Kabinet weigert uitleg over agressie in zorg door migrantenfamilies

Het kabinet weigert in te gaan op de vraag of agressie en geweld in de zorg vaker voorkomen bij migrantenfamilies. Dat blijkt uit antwoorden op Kamervragen van PVV-leden Maikel Boon en René Claassen. Zij stelden de vragen naar aanleiding van uitspraken van intensivist Diederik Gommers, die op televisie zei dat agressie in de zorg relatief vaak voorkomt binnen immigrantenfamilies. Volgens het kabinet zijn hierover geen cijfers beschikbaar en mogen dergelijke gegevens ook niet worden geregistreerd.
De kernvraag van de PVV-Kamerleden was eenvoudig. Herkent het kabinet zich in de uitspraak van Gommers? Het antwoord van minister Jan Anthonie Bruijn is kort en duidelijk. Hij zegt dat hij geen gegevens heeft over agressie onder specifieke bevolkingsgroepen. Daardoor kan hij de uitspraak van Gommers niet bevestigen. Ook wil het kabinet geen poging doen om alsnog inzicht te krijgen in de achtergrond van daders. Daarmee blijft de uitspraak van Gommers volgens het kabinet onbewezen.
Registratie verboden
De PVV wilde vervolgens weten welke gegevens zorginstellingen nu eigenlijk bijhouden over agressie-incidenten. Daarbij ging het expliciet om de vraag of de migratieachtergrond van daders wordt vastgelegd. Het antwoord daarop is nee. En dat mag ook niet, stelt het kabinet.
Volgens minister Bruijn is het registreren van migratieachtergrond bij agressie in de zorg in strijd met de Grondwet en met de Algemene verordening gegevensbescherming. Hij wijst op artikel 1 van de Grondwet, waarin staat dat iedereen gelijk wordt behandeld en dat discriminatie verboden is. Ook Europese regels beschermen persoonsgegevens, vooral als het gaat om etniciteit of afkomst.
Zelfs het vastleggen van nationaliteit of geboorteland kan problematisch zijn, aldus het kabinet. Dat kan namelijk indirect iets zeggen over etnische achtergrond. En juist dat maakt het volgens de wetgeving verboden.
Geen uitzonderingen
De PVV-Kamerleden vroegen of het kabinet bereid is een uitzondering te maken, zodat zorginstellingen toch structureel kunnen registreren of agressie-incidenten vaker voorkomen bij mensen met een migratieachtergrond. Dat verzoek wordt resoluut afgewezen.
Het kabinet stelt dat de wet hier geen ruimte voor biedt. Artikel 1 van de Grondwet en meerdere bepalingen uit de AVG sluiten deze vorm van registratie uit. Volgens minister Bruijn is er geen sprake van een “zwaarwegend belang” dat een uitzondering zou rechtvaardigen. Het gevolg is dat er ook in de toekomst geen cijfers zullen komen die iets zeggen over mogelijke verschillen tussen bevolkingsgroepen.
Aangifte blijft aandachtspunt
Wel erkent het kabinet dat agressie en geweld in de zorg een serieus probleem zijn. Over de vraag hoe vaak zorgverleners aangifte doen, bestaan zorgen. Minister Bruijn zegt dat werkgevers verantwoordelijk zijn voor een veilige werkomgeving. Om hen te ondersteunen zijn in 2024 en 2025 bijeenkomsten georganiseerd in alle politieregio’s.
Tijdens die bijeenkomsten kregen zorginstellingen uitleg van politie en Openbaar Ministerie over het doen van aangifte. Ook werden voorbeelden gedeeld van organisaties die hier al actief mee bezig zijn. Daarnaast werkt de beroepsorganisatie KNMG aan een handelingskader voor zorgverleners. Dat moet praktische handvatten bieden voor het omgaan met agressie. Dit kader en een bijbehorende website worden in de loop van 2026 verwacht.
Integratievraag blijft onbeantwoord
De laatste vraag van de PVV-Kamerleden raakt aan een breder maatschappelijk debat. Zij wilden weten of veelvