Volkskrant-column wil democratie omver blazen: óók stemrecht zonder verblijfsrecht

Een gastcolumn in de Volkskrant pleit voor een radicale verbouwing van de Nederlandse democratie. Nationaliteit zou niet langer moeten bepalen wie mag stemmen. Ook verblijfsrecht moet volgens politiek filosoof Tivadar Vervoort uiteindelijk worden losgekoppeld van het kiesrecht. De natiestaat zelf draagt volgens hem zelfs „het gevaar van fascisme” in zich.
Lees ook

Overheid bestelde rapport bij onderzoekers die Extinction Rebellion bejubelden
Het gaat om een ingezonden opiniestuk en niet per se om het standpunt van de Volkskrant-redactie. Maar de voorstellen raken rechtstreeks aan enkele fundamenten van de huidige Nederlandse rechtsorde.
Vervoort vindt dat de Grondwet onvoldoende bescherming biedt tegen uiterst rechts. Volgens hem zit het probleem juist deels ín de bestaande staatsinrichting. „De natiestaat en de rechten die deze verleent zijn gebouwd op het ‘eigen volk eerst’-principe, en dragen daardoor het gevaar van fascisme in zich”, schrijft hij.
Staatsburgerschap moet verdwijnen als voorwaarde
De columnist stoort zich eraan dat Nederlanders uiteindelijk bepalen wie Nederlander wordt en dat belangrijke politieke rechten vervolgens aan dat staatsburgerschap zijn gekoppeld.
Hij spreekt over „etnisch-nationalistische privileges” en pleit voor een „abolitionistische” politiek die deze moet afschaffen. Niet nationaliteit, maar het feit dat mensen samenleven zou volgens hem moeten bepalen wie politieke zeggenschap krijgt.
Dat zou een fundamentele breuk betekenen met het huidige staatsbestel. Artikel 54 van de Grondwet bepaalt namelijk dat leden van de Tweede Kamer worden gekozen door Nederlanders van achttien jaar en ouder. Wie nationaal stemrecht volledig wil loskoppelen van het Nederlanderschap, moet dus de Grondwet wijzigen.
Zelfs verblijfsrecht geen vereiste meer
Vervoort gaat verder. Ook een geldige verblijfsstatus zou uiteindelijk niet meer beslissend moeten zijn. Hij stelt voor stemrecht eerst te verbinden aan zogenoemde stadspaspoorten. Uiteindelijk ziet hij meer in een Europees identiteitsdocument dat losstaat van nationaliteit en waarmee mensen lokaal, nationaal én Europees zouden kunnen stemmen.
Daarmee zou ook het juridische onderscheid tussen staatsburgers, rechtmatig verblijvende vreemdelingen en mogelijk mensen zonder verblijfsrecht voor het kiesrecht veel minder belangrijk worden.
Pleiten voor zo'n systeem is op zichzelf niet onrechtsstatelijk. Ook de Grondwet mag langs democratische weg worden gewijzigd. Maar het voorstel vervangt wel een belangrijk uitgangspunt van de huidige constitutionele orde: dat nationale politieke macht uiteindelijk wordt toegekend door Nederlandse staatsburgers.
Feitelijke fout over gemeentelijk stemrecht
Opvallend is dat Vervoort zijn pleidooi deels onderbouwt met een onjuiste voorstelling van het Nederlandse kiesrecht. „Dat het ook anders kan, blijkt elke vier jaar tijdens de gemeenteraadsverkiezingen. Daarbij mogen alle geregistreerde bewoners van een gemeente immers meestemmen”, schrijft hij.
Dat klopt niet. EU-burgers die in Nederland wonen mogen bij gemeenteraadsverkiezingen stemmen. Voor inwoners van buiten de Europese Unie geldt in beginsel dat zij minstens vijf jaar rechtmatig en onafgebroken in Nederland moeten verblijven. Alleen ergens ingeschreven staan is dus niet voldoende. Mensen zonder rechtmatig verblijf krijgen evenmin automatisch gemeentelijk stemrecht. Juist dat is relevant, omdat Vervoort vervolgens voorstelt om die verblijfsrechtelijke voorwaarde los te laten.
Ook New York-voorbeeld wringt
De columnist wijst daarnaast op New York als voorbeeld van een politieke gemeenschap die minder rond staatsburgerschap zou kunnen worden georganiseerd. Maar in de praktijk liep ook daar een poging om niet-Amerikaanse inwoners lokaal stemrecht te geven juridisch vast. New York City nam zo'n regeling aan, maar het hoogste gerechtshof van de staat verklaarde die in 2025 ongeldig omdat de staatsgrondwet het kiesrecht aan Amerikaanse burgers koppelt.
Een stadspas waarmee ook mensen zonder reguliere immigratiestatus zich kunnen identificeren bestaat in New York wel, maar zo'n pas geeft geen stemrecht.
Nederlanderschap is geen etniciteit
Ook de term „etnisch-nationalistische privileges” is juridisch opmerkelijk. Nederlanderschap is geen etnische categorie, maar een wettelijke status. Het kan door geboorte of afstamming worden verkregen, maar ook via naturalisatie en andere procedures. Een Nederlander hoeft dus geen bepaalde etnische afkomst te hebben.
Dat de Grondwet onderscheid maakt tussen Nederlanders en vreemdelingen betekent bovendien niet dat vreemdelingen buiten de rechtsstaat vallen. Artikel 1 beschermt iedereen die zich in Nederland bevindt tegen discriminatie. Artikel 2 bepaalt vervolgens dat de wet regelt wie Nederlander is en hoe toelating en uitzetting worden geregeld.
Rechtsstaat verdedigen door hem ingrijpend te veranderen
Daarmee zit er een opmerkelijke spanning in de column. De auteur verwijt uiterst rechts dat het de rechtsstaat en gelijkheid bedreigt, maar zijn oplossing is niet om de bestaande constitutionele orde sterker te verdedigen.
Hij wil juist essentiële onderdelen ervan vervangen. Nationaliteit moet haar centrale betekenis verliezen, nationaal stemrecht moet worden opengebroken en de politieke gemeenschap moet uiteindelijk minder door landsgrenzen worden bepaald.
Dat is moeilijk te presenteren als slechts een verdediging van de bestaande rechtsstaat. Vervoort bepleit in feite een radicaal ander staatsmodel, waarin staatsburgerschap en zelfs verblijfsrecht veel minder bepalen wie politieke macht in Nederland mag uitoefenen.























































