Bunschoten wil met de Spreidingswet naar de rechter: “Aanzienlijk vertragen of geheel tegengaan”

Bunschoten neemt geen genoegen met de Spreidingswet. De gemeenteraad laat onderzoeken of de gemeente via de rechter kan voorkomen dat er asielzoekers moeten komen, of dat in elk geval flink kan vertragen. Vier van de vijf partijen stemden donderdag in met een motie daarover, meldt RTV Utrecht.
Volgens de Spreidingswet moet Bunschoten 137 opvangplekken voor asielzoekers regelen. Concrete plannen voor een azc zijn er nog niet. Asielminister Van den Brink wil voor 19 november een plan van aanpak van de gemeente zien. Komt dat er niet, dan komt gedwongen opvang een stap dichterbij.
CAP De Dorpspartij, VVD, CDA en SGP willen dat voorkomen. In hun motie vragen ze het college te onderzoeken of gedwongen opvang via de rechter “aanzienlijk vertraagd of geheel tegengegaan” kan worden. De raad wil ook kijken of het Rijk langs juridische weg kan worden gedwongen de instroom van asielzoekers terug te dringen, asielprocedures te versnellen en “kansloze asielzoekers” sneller terug te sturen. Daarbij wil Bunschoten optrekken met andere gemeenten die net zo denken.
De ChristenUnie, de grootste partij in de raad, stemde als enige tegen. Fractievoorzitter Alma Broekmaat-Hagens vindt dat een juridisch gevecht met de landelijke overheid niet bijdraagt aan draagvlak. Volgens haar moet de gemeente zoeken naar oplossingen “die recht doen aan inwoners én aan onze wettelijke verantwoordelijkheid”.
Een tweede motie kreeg de steun van alle partijen. Daarin geeft de raad wethouder Dolf Huijgen (CAP) dertien eisen mee voor het plan van aanpak dat hij binnen twee weken moet opleveren. Bunschoten wil niet meer asielzoekers opvangen dan de wet verplicht, de opvang moet passen bij de schaal van het dorp, asielplannen mogen nooit ten koste gaan van de eigen inwoners, en het Rijk en het COA moeten alle kosten dragen.
Huijgen liet weten dat het college zich zoveel mogelijk aan die eisen gaat houden. “We zien wel wat hobbels en kanttekeningen of het allemaal uitvoerbaar is, maar de strekking is ons duidelijk.”


















































