Brussel geeft Spanje 114,7 miljoen euro na migratiecrisis in Ceuta

Spanje krijgt 114,7 miljoen euro aan Europese noodsteun voor de migratiecrisis in Ceuta. De Europese Commissie heeft het bedrag toegekend na de ongekende toestroom van migranten vanuit Marokko eind juli. Het geld gaat onder meer naar grensbewaking, opvang, extra personeel en het terugsturen van mensen die geen recht hebben om in Ceuta te blijven. Dit meldt de Spaanse krant El País.
Lees ook

Syrische tiener heeft al 114 politieregistraties: zijn familie mag naar Nederland komen
De miljoenensteun volgt op de gebeurtenissen van 30 en 31 juli. In twee dagen tijd staken volgens de Spaanse regering meer dan 70.000 mensen vanuit Marokko de grens over naar de Spaanse enclave in Noord-Afrika. Zo'n grote instroom had Ceuta niet eerder meegemaakt. Het overgrote deel keerde kort daarna terug naar Marokko, maar duizenden migranten bleven achter.
Spanje vroeg Brussel op 24 augustus officieel om financiële noodhulp. De Commissie behandelde dat verzoek met voorrang en maakte op 9 september bekend de volledige 114,7 miljoen euro beschikbaar te stellen.
Geld voor camera's, grensbewaking en terugkeer
Het grootste deel, 82,7 miljoen euro, komt uit het Europese Asiel-, Migratie- en Integratiefonds. Nog eens 32 miljoen wordt betaald uit het Europese fonds voor grensbeheer en visa.
Daarmee wil Brussel verschillende onderdelen van de Spaanse aanpak versterken. Zo kan het geld worden gebruikt voor warmtecamera's, observatiesystemen, drijvende barrières en onderwaterdrones. Ook kunnen extra mensen en materieel worden ingezet bij de grens.
Daarnaast betaalt Europa mee aan locaties waar migranten worden geregistreerd en gecontroleerd. Een ander deel is bedoeld om mensen zonder verblijfsrecht terug te laten keren. Ook de opvangcapaciteit in Ceuta moet worden uitgebreid, met bijzondere aandacht voor alleenstaande minderjarigen.
Spanje krijgt bovendien extra operationele hulp. Frontex, Europol en het EU-Asielagentschap hebben positief gereageerd op een Spaans verzoek om ondersteuning. Madrid had Brussel gevraagd deze Europese diensten onder meer te laten helpen bij de registratie en verdere behandeling van migranten die nog in Ceuta verblijven.
Bovenop Spaans miljoenenpakket
De Europese bijdrage komt bovenop een groot noodpakket dat de Spaanse regering zelf al heeft aangekondigd. Madrid trekt in 2026 309 miljoen euro uit om Ceuta na de crisis te ondersteunen.
Daarvan gaat 118 miljoen naar humanitaire opvang en 90 miljoen naar veiligheid. Verder is 21 miljoen bestemd voor essentiële publieke diensten en 80 miljoen voor bedrijven en werknemers die door de crisis zijn geraakt.
Ook probeert de regering het aantal migranten dat nog in Ceuta verblijft verder terug te brengen. Tussen 10 en 31 augustus keerden volgens officiële cijfers 3.519 mensen vrijwillig terug naar Marokko. Daarnaast werden in die periode 214 mensen uitgezet. Na de massale toestroom werden bovendien 1.129 minderjarigen geregistreerd.
Regering onder vuur om waarschuwingen
De financiële steun komt terwijl in Spanje een stevige politieke discussie woedt over de vraag of de crisis voorkomen of beter voorbereid had kunnen worden.
De regering heeft veertig rapporten en berichten over de dagen voor de massale grensoversteek vrijgegeven. Daaruit blijkt dat de Spaanse inlichtingendienst CNI al vóór 30 juli signalen had over oproepen om Ceuta binnen te komen. Op 29 juli waarschuwde de dienst ook de Marokkaanse inlichtingendienst voor plannen om zowel zwemmend als via het grenshek naar Ceuta te trekken. De oproepen circuleerden volgens de stukken in groepen op sociale media met gezamenlijk ongeveer 180.000 leden. Geen van de waarschuwingen voorspelde echter een toestroom van de uiteindelijke omvang.
Over de betekenis van die waarschuwingen bestaat inmiddels ruzie. De regeringsvertegenwoordiger in Ceuta, Miguel Ángel Pérez Triano, zegt dat een WhatsApp-bericht van het CNI geen officiële waarschuwing was. „Natuurlijk was het geen alarm”, verklaarde hij. Volgens hem worden echte CNI-waarschuwingen via andere kanalen aan onder meer de ministeries van Defensie en Binnenlandse Zaken gestuurd.
Oppositiepartijen verwijten de regering juist dat er voldoende signalen waren om eerder in te grijpen. Ook de vrijgegeven documenten laten zien dat verschillende overheidsdiensten in de dagen voor de crisis een oplopende migratiedruk zagen, al voorzag niemand dat meer dan 70.000 mensen in zo korte tijd de grens zouden oversteken.
Te midden van die politieke strijd kiest Brussel nu voor financiële en praktische steun. De Commissie noemt de 114,7 miljoen euro een teken van „volledige solidariteit” met Spanje. Het geld moet niet alleen helpen bij de nasleep van de crisis, maar Ceuta ook beter voorbereiden op een nieuwe grootschalige toestroom.
























































