SGP-leider Stoffer waarschuwt bij voor ‘islamisering’: ‘Laat het afgelopen zijn met diepe buigingen voor de islam’

SGP-leider Chris Stoffer heeft tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen fel gewaarschuwd voor wat hij de islamisering van het publieke domein noemt. Hij wil dat de Nederlandse overheid meer afstand houdt tot de islam, geen iftarmaaltijden organiseert of bekostigt en scherper optreedt tegen de invloed van islamistische organisaties.
Lees ook

Rutte geeft geen uitleg over waarom kabinet motie afwijzing Digitaal ID niet wil uitvoeren
Lees ook

Motie tegen Urgenda aangenomen; links is woedend: 'Rechtsstaat verder onderuit gehaald'
Stoffer stelde dat politieke en maatschappelijke machtsvorming niet altijd duidelijk zichtbaar is. Volgens hem kan die ook via overheden en internationale organisaties plaatsvinden. “Het is heel vreemd om te zien hoe in het Westen sluipenderwijs een islamisering van het publieke domein in de hand wordt gewerkt”, zei de SGP-leider.
Daarbij wees hij nadrukkelijk naar de Verenigde Naties. Stoffer keerde zich tegen de internationale dag tegen islamofobie. De term islamofobie is volgens hem omstreden en kan worden gebruikt om kritiek op de islam verdacht te maken. “De VN proberen hiermee oprechte zorgen over de islam weg te zetten als een fobie.” De SGP heeft zich eerder in de Tweede Kamer tegen deze koers uitgesproken. Stoffer vindt dat Nederland die lijn verder moet doortrekken.
Vervolgens richtte hij zich rechtstreeks op de Nederlandse overheid. “Laat het ook afgelopen zijn met de diepe buigingen die de Nederlandse overheid maakt voor de islam, bijvoorbeeld door het organiseren of bekostigen van iftarmaaltijden.”
Daarmee plaatste Stoffer vraagtekens bij de rol van de overheid bij islamitische religieuze en culturele activiteiten. Hij koppelde dat aan zijn bredere betoog dat de staat niet moet buigen voor ideologische of religieuze machtsvorming. De SGP-leider ging vervolgens een stap verder. Hij vroeg aandacht voor mogelijke invloed van de Moslimbroederschap. “Tegelijkertijd moeten we ook alert zijn op meer subtiele en minder zichtbare risico’s, bijvoorbeeld de invloed van organisaties zoals de Moslimbroederschap.”
Stoffer vroeg het kabinet hoe het omgaat met een aangenomen of ingediende motie over een verbod op de organisatie en hoe daaraan uitvoering wordt gegeven. In zijn toespraak werkte hij niet nader uit welke organisaties of personen in Nederland volgens hem concreet onder de Moslimbroederschap vallen.























































