Minister belooft 100.000 woningen, maar ING ziet het niet gebeuren

De woningbouw blijft ver achter bij de verwachtingen van het ministerie van Volkshuisvesting. ING rekent voor 2027 op slechts 74.000 opgeleverde nieuwbouwwoningen, terwijl het ministerie stelt dat de kabinetsdoelstelling van 100.000 woningen dat jaar al wordt gehaald. Stikstofbeperkingen, hoge bouwkosten, personeelstekorten en beperkte netcapaciteit remmen de bouw.
Ook 2026 begon zwak. In de eerste vier maanden werden zeven procent minder nieuwe woningen opgeleverd dan in dezelfde periode vorig jaar. ING verwacht dat deze achterstand later wordt ingehaald en komt voor heel 2026 uit op 71.000 woningen, tegenover ruim 69.000 woningen die het CBS vorig jaar registreerde.
Verschil in rekenmethode
Het verschil tussen ING en het ministerie komt door een andere manier van tellen. Sectoreconoom bouw Maurice van Sante zegt tegenover De Telegraaf: ‘Wij kijken puur naar het aantal woningen dat wordt gebouwd. Zij tellen allerlei andere toevoegingen erbij op, zoals woningsplitsingen en transformaties’. Hij voegt toe: ‘Maar dan moet je eigenlijk ook de gesloopte woningen ervan aftrekken, zo’n 10.000 woningen per jaar.’
Bouworganisaties waarschuwden eerder al dat de raming van het ministerie veel te hoog ligt. Van Sante vat de problemen samen als de ‘STOP-factoren’. Daarmee bedoelt hij stikstofbeperkingen, een tekort aan personeel, onvoldoende netcapaciteit en prijsdruk door hoge bouwkosten.
Vergunning is nog geen woning
Het aantal bouwvergunningen stijgt, maar dat levert niet direct extra woningen op. In mei werden 10.628 vergunningen afgegeven voor nieuwbouwwoningen, het hoogste maandcijfer sinds 2015. Van Sante waarschuwt: ‘De vergunningenpijplijn vult zich, maar dat betekent niet dat er morgen ook meer woningen worden opgeleverd. Tussen vergunning en sleuteloverdracht zit vaak ruim twee jaar.’
Ook de beperkte capaciteit bij bouwbedrijven speelt mee. Bedrijven spreiden opdrachten om pieken en dalen in het werk te voorkomen. Projecten kunnen bovendien vertragen wanneer woningen nog verkocht moeten worden, of wanneer plannen worden aangepast en opnieuw moeten worden vergund.
Bouwsector blijft structureel klem
Van Sante noemt de problemen in de woningbouw ‘een veelkoppig monster’. Hij zegt: ‘Daardoor is het heel lastig om de aantallen omhoog te krijgen. Bijvoorbeeld een afsluiting van de Straat van Hormuz, zoals nu gebeurt. Dat soort dingen kan het verschil maken.’ Daarmee onderstreept hij dat meerdere problemen tegelijk de woningbouw raken.
Het personeelstekort blijft zwaar drukken op de sector. Volgens Van Sante geeft ongeveer dertig procent van de bouwbedrijven aan niet al het werk te kunnen aanpakken door gebrek aan personeel. Woningfabrieken hebben wel capaciteit, maar daarvan wordt volgens hem te weinig gebruikgemaakt.






















































