Gemeente wil veestapel van boer meer dan halveren, rechter steekt daar stokje voor

Een slepend conflict over een groot melkveebedrijf in de gemeente Kampen heeft een nieuwe wending gekregen. Melkveehouder Harry Last hoeft zijn veestapel voorlopig niet fors te verkleinen. De gemeente wilde dat hij terugging van 506 naar 170 melkkoeien. De rechter heeft die eis voorlopig buiten werking gesteld. Dat meldt De Stentor.
De zaak speelt in de polder Mastenbroek en loopt al jaren. Last kreeg in 2020 van de gemeente Kampen toestemming voor uitbreiding van zijn bedrijf. Daarnaast beschikte hij over een natuurbeschermingsvergunning van de provincie Overijssel voor 508 koeien. Op het bedrijf worden ook 584 melkgeiten gehouden.
Twee andere melkveehouders uit de omgeving, de gebroeders Duitman, maakten bezwaar tegen de uitbreiding. Zij vonden de omvang van het bedrijf te groot voor de omgeving van de Bisschopswetering. Een grotere veestapel zorgt volgens hen onder meer voor meer mest, extra aanvoer van voer en meer vrachtverkeer.
Het conflict belandde meerdere keren bij de Raad van State. Last sprak eerder over „alleen maar moddergooien” door zijn buren. Uiteindelijk kregen de bezwaarmakers op een belangrijk punt gelijk. Volgens de Raad van State beschikte Last met 32 hectare over onvoldoende grond voor een bedrijf met zoveel dieren. De gemeente Kampen moest daarom opnieuw naar de vergunning kijken.
Daarna vroegen de buren de gemeente om handhavend op te treden. Door het wegvallen van de vergunning ontstond een situatie waarin het bedrijf volgens de gemeente niet langer voldeed aan de regels. Kampen besloot daarop dat Last zijn melkveestapel moest terugbrengen naar de 170 koeien die onder een oudere vergunning waren toegestaan. Dat betekent dat meer dan driehonderd melkkoeien van het bedrijf zouden moeten verdwijnen. Echter gaat de rechter niet mee in de eisen van de gemeenten. Zolang de bodemprocedure loopt, hoeft de boer nog geen honderden koeien weg te doen.



























































