Helft VVD-kiezers steunt hogere vermogensbelasting

Een hogere belasting op vermogen kan op opvallend brede steun rekenen. Niet alleen linkse kiezers zien daar iets in. Ook onder mensen die VVD stemmen, vindt ongeveer de helft zo'n verhoging aanvaardbaar als daarmee een stijging van de belasting op inkomen wordt voorkomen.
Lees ook

Na CDA komt ook VVD in verzet tegen beleid Van Essen: 'Dit ondermijnt het vertrouwen'
Dat blijkt uit onderzoek van Kieskompas in opdracht van Trouw. Ruim 4.600 respondenten kregen verschillende keuzes voorgelegd over het belasten van arbeid, vermogen, woningen en erfenissen. Volgens Trouw vinden kiezers van vrijwel alle partijen het in zo'n afweging aantrekkelijker om vermogen zwaarder te belasten dan inkomen uit werk.
De uitkomst is politiek relevant. Juist over de belasting op vermogen liggen D66, VVD en CDA binnen het minderheidskabinet met elkaar overhoop.
VVD-kiezer minder stellig dan partij
De VVD verzet zich traditioneel tegen hogere belastingen op sparen en beleggen. In het verkiezingsprogramma van de partij stond expliciet dat box 3 niet verder verzwaard moet worden. Ook wil de VVD geen hogere erf- en schenkbelasting.
De eigen achterban blijkt minder eensgezind wanneer er een concrete keuze tegenover staat. Als een hogere vermogensbelasting voorkomt dat de inkomstenbelasting stijgt, vindt 50 procent van de VVD-kiezers dat volgens Kieskompas acceptabel.
Dat verschil zit waarschijnlijk mede in de manier waarop de vraag wordt gesteld. Kieskompas vraagt niet simpelweg of mensen „meer belasting” willen betalen, maar laat ze kiezen waar de rekening terecht moet komen.
Onderzoeker Jeroen van Lindert vatte dat tegenover Trouw samen: „Niemand vindt het leuk om belasting te betalen. Maar als je mensen keuzes voorlegt, dan blijken ze niet zo dogmatisch.”
Ook het beperken van de hypotheekrenteaftrek en het verhogen van de erfbelasting krijgen volgens het onderzoek aanzienlijk meer steun wanneer daar tegenover staat dat de belasting op arbeid niet verder hoeft te stijgen.
Coalitie ruziet over box 3
Tegelijk speelt in Den Haag een ingewikkelde strijd over box 3, waarin onder meer spaargeld, aandelen en een tweede woning vallen.
Het huidige tarief over het berekende box-3-inkomen bedraagt 36 procent. Voor een alleenstaande geldt in 2026 een heffingsvrij vermogen van 59.357 euro. (Rijksoverheid)
De grote discussie gaat inmiddels echter niet alleen over hoe hoog de belasting moet zijn, maar vooral over wanneerrendement wordt belast.
VVD-minister Eelco Heinen wil toe naar een vermogenswinstbelasting. Daarbij wordt waardestijging van bijvoorbeeld aandelen pas belast wanneer de belegger daadwerkelijk verkoopt. D66 en CDA vrezen dat een snelle overstap miljarden aan belastinginkomsten naar achteren schuift. Volgens ambtelijke berekeningen kan een volledige overstap de schatkist in de eerste jaren 11 tot 25 miljard euro aan ontvangsten kosten of uitstellen.
Bij een vermogensaanwasbelasting wordt daarentegen ieder jaar belasting betaald over de waardestijging, ook wanneer de belegger zijn aandelen nog helemaal niet heeft verkocht.
De coalitie kwam er voor Prinsjesdag niet uit. Daarom is een definitieve keuze opnieuw uitgesteld. Het kabinet wil uiterlijk bij het volgende grote begrotingsmoment met nieuwe voorstellen komen.
'Vermogensbelasting' is niet hetzelfde als box 3-discussie
Daarbij is een belangrijke nuance nodig. De term „hogere vermogensbelasting” uit het Kieskompas-onderzoek is breder dan de technische discussie die momenteel over box 3 wordt gevoerd.
D66 pleitte in zijn verkiezingsprogramma bijvoorbeeld voor een aparte belasting voor box-3-vermogens boven een miljoen euro en een hoger tarief voor zeer grote rendementen. Het CDA wilde het box-3-tarief verhogen. De VVD wilde juist geen hogere heffing op vermogen.
In het uiteindelijke coalitieakkoord werd zo'n algemene verhoging niet afgesproken. Wel spraken de partijen af toe te werken naar belasting over werkelijk rendement en uiteindelijk een vermogenswinstsystematiek.
De peiling laat dus niet automatisch zien dat een meerderheid ieder concreet voorstel van D66 of CDA steunt. Ze laat vooral zien dat veel kiezers, inclusief een opvallend deel van de VVD-achterban, bij een keuze tussen belasting op arbeid en belasting op vermogen liever de rekening richting vermogen verschuiven.
Prinsjesdagpakket inmiddels genuanceerder
Het onderzoek verscheen op de ochtend van Prinsjesdag, toen nog werd bericht dat de loonbelasting zou stijgen. De inmiddels gepubliceerde definitieve plannen geven een gemengder beeld.
Het kabinet stelt voor de tarieven in de eerste en tweede schijf van de inkomstenbelasting in 2027 juist met 0,06 procentpunt te verlagen. Ook gaat de arbeidskorting met 173 euro omhoog. Tegelijk worden andere fiscale voordelen beperkt en wordt de grens voor het hoogste belastingtarief niet volledig aangepast, waardoor sommige hogere inkomens eerder in het toptarief terechtkomen.
De politieke tegenstelling blijft daarmee overeind: terwijl de coalitie nog zoekt naar een nieuw systeem voor vermogen, laat het Kieskompas-onderzoek zien dat er onder kiezers aanzienlijk meer ruimte bestaat voor een verschuiving van belasting op arbeid naar vermogen dan de traditionele partijstandpunten doen vermoeden.



























































