Minister krijgt advies om zijn macht deels over te dragen aan de rechter

De minister van Justitie en Veiligheid moet een belangrijke beslissingsbevoegdheid afstaan aan de rechter. Dat adviseren onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen en Universiteit Leiden in een onderzoek dat is uitgevoerd in opdracht van het WODC. Zij willen dat voortaan niet de minister, maar een rechter beslist of een buitenlandse gevangenisstraf in Nederland wordt uitgevoerd. Ook moet de veroordeelde meer ruimte krijgen om zijn standpunt te geven en moet hij recht op juridische bijstand hebben.
Lees ook

Syrische tiener heeft al 114 politieregistraties: zijn familie mag naar Nederland komen
Het gaat om de zogenoemde WETS-procedure. Die wordt gebruikt als iemand in een andere EU-lidstaat is veroordeeld, maar voldoende binding heeft met Nederland om de straf hier uit te zitten. Jaarlijks gebeurt dat ongeveer 200 tot 300 keer. Het belangrijkste doel is een betere terugkeer van veroordeelden in de Nederlandse samenleving.
Nu ligt de uiteindelijke beslissing bij de minister van Justitie en Veiligheid. In de praktijk wordt die bevoegdheid namens de minister uitgevoerd door de Dienst Justitiële Inrichtingen. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden beoordeelt wel belangrijke onderdelen van de zaak, zoals de hoogte en verenigbaarheid van de straf met Nederlands recht. Daarna neemt de minister het besluit.
Onderzoekers willen minister uit procedure
Volgens de onderzoekers zitten er verschillende problemen in die constructie. De minister kan sommige verzoeken zonder tussenkomst van een rechter afwijzen. Bovendien verloopt de procedure grotendeels schriftelijk en heeft de veroordeelde maar beperkte mogelijkheden om zijn eigen standpunt naar voren te brengen.
Ook heeft een veroordeelde volgens de huidige WETS geen zelfstandig recht om tijdens deze procedure mondeling of schriftelijk te worden gehoord. Evenmin bestaat er op grond van deze wet een recht op een advocaat of rechtsbijstand bij de bijzondere kamer van het gerechtshof.
Daarom gaat het advies aanzienlijk verder dan enkele technische aanpassingen. „De meest aanbevelenswaardige constructie is om de rechter aan te wijzen als bevoegde (beslissende) autoriteit”, schrijven de onderzoekers. „In de procedure dient de minister geen rol te hebben.”
De politieke beslissingsmacht over deze vorm van strafovername zou daarmee verdwijnen en volledig bij de rechterlijke macht terechtkomen.
Veroordeelde krijgt grotere rol
De nieuwe procedure moet volgens het rapport een volwaardige rechtszaak worden waarin beide kanten worden gehoord. De veroordeelde moet zijn standpunt kunnen geven en recht krijgen op juridische bijstand.
Eenvoudige zaken kunnen volgens het voorstel door één rechter schriftelijk worden behandeld. Complexere zaken zouden voor meerdere rechters tijdens een openbare zitting moeten komen. Ook uitspraken moeten openbaar worden gemaakt en aan de veroordeelde worden verstrekt.
De onderzoekers willen bovendien dat één rechterlijke instantie verantwoordelijk wordt voor deze zaken. Nu kunnen verschillende gerechten betrokken raken bij vergelijkbare procedures, waardoor volgens het rapport een risico op verschillen in behandeling bestaat.
Ook vervroegde vrijlating naar rechter
Ook over de daadwerkelijke lengte van een gevangenisstraf krijgt de rechter in het voorstel meer invloed. EU-landen hanteren verschillende regels voor voorwaardelijke of vervroegde invrijheidstelling. Daardoor kan iemand die zijn buitenlandse straf in Nederland voortzet uiteindelijk langer vastzitten dan hij in het land van veroordeling zou hebben gezeten.
Dat probleem is groter geworden sinds Nederland in 2021 strengere regels voor voorwaardelijke invrijheidstelling invoerde. Nu moeten veroordeelden soms via een gratieverzoek of de burgerlijke rechter proberen dat verschil te corrigeren.
De onderzoekers adviseren daarom dat de rechter meteen kan beoordelen of een eerdere datum voor voorwaardelijke invrijheidstelling nodig is. Ook tijdens de uitvoering van de straf moet een veroordeelde daar een gemotiveerd verzoek voor kunnen indienen.
Aanleiding ligt ook bij Europees recht
Het onderzoek kwam er na kritiek op de Nederlandse procedure vanuit de Europese Unie en ontwikkelingen in de rechtspraak. Een Europese evaluatie wees onder meer op het sterk administratieve karakter van het Nederlandse systeem, het ontbreken van een hoorzitting en de beperkte mogelijkheden voor rechters om vragen aan het Europees Hof van Justitie te stellen.
De onderzoekers adviseren daarom niet alleen meer rechtsbescherming voor veroordeelden, maar ook een fundamentele verschuiving van bevoegdheden.
Als het voorstel wordt overgenomen, verliest de minister zijn beslissende rol bij de overname van buitenlandse gevangenisstraffen. Die macht komt dan volledig bij de rechter te liggen.



























































