Kuipers erkent: ‘code zwart’ is er nooit geweest tijdens corona

Ernst Kuipers zegt dat Nederland tijdens de coronaperiode nooit in een landelijke situatie van ‘code zwart’ is beland. Dat verklaarde de oud-minister woensdag tegenover de parlementaire enquêtecommissie corona. Volgens Kuipers kwam de zorg tijdens de eerste golf wel dicht bij dat punt, maar is het schrikbeeld nooit werkelijkheid geworden.
Kuipers had tijdens de coronaperiode verschillende invloedrijke functies. Hij was bestuurder van het Erasmus MC en voorzitter van het Landelijk Netwerk Acute Zorg. Ook richtte hij het Landelijk Coördinatiecentrum Patiëntenspreiding op. Dat centrum hield zich bezig met het verdelen van patiënten over ziekenhuizen en intensive cares.
‘Daar zijn we niet geweest’
Tijdens de coronaperiode werd regelmatig gewaarschuwd voor code zwart. In zo’n situatie is er volgens de gehanteerde definitie nergens in Nederland voldoende ic-capaciteit en moeten patiënten worden geweigerd.
Volgens Kuipers heeft Nederland dat punt nooit bereikt. „Dat is echte crisiszorg, alsof je op het slagveld staat. (...) Daar zijn we niet geweest”, zei hij.
Kuipers stelde dat er gedurende de crisis altijd nog ergens in Nederland plaats was voor patiënten op een intensive care.
Artsen hebben daar eerder een andere kant van belicht. In Nieuwsuur verklaarden artsen dat het in de praktijk soms „feitelijk wel code zwart” was. Volgens hen werden sommige patiënten niet doorgestuurd of niet opgenomen omdat rekening werd gehouden met een tekort aan bedden.
Kuipers houdt vast aan de landelijke definitie. Daarbij is pas sprake van code zwart wanneer „nergens in Nederland nog capaciteit is”.
‘Echt op het randje’
Volgens Kuipers zat Nederland vooral tijdens de eerste coronagolf dicht bij die situatie. „Het was echt op het randje. (...) Die lockdown had niet een paar dagen later moeten komen.”
Hij zei tegenover de commissie dat het kabinet op verschillende momenten „zware en noodzakelijke beslissingen” heeft genomen. Volgens Kuipers kwamen de maatregelen op het juiste moment.
De coronaperiode had ondertussen ook grote gevolgen voor andere zorg. Kuipers wees onder meer op uitgestelde behandelingen. Ook werden bevolkingsonderzoeken naar kanker tijdelijk stopgezet. Daardoor werd kanker bij duizenden mensen later ontdekt.
Meer ic-bedden volgens Kuipers onvoldoende
De commissie vroeg Kuipers ook of Nederland met veel meer ic-capaciteit andere keuzes had kunnen maken.
Volgens hem zou extra capaciteit maar beperkt verschil hebben gemaakt. Het aantal besmettingen en ziekenhuisopnames nam volgens Kuipers zo snel toe dat meer bedden slechts korte tijd extra ruimte hadden gegeven. „Als je twee of drie keer zoveel capaciteit hebt, heb je maar een paar dagen extra. Je kunt maatregelen er uiteindelijk niet mee voorkomen.”
Kuipers vindt wel dat Nederland over reservecapaciteit moet beschikken. Die kan volgens hem niet alleen nodig zijn bij een nieuwe pandemie, maar ook bij bijvoorbeeld een cyberaanval of fysieke aanval.
Meer geld voor voorbereiding
Als minister van Volksgezondheid trok Kuipers 300 miljoen euro uit voor betere pandemische paraatheid. Het kabinet-Schoof schrapte dat bedrag aanvankelijk. Het huidige kabinet heeft een deel van de investering teruggebracht.
Volgens Kuipers had betere voorbereiding vóór de coronaperiode problemen kunnen voorkomen. Hij noemde daarbij onder meer een grotere voorraad beschermingsmiddelen voor zorgmedewerkers.
Zijn verklaring voor de enquêtecommissie komt er daarmee op neer dat landelijke code zwart volgens hem nooit is bereikt, terwijl hij de zware maatregelen uit die periode wel blijft verdedigen als noodzakelijk.

























































