Zwarte Pietenclub dient klacht in nadat krant positief artikel intrekt: 'Geschiedenis verloochend'

Stichting Sint en Pietengilde heeft een klacht ingediend over de manier waarop media berichten over Zwarte Piet. De directe aanleiding was een artikel van het Noordhollands Dagblad over een lokale sinterklaasviering in Medemblik. Dat artikel was positief van toon, maar werd kort na publicatie offline gehaald en vervangen door een kritischer vervolgstuk. De hoofdredactie bood bovendien excuses aan, omdat het eerste artikel volgens de krant niet aan de eigen journalistieke normen voldeed.
Het gilde ziet daarin een breder patroon. Volgens de stichting presenteren veel journalisten roetveegpiet als de nieuwe norm en wordt Zwarte Piet bij voorbaat als ongewenst behandeld. Op 24 juli 2026 stuurde de organisatie haar klacht naar onder meer het Commissariaat voor de Media, de Raad voor de Journalistiek, de Nederlandse Vereniging van Journalisten, de Ombudsman voor de Publieke Omroepen en de Vereniging van Onderzoeksjournalisten. ‘Wij doen een dringend beroep op ieders journalistieke integriteit en verzoeken allen om ook feiten te presenteren zoals wij die benoemen.’
Het Sint en Pietengilde zet zich naar eigen zeggen in voor het behoud van het sinterklaasfeest, inclusief Zwarte Piet. De stichting onderzoekt en bewaart de geschiedenis van de traditie en deelt daarover informatie. Ook vertegenwoordigt en ondersteunt zij sinterklaasgroepen en vertolkers uit het hele land.
Positief artikel snel verwijderd
Het oorspronkelijke artikel verscheen op 16 juli in Dagblad voor West-Friesland en op de website van het Noordhollands Dagblad. Het ging over een bijeenkomst met Sinterklaas en traditionele Zwarte Pieten in Medemblik. Volgens organisator Stephanie waren bezoekers bij een eerdere editie zeer enthousiast. Zij hoorde mensen zeggen: ‘Dat ik dit nog mag meemaken!’
De organisatie hoopte dit jaar ongeveer vijftig Zwarte Pieten en 250 bezoekers te verwelkomen. Het feest moest gratis blijven, al was daarvoor nog financiële steun nodig. Stephanie benadrukte dat er volgens haar plaats is voor verschillende uitvoeringen van het feest. ‘De roetveegpiet hoeft niet te verdwijnen, deze kan prima bestaan naast Zwarte Piet. Als het verhaal eerlijk verteld wordt, kunnen mensen gewoon kiezen.’
De positieve benadering bleef niet lang staan. De hoofdredactie haalde het onlineartikel weg en schreef dat het verhaal zo niet had mogen verschijnen. Hoofdredacteur Corine de Vries bood excuses aan. 'Wij realiseren ons dat lezers zich door het artikel geschokt, gekwetst of teleurgesteld kunnen hebben gevoeld. Aan hen bieden wij onze excuses aan.'
Na de rectificatie verscheen een nieuw artikel. Daarin werd de viering niet langer vooral als lokaal initiatief beschreven, maar als onderdeel van de landelijke discussie over Zwarte Piet. De krant sprak onder anderen met historicus Coen van Galen. Hij stelde dat jonge kinderen inmiddels alleen roetveegpieten kennen en zei: ‘Het heeft dus niks met de jeugd te maken.’
Hoofdredactie verdedigt ingreep
De Vries zegt tegenover NieuwRechts dat de hoofdredactie zelf besloot om het eerste artikel offline te halen. Dat gebeurde volgens haar vroeg in de ochtend en voordat er publieke ophef over het verhaal ontstond. De discussie die later volgde, ging volgens haar vooral over de versie in de papieren krant. Daarmee bestrijdt zij dat externe druk de directe aanleiding voor de ingreep was.
