisen die aan een adviesrapport mogen worden gesteld. Begrippen lopen door elkaar. Het ene moment gaat het over leerlingen die thuis Limburgs of een andere streektaal spreken. Daarna gaat het over leerlingen die onvoldoende Nederlands beheersen. Vervolgens gaat het ook nog over multiculturele klassen. Daardoor blijft onduidelijk welk probleem nu eigenlijk moet worden opgelost.
Ook de onderbouwing krijgt zware kritiek. Volgens de denktank citeert de Onderwijsraad vooral onderzoeken die de gewenste richting ondersteunen. Kritische studies en historische ervaringen met onderwijs in eigen taal blijven grotendeels buiten beeld.
De aanbevelingen noemt het rapport leeg. Samengevat zou de Onderwijsraad zeggen: maak goed beleid en zorg voor goed toegeruste leraren. Volgens De Nieuwe Denktank is dat waar, maar betekenisloos. Zonder duidelijk te maken wat dat beleid inhoudt, wat het kost en wat het oplevert, helpt zoân advies scholen en leraren niet verder.
Later selecteren zonder uitvoeringsplan
Ook het advies Later selecteren, beter differentiëren krijgt stevige kritiek. De Onderwijsraad wil daarmee kansenongelijkheid tegengaan door leerlingen later definitief te selecteren voor een schoolniveau.
De Nieuwe Denktank erkent dat vroege selectie een serieus probleem kan zijn. Maar juist daarom moet een advies over zoân grote stelselwijziging stevig zijn onderbouwd. Volgens het rapport gebeurt dat onvoldoende.
De raad zou te weinig uitwerken hoe leraren in volle klassen veel sterker moeten differentiĂ«ren. Ook blijven kosten, werkdruk, risicoâs en alternatieven te veel in de marge. Een ex-ante-evaluatie adviseerde later om vooral verbeteringen binnen het bestaande stelsel te zoeken. Toch bleef de Onderwijsraad aandringen op een stelselwijziging.
Volgens De Nieuwe Denktank verandert zoân advies het politieke debat in een simpele keuze: wel of geen grote verbouwing van de middelbare school. Kleinere, beter uitvoerbare maatregelen verdwijnen daardoor naar de achtergrond.
Bestuurlijke spaghetti
Het rapport noemt het onderwijsbestel een âbestuurlijke spaghettiâ. OCW, sectorraden, de Onderwijsraad, SLO, de Inspectie, universiteiten, lectoraten, onderzoeksfondsen, vakbonden, onderwijsregioâs en grote schoolbesturen hebben allemaal invloed.
Dat netwerk is ooit ontstaan om kennis, steun en afstemming te organiseren. Maar volgens De Nieuwe Denktank is het doorgeschoten. Er worden problemen beschreven, onderzocht, besproken en opnieuw geagendeerd. Intussen blijft de vraag of leerlingen beter leren lezen, schrijven en rekenen te vaak op de achtergrond. Oftewel: iedereen heeft een rol, maar niemand lijkt eindverantwoordelijk.
Slechte adviezen kosten meer dan hun budget
De Onderwijsraad zelf kost volgens het rapport ongeveer 3 miljoen euro per jaar. Dat is weinig op de totale onderwijsbegroting. Maar de echte kosten zitten volgens de onderzoekers in de bestuurlijke doorwerking.
Een vaag of slecht doordacht advies leidt tot beleidsreacties, extra onderzoeken, pilots, overleggen, scholing en nieuwe verantwoordingsdruk. Zelfs als een advies niet wordt ingevoerd, kan het nog jaren rondzingen in het systeem. Zo ontstaat beleid dat vooral zichzelf aan de gang houdt.
âGeen invloed Ă©n geen overheidsgeld zonder verantwoordelijkheidâ
De eindconclusie is scherp. Nieuwe beleidsplannen, extra geld en nog meer onderzoek zijn volgens De Nieuwe Denktank niet automatisch de oplossing. Sterker nog: als het systeem niet verandert, laten ze het onderwijs alleen maar verder wegzakken.
De onderzoekers willen dat organisaties in de bestuurlijke middenlaag worden doorgelicht. Wie invloed heeft op onderwijsbeleid, moet ook medeverantwoordelijkheid dragen voor de gevolgen.
Het rapport eindigt met een harde norm: instituties die niet verantwoordelijk willen zijn voor de teloorgang van de onderwijskwaliteit, verliezen hun bestaansrecht. âGeen invloed Ă©n geen overheidsgeld zonder verantwoordelijkheid.â
Daarmee is het rapport meer dan een aanval op de Onderwijsraad. Het is een aanklacht tegen een onderwijsbestel dat steeds drukker wordt, steeds meer geld opslokt, maar te weinig resultaat laat zien waar het telt: in de klas.






















































