Wat krijgen basisschoolleerlingen te horen op Paarse Vrijdag? Transgenderisme en 'genderidentiteit'
Paarse Vrijdag moet op scholen bijdragen aan acceptatie en een veilig klimaat voor LHBTI’ers. Maar volgens de organisatie Wat leert mijn kind gaat een deel van het bijbehorende gesubsidieerde lesmateriaal van LHBTI-NGO COC Nederland verder dan het tegengaan van pesten en uitsluiting. De organisatie richt haar kritiek vooral op het omstreden idee 'genderidentiteit' dat jonge kinderen als feit krijgen gepresenteerd, en op de bijzondere visie dat sekse een spectrum zou zijn. Marieke den Ouden, medisch bioloog, psycholoog en betrokken bij Wat leert mijn kind, zegt tegen NieuwRechts dat ouders volgens haar vooraf beter moeten kijken naar wat scholen precies aanbieden. “Wij staan volledig achter de boodschap dat kinderen niet mogen worden buitengesloten om wie zij zijn. Maar de manier waarop dit nu voor Paarse Vrijdag wordt vormgegeven, schiet volgens ons ruimschoots voorbij aan dat doel.”
Daarmee begint de kritiek van Wat leert mijn kind, een organisatie waar verschillende artsen, psychologische en wetenschappers verbonden zijn, nadrukkelijk niet bij de vraag óf scholen aandacht mogen besteden aan homoseksualiteit, verschillende gezinssamenstellingen of kinderen die afwijken van gebruikelijke verwachtingen. Den Ouden benadrukt juist dat scholen kinderen moeten leren dat mensen verschillend zijn en dat pesten niet aanvaardbaar is. "Een kind met twee moeders, één ouder of een andere achtergrond moet dezelfde bescherming krijgen als ieder ander." De organisatie zegt zich vooral te verzetten tegen wat zij ziet als een inhoudelijke stap van respect voor personen naar instemming met een onweteschappelijke uitleg over sekse en gender.




















