De hoofdredacteur ontkent dat het onderwerp zelf de reden was voor verwijdering. "Het artikel is niet verwijderd omdat het ging over een initiatief dat de traditionele Zwarte Piet wil terugbrengen. Het is ook niet verwijderd omdat wij bepaalde opvattingen niet zouden willen publiceren." Volgens haar moet regionale journalistiek juist aandacht geven aan opvattingen die gevoelig liggen of verdeeldheid veroorzaken.
Het oordeel van de hoofdredactie ging volgens De Vries over de journalistieke kwaliteit van het verhaal. "Een woordvoerder van één organisatie kreeg uitgebreid de ruimte om haar standpunten uiteen te zetten, zonder dat daar voldoende context, kritische vragen, wederhoor of andere perspectieven tegenover stonden."
Daarnaast ontbrak volgens de hoofdredacteur een belangrijke reactie van de gemeente Medemblik. Het artikel zou de indruk hebben gewekt dat de gemeente de terugkeer van Zwarte Piet steunde. "Al vroeg op de ochtend van publicatie liet de gemeente ons weten dat daarvan geen sprake is en dat zij niet van plan is af te stappen van de roetveegpiet. Die reactie ontbrak volledig in het verhaal."
Ook de nieuwswaarde speelde volgens de hoofdredactie een rol. Het evenement werd al voor het derde jaar georganiseerd en was dus geen volledig nieuw initiatief. De krant stelt dat zij bij gevoelige onderwerpen een evenwichtige benadering nastreeft. De Vries zei daarover: "Het Noordhollands Dagblad streeft ernaar alle maatschappelijke onderwerpen, inclusief de discussie rond Zwarte Piet, onafhankelijk, zorgvuldig en evenwichtig te behandelen." Het Sint en Pietengilde betwist juist dat dit in de praktijk gebeurt.
Gilde spreekt van eenzijdig mediabeeld
Volgens het Sint en Pietengilde past de ingreep van het Noordhollands Dagblad in een breder mediapatroon. Journalisten zouden aannemen dat Zwarte Piet niet meer kan en roetveegpiet de nieuwe norm is. Daarbij krijgen de gevoelens van tegenstanders volgens de stichting meer aandacht dan die van voorstanders, terwijl gevoelens geen historisch bewijs vormen.
Het gilde verwijt media dat zij argumenten van tegenstanders vaak zonder voldoende tegenspraak overnemen. Daardoor ontstaat volgens de organisatie een eenzijdig beeld. ‘Misverstanden zorgen voor polarisatie, terwijl feiten misverstanden kunnen wegnemen.’
Ook juridische zaken worden volgens het gilde onvolledig weergegeven. Zo verwees het Noordhollands Dagblad naar een rechtszaak uit 2014, maar niet naar het latere oordeel van de Raad van State. De stichting vraagt daarom: ‘Moet onze vraag wellicht luiden: is er sprake van sturend activisme of van journalistiek?’
Geen verplichte norm voor Piet
Volgens het gilde bestaat er geen officiële norm voor het uiterlijk van Piet. Overheid, media, politiek, NTR, voor- en tegenstanders kunnen die vorm niet voor anderen bepalen. Roetveegpiet is volgens de stichting geen verplichte standaard en verschillende vormen moeten naast elkaar kunnen bestaan.
De organisatie beroept zich op vrijheid van expressie en het recht om tradities te vieren en door te geven. Voorwaarden bij vergunningen en subsidies worden door het gilde gezien als druk. Keuzevrijheid moet volgens de stichting daarom het uitgangspunt blijven.
Voorzitter Renee Kirkenier stelt tegenover NieuwRechts dat de verandering van het uiterlijk van Zwarte Piet mede van bovenaf wordt opgelegd. Zij zegt dat veel gemeenten aanpassingen eisen voordat zij een vergunning of subsidie verlenen. "Veel gemeentebesturen stellen het aanpassen van Zwarte Piet als voorwaarde voor het verlenen van een vergunning of subsidie, indirecte dwang en pure discriminatie." Volgens haar volgen scholen, omroepen en andere organisaties dezelfde richting, terwijl geen van die partijen een landelijke norm kan bepalen.
