Man roept ‘Allahu akbar’ en dreigt basisschool op te blazen: rechter legt celstraf op

De man die in november 2023 een basisschool in Oisterwijk binnenliep en twee leerkrachten bedreigde met een terroristische aanslag, is in hoger beroep veroordeeld tot negen maanden cel. Het gerechtshof in Den Bosch legde de straf dinsdag opgelegd. De inmiddels 22-jarige man heeft die negen maanden al uitgezeten en hoeft niet terug naar de gevangenis. Ook vervallen de verplichte behandeling en het langdurige toezicht die de rechtbank hem eerder oplegde. Het hof acht de bedreiging met een terroristisch misdrijf wel bewezen.
Lees ook

Brabanders uit woning gezet om komst 120 statushouders: "We zijn compleet overvallen"
Het Openbaar Ministerie had in hoger beroep opnieuw achttien maanden gevangenisstraf geëist, waarvan negen maanden voorwaardelijk. Dat was dezelfde straf die de rechtbank in Breda in juli 2024 oplegde. Alleen de verdachte zelf ging tegen dat vonnis in beroep, meldde het OM aan NieuwRechts. Het hof komt nu uit op uitsluitend negen maanden onvoorwaardelijke celstraf, met aftrek van de tijd die de man al heeft vastgezeten.
Bomdreiging voor de eerste schoolbel
Op 14 november 2023 liep de toen 19-jarige man rond 7.50 uur basisschool De Coppele aan de Willem de Zwijgerlaan in Oisterwijk binnen. In een klaslokaal bedreigde hij twee leerkrachten. Hij beweerde een bom en een vuurwapen bij zich te hebben, wees naar zijn buik en maakte bewegingen alsof hij een wapen pakte. Ook riep hij herhaaldelijk „Allahu akbar” en gebruikte hij woorden als „kill kill” en „terrorisme”. Daarnaast dreigde hij een politicus iets aan te doen.
Er waren op dat moment nog geen basisschoolleerlingen aanwezig. In de aangrenzende voorschoolse opvang zaten wel tien peuters. De dreiging leidde tot een grote politieactie. De school werd ontruimd en personeel en kinderen werden opgevangen in een nabijgelegen zwembad met sporthal. Die opvang kostte de gemeente Oisterwijk ongeveer 900 euro. Agenten van de Dienst Speciale Interventies doorzochten de school en explosievenexperts onderzochten het gebouw en de omgeving. Er werd geen bom of vuurwapen gevonden. De man werd later die ochtend aangehouden.
Ook andere scholen en openbare gebouwen in de omgeving hielden uit voorzorg hun deuren gesloten. De twee basisscholen in het betrokken complex bleven volgens het hof twee dagen dicht. De veiligheidsregio evalueerde de inzet, maar maakt die evaluatie niet openbaar. Betrokkenen moeten volgens de regio „open en eerlijk kunnen reflecteren op keuzes, dilemma's en verbeterpunten”.
Hof bevestigt terroristische bedreiging
De verdediging vroeg in hoger beroep om vrijspraak. Volgens de advocaat waren de verklaringen van de leerkrachten niet voldoende betrouwbaar en was niet bewezen dat de man daadwerkelijk met een terroristische aanslag had gedreigd. Ook wees de verdediging erop dat de man verward en onder invloed was en dat deskundigen geen terroristisch motief hadden vastgesteld.
Het gerechtshof verwerpt die argumenten. Volgens de rechters konden de leerkrachten door de woorden en het gedrag van de man redelijkerwijs vrezen voor een terroristische aanslag. Juist zijn verwarde optreden en dreigende bewegingen maakten de situatie onvoorspelbaar. Dat er uiteindelijk geen explosief of wapen werd aangetroffen, verandert dat oordeel niet.
Wel corrigeert het hof een onderdeel van het eerdere vonnis. De rechtbank had bewezen geacht dat de man „I will kill everybody” riep. Volgens het hof staat alleen „I will kill” voldoende vast. Het woord „everybody” werd niet door beide getuigen bevestigd. Daarom spreekt het hof hem van dat onderdeel vrij. De veroordeling voor de terroristische bedreiging blijft verder overeind. Ook bevestigt het hof dat hij zich in oktober 2023 schuldig maakte aan de diefstal van een zonnebril.
Voor een veroordeling wegens bedreiging met een terroristisch misdrijf hoeft de verdachte zelf geen terroristisch doel te hebben. Dat volgt ook uit een uitspraak van de Hoge Raad uit 2019. Het gaat er onder meer om of de bedreiging onder de omstandigheden redelijkerwijs angst voor een terroristisch misdrijf kon veroorzaken en of de verdachte bewust de kans aanvaardde dat die angst zou ontstaan.
Geen terroristisch motief gevonden
Gedragsdeskundigen stelden vast dat de man ADHD heeft, problemen had met alcohol en cannabis en op verschillende onderdelen op licht verstandelijk beperkt niveau functioneert. Zij beschouwen hem als verminderd toerekeningsvatbaar. Uit meerdere onderzoeken bleek bovendien geen aanwijzing voor islamitische radicalisering of een daadwerkelijk terroristisch motief.
Volgens het hof ging het vermoedelijk niet om iemand met een extremistische overtuiging en een vooraf bedacht aanslagplan. De rechters zien het incident als impulsief gedrag onder invloed van alcohol en drugs. Dat neemt volgens hen niets weg van de ernst van de bedreiging. Een van de leerkrachten kreeg na het incident onder meer slaapproblemen, concentratieproblemen en paniekaanvallen. De andere had last van hoofdpijn en bleef langere tijd op haar hoede.
Straf al uitgezeten, voorwaarden vervallen
De rechtbank in Breda veroordeelde de man in juli 2024 tot achttien maanden cel, waarvan negen maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaar. Hij moest zich onder meer laten opnemen in een forensische kliniek, onder toezicht van de reclassering blijven en uit de straten rond de basisschool wegblijven. Ook kreeg hij een alcohol- en drugsverbod en een maatregel die langdurig toezicht mogelijk maakte. Het OM had destijds tbs met voorwaarden geëist.
Inmiddels heeft de man negen maanden in detentie doorgebracht en aansluitend ongeveer tien maanden in een forensisch behandelcentrum verbleven. Sinds juli 2025 woont hij weer bij zijn moeder. Volgens het hof is hij begonnen aan een re-integratietraject via het UWV en heeft hij stappen gezet om zijn leven meer structuur te geven. De reclassering schat de kans op herhaling inmiddels als gemiddeld in, tegenover een eerdere hoge inschatting van het risico op geweld.
Het OM wilde ook in hoger beroep een voorwaardelijk strafdeel, ditmaal met een proeftijd van twee jaar en de voorwaarden uit het nieuwste reclasseringsadvies. Het hof ziet daar geen meerwaarde meer in. De man heeft al een langdurig behandeltraject doorlopen en hoeft volgens de rechters niet opnieuw onder verplichte begeleiding te worden gesteld. Ook de maatregel voor langdurig toezicht vervalt. Verdere hulpverlening kan hij op vrijwillige basis voortzetten.
Volgens het hof is de man met de negen maanden detentie al voldoende gestraft. Daarmee vernietigt het gerechtshof het eerdere vonnis en legt het een nieuwe straf op, zonder voorwaardelijk gedeelte of aanvullende voorwaarden. De rechters constateerden ook dat de behandeling van het hoger beroep bijna drie maanden langer duurde dan de gebruikelijke termijn van twee jaar. Omdat het uitstel op verzoek van de verdediging plaatsvond, heeft dat geen gevolgen voor de straf.



















































