Ceuta, een Spaanse enclave aan de Noord-Afrikaanse kust, kreeg een maand geleden te maken met een ongekende toestroom van migranten. Meer dan 60.000 mensen bereikten vanuit Marokko de enclave, soms zwemmend, in de hoop asiel aan te vragen.
Al weken zijn er ook tal van meldingen van misdrijven door de illegale immigranten. Woensdag gingen duizenden inwoners de straat op om het vertrek van de migranten te eisen. Volgens Spaanse media moest de politie meerdere keren ingrijpen om confrontaties te voorkomen. Daarbij werd ook traangas ingezet om te verhinderen dat demonstranten het strand bereikten waar de migranten verblijven. Volgens de krant El País was het de eerste keer dat demonstranten zo openlijk probeerden de migranten aan te vallen.
Donderdag liep de situatie opnieuw uit de hand. Een konvooi van het Rode Kruis, bestaande uit een vrachtwagen en drie busjes, werd tegengehouden door ongeveer honderd demonstranten. De voertuigen waren onderweg om voedsel en water uit te delen aan de migranten. Later slaagden vrijwilligers er op een andere locatie alsnog in voedselpakketten uit te delen. Volgens El Mundo maakten enkele demonstranten daarvan gebruik om het geïmproviseerde kamp binnen te dringen. Daar werden twee hutjes in brand gestoken. Ook rugzakken, handdoeken en andere persoonlijke bezittingen verdwenen in het vuur. De oproerpolitie maakte uiteindelijk een einde aan de ongeregeldheden.