Kirkenier stelt dat het gilde zich richt op onderzoek naar historische bronnen. De stichting werd opgericht om het sinterklaasfeest, inclusief Zwarte Piet, als immaterieel erfgoed te beschermen. "Wij willen de volledige geschiedenis van dit belangrijke erfgoed vastleggen, bewaren en delen via onze website."
Betekenis van de zwarte kleur
Volgens het Sint en Pietengilde stelt Zwarte Piet geen mens met een donkere huidskleur voor. De zwarte kleur is volgens de stichting een masker dat de vertolker onherkenbaar maakt. Het gilde stelt ook dat er geen verband bestaat met Amerikaanse blackface of de trans-Atlantische slavernij. De figuur zou bovendien een langere geschiedenis hebben dan vaak in de media wordt beweerd.
Kirkenier zegt dat Sint en Piet binnen de traditie niet los van elkaar kunnen worden gezien. Volgens haar verbeelden zij twee tegengestelde kanten van dezelfde traditie. Beiden zijn tijdens het feest onherkenbaar vermomd. "Zwarte Piet is in de sinterklaastraditie net zo belangrijk als Sint-Nicolaas en vervult helemaal geen ondergeschikte rol."
Het zwarte masker is volgens de voorzitter een wezenlijk onderdeel van het spel. De persoon achter het personage verdwijnt en maakt plaats voor een symbolische figuur. Dat zorgt volgens haar voor de geheimzinnigheid die voor kinderen bij het feest hoort. Zij waarschuwt: "Verander je Zwarte Piet, dan doe je de betekenis geweld aan en verloochen je onze geschiedenis."
Vertolkers ervaren gevolgen
Het gilde stelt dat de maatschappelijke strijd ook gevolgen heeft voor de vertolkers van Zwarte Piet. Sommigen zijn volgens Kirkenier gestopt omdat het plezier is verdwenen. Anderen kozen onder druk voor roetveegpiet, maar kregen volgens haar later spijt. De aanpassing heeft de kritiek volgens de stichting bovendien niet beëindigd.
Kirkenier vindt dat de ervaringen van voorstanders nauwelijks aandacht krijgen. Zij wijst op beschuldigingen van racisme, bedreigingen en aanvallen op mensen die als Zwarte Piet zijn verkleed. "Zwarte Pieten worden nota bene zomaar op straat aangevallen, dat lees je nergens." Volgens haar draagt het ontbreken van die verhalen bij aan een scheef mediabeeld.
De voorzitter houdt vooral activistische tegenstanders verantwoordelijk voor de ontstane tegenstellingen. "De anti-Zwarte Piet-campagne van KOZP zet mensen tegen elkaar op en zorgt voor veel polarisatie. Heel kwalijk. Alleen de waarheid kan hier verandering in brengen." Het gilde vraagt media daarom om ook zijn historische argumenten en de ervaringen van voorstanders te presenteren.
Commissariaat geeft geen oordeel
Het Commissariaat voor de Media laat NieuwRechts weten dat het de klacht van het Sint en Pietengilde heeft ontvangen. De toezichthouder neemt de zaak echter niet inhoudelijk in behandeling. De reden is dat de brief gaat over journalistieke inhoud en redactionele keuzes. Het Commissariaat houdt naar eigen zeggen geen toezicht op de geschreven pers en beoordeelt geen afzonderlijke publicaties.
"Het Commissariaat neemt deze klacht niet inhoudelijk in behandeling. De brief heeft betrekking op de inhoud van journalistieke berichtgeving en redactionele keuzes van media." Daarmee geeft de toezichthouder geen oordeel over het handelen van het Noordhollands Dagblad.
Het Commissariaat voegt daaraan toe: "Het Commissariaat doet daarom geen inhoudelijke uitspraken over de standpunten die in de brief naar voren worden gebracht." De inhoudelijke botsing blijft daardoor bestaan. De krant beroept zich op journalistieke zorgvuldigheid, terwijl het gilde juist stelt dat de gekozen context eenzijdig en sturend is.























































