EU-importverbod op Braziliaans hormoonrundvlees lijkt onafwendbaar vanaf september

De Europese Unie lijkt vanaf 3 september de import van rundvlees uit Brazilië stil te leggen. Brussel maakt zich zorgen over het gebruik van antimicrobiële middelen als groeibevorderaar en het toezicht daarop in Brazilië. Het land kan op korte termijn niet garanderen dat runderen voor de Europese markt gedurende hun hele leven geen verboden middelen hebben gekregen. BBB-Europarlementariër Sander Smit zegt dat hij de Europese Commissie al begin 2025 op problemen met Braziliaans vlees wees.
Eind augustus reist nog een Europese delegatie naar Brazilië. Op 24 augustus staat daar een EU-audit gepland, maar die richt zich alleen op producten waarvoor Brazilië schriftelijke garanties kan geven. Volgens EU-woordvoerder Eva Hrncirova gaat het daarbij om kip en honing. Voor rundvlees ontbreken volgens haar garanties over de volledige levensduur van de dieren.
Verbod kan lang duren
De Europese regels schrijven voor dat dieren en dierlijke producten voor de EU nooit antimicrobiële middelen mogen hebben gekregen die als groeibevorderaar worden gebruikt of zijn voorbehouden voor de behandeling van infecties bij mensen. Voor Braziliaanse runderen die binnenkort worden geslacht, kan dat momenteel niet worden gegarandeerd. Omdat een rund in Brazilië ongeveer twee jaar nodig heeft van geboorte tot slacht, bestaat daar de vrees dat een importverbod minstens twee jaar kan duren.
De Europese Commissie kondigde in mei al aan dat vanaf 3 september een importstop kan volgen voor onder meer rundvlees als Brazilië onvoldoende maatregelen neemt. Dat gebeurde kort na de handelsafspraken met Mercosur die op 1 mei ingingen. Daarin is afgesproken dat jaarlijks 99.000 ton rundvlees uit Argentinië, Brazilië, Paraguay en Uruguay tegen een lager invoertarief de EU binnen mag komen. Het grootste gedeelte daarvan komt uit Brazilië.
BBB'er: 'Goed dat nu eindelijk wél lijkt te worden doorgepakt'
Smit reageert positief op het dreigende ingrijpen. 'Heb zelf al in begin 2025 met klem de Europese Commissie gewezen op problemen met Braziliaans hormoonvlees volgens de door mij en medewerkers minutieus gelezen inspectierapporten en audits.' Volgens hem werd dat destijds nog tegengesproken door een EU-ambtenaar in zijn voedselveiligheidscommissie.
De BBB'er vervolgt: 'Met collega’s blijven wijzen op probleem hormoonvlees. Goed dat nu eindelijk wél lijkt te worden doorgepakt, Eurocommissaris Oliver Várhelyi.' Hij waarschuwt bovendien dat het Mercosur-akkoord geen reden mag zijn om Europese normen te verlagen. 'De zeer omstreden voorlopige tenuitvoerlegging van Mercosur door Ursula von der Leyen tegen de wil van het EP in, kan en mag nóóit een vrijbrief zijn om te marchanderen met onze hoge Europese voedselveiligheidsnormen!'
Voor Nederlandse rundveehouders kan een importstop tegelijkertijd enige ruimte bieden. De prijzen voor slachtrunderen zijn sinds maart gedaald en er liggen grote voorraden ingevroren vlees. Minder Braziliaans rundvlees op de Europese markt kan helpen om die voorraden weg te werken.
BBB stelde eerder vragen
De BBB trok eerder al aan de bel over Braziliaans rundvlees. In februari stelde Smit samen met BBB-Europarlementariër Jessika van Leeuwen vragen aan de Europese Commissie nadat de NVWA had vastgesteld dat zes zendingen Braziliaans rundvlees met het in de EU verboden hormoon oestradiol via Nederland de Europese markt waren binnengekomen. Volgens de NVWA was het aannemelijk dat een deel van dat vlees door consumenten was gegeten.
De BBB wilde onder meer weten hoe het besmette vlees de Europese markt had kunnen bereiken. Smit wees erop dat hij al in januari 2025 had gewaarschuwd voor risico's rond Braziliaans vlees, terwijl de Commissie toen stelde dat er 'geen bewijs' was van besmet vlees op de EU-markt. Na de vondsten reageerde hij scherp: 'De geruststellende woorden van de Commissie blijken nu een farce'. Ook pleitte hij destijds al voor ingrijpen: 'Dit hormoonrundvleesschandaal moet opgehelderd worden en in elk geval tot die tijd moet er een invoerstop volgen in overeenstemming met het EU-voorzorgsbeginsel'.






















































