Vrijwilligers VluchtelingenWerk haken af uit frustratie over vluchtelingen: ‘Ik voel me gebruikt’

Sommige vrijwilligers van VluchtelingenWerk stoppen omdat het contact met vluchtelingen hen zwaar tegenvalt. Afspraken worden niet nagekomen, vrijwilligers zitten geregeld voor niets te wachten en sommigen missen waardering voor hun inzet. Een voormalige vrijwilliger vat de frustratie scherp samen: „Ik kan er niet meer tegen en voel me gebruikt.” Dat blijkt uit onderzoek van de Erasmus Universiteit. Ondertussen bereidt VluchtelingenWerk zijn mensen structureel voor op dwingend en agressief gedrag.
Lees ook

D66-Kamerlid wil alle 60.000 Ceuta-bestormers in procedure nemen: "Europa is een rechtsstaat"
De onderzoekers wilden weten waarom vrijwilligers bij VluchtelingenWerk Nederland afhaken. Hiervoor analyseerden zij de antwoorden van 605 voormalige vrijwilligers van VluchtelingenWerk Nederland. De gegevens werden verzameld tussen mei 2023 en oktober 2024. De studie verscheen eind 2025 in het wetenschappelijke tijdschrift Voluntas.
De meeste vrijwilligers stoppen vanwege persoonlijke omstandigheden of problemen binnen de organisatie. Maar daarnaast vonden de onderzoekers een duidelijke derde groep: mensen bij wie frustratie over het contact met vluchtelingen zelf meespeelt.
Maandenlang niet komen opdagen
De onderzoekers spreken van problemen in de verhouding tussen vrijwilliger en vluchteling. Vooral herhaaldelijk niet verschijnen op afspraken komt terug.
Een voormalige vrijwilliger beschreef hoe dat maanden doorging. „Steeds niet op tijd komen, afspraken vergeten en de onverschilligheid tegenover mij. Dit ging maanden zo door. Ik ben er klaar mee. Ik kan er niet meer tegen en voel me gebruikt.”
Een andere deelnemer vertelde dat hij steeds vaker voor niets zat te wachten. „Ik ben vooral gestopt omdat ik steeds vaker zat te wachten op mensen die niet kwamen opdagen. Dat kostte me dan een uur van mijn kostbare tijd.”
Volgens de onderzoekers kunnen zulke ervaringen ertoe leiden dat vrijwilligers het gevoel krijgen dat hun tijd en bereidheid om te helpen onvoldoende worden benut. In sommige gevallen werd die frustratie uiteindelijk de belangrijkste reden om ermee te stoppen.
‘Een beetje dankbaarheid mag wel’
Ook een gebrek aan waardering speelt mee. Een vrijwilliger vertelde veel voor één vluchteling te hebben gedaan, maar het gevoel te krijgen dat alle hulp als vanzelfsprekend werd beschouwd. „Ik heb veel voor een vluchteling gedaan. Maar alles leek voor haar ‘vanzelfsprekend’ te zijn. Ook als je vluchteling bent, mag een beetje dankbaarheid wel.”
De onderzoekers concluderen daaruit dat niet alleen de manier waarop een organisatie haar vrijwilligers behandelt van belang is. Ook de omgang door de mensen die zij helpen kan bepalen of iemand gemotiveerd blijft.
Sommige voormalige vrijwilligers stapten daarom over naar ander vrijwilligerswerk. Een respondent zei elders meer waardering te ervaren: „Sorry, maar ik doe meer vrijwilligerswerk en daar wordt mijn werk, anders dan hier bij VluchtelingenWerk, wél gewaardeerd.”
VluchtelingenWerk traint vrijwilligers op dwingend en agressief gedrag
De problemen beperken zich niet tot gemiste afspraken of gebrek aan waardering. VluchtelingenWerk houdt er zelf rekening mee dat medewerkers en vrijwilligers met dwingend en agressief gedrag te maken kunnen krijgen. De organisatie maakte de training 'Omgaan met dwingend en agressief gedrag' in 2024 structureel onderdeel van de VluchtelingenWerk Academie. Die is bedoeld voor zowel betaalde krachten als vrijwilligers. Ook werd een veiligheidsadviseur aangesteld, kreeg een speciaal incidententeam extra training en werd gewerkt aan een crisismanagementteam.
Ter Apel werd dieptepunt
Hoe ernstig zo’n situatie kan worden, bleek deze zomer in Ter Apel. VluchtelingenWerk en het Rode Kruis staakten daar op 10 juli de hulpverlening op het voorterrein van het aanmeldcentrum. Volgens VluchtelingenWerk was de veiligheid in de weken daarvoor zo sterk verslechterd dat medewerkers er niet langer veilig en verantwoord konden werken. De organisatie wees daarbij expliciet naar een kleine groep mensen met weinig kans op asiel, wier gedrag volgens VluchtelingenWerk leidde tot „spanningen en incidenten”.
De maatregel had grote gevolgen. Juist op het voorterrein spraken hulpverleners dagelijks met nieuw aangekomen asielzoekers en konden zij kwetsbare mensen signaleren. Toch vond VluchtelingenWerk doorgaan niet verantwoord. Pas nadat een andere, beter beveiligde locatie beschikbaar kwam, werd de dienstverlening hervat. Daarbij werden extra veiligheidsmaatregelen genomen voor medewerkers én vrijwilligers en kreeg alleen de doelgroep toegang tot het pand.
Niet de belangrijkste reden voor vertrek
Het onderzoek laat tegelijkertijd zien dat frustratie over vluchtelingen niet de voornaamste reden is waarom vrijwilligers stoppen. Van de onderzochte ex-vrijwilligers vielen 267 mensen in de categorie organisatie-gerelateerde redenen. Zij wezen bijvoorbeeld op gebrekkige begeleiding, te veel verantwoordelijkheid, bureaucratie of onvoldoende waardering vanuit betaalde medewerkers.
Nog eens 215 mensen stopten vooral vanwege persoonlijke omstandigheden, zoals werk, studie, gezondheid of familie. Bij 101 voormalige vrijwilligers speelden redenen rond eigen verwachtingen, doelen en ervaringen met het vrijwilligerswerk. Juist binnen die laatste categorie komen de problematische contacten met vluchtelingen naar voren.
Ook de organisatie zelf krijgt dus stevige kritiek. Een vrijwilliger vertelde onmiddellijk verantwoordelijkheid te hebben gekregen voor één of meerdere vluchtelingengezinnen, zonder voldoende begeleiding. Een ander zei door de problemen van vluchtelingen zo te worden opgeslokt dat hij steeds slechter sliep en somberder werd.
Veel vrijwilligers stoppen snel
Het onderzoek is relevant voor VluchtelingenWerk, dat sterk afhankelijk is van vrijwillige inzet. Begin 2023 telde de organisatie ruim 9.300 vrijwilligers, die onder meer juridische, sociale en taalkundige begeleiding aan vluchtelingen bieden. De onderzoekers wijzen tegelijkertijd op een groot verloop: veel mensen beginnen, maar een aanzienlijk deel stopt relatief snel.
Het onderzoek biedt geen bewijs dat intimidatie, seksuele intimidatie of culturele conflicten op grote schaal achter dat vertrek zitten. Die categorieën zijn niet afzonderlijk vastgesteld. Wel maakt de studie duidelijk dat het gedrag van vluchtelingen tegenover hun begeleiders voor een deel van de vrijwilligers rechtstreeks meespeelt in hun besluit om te stoppen.


























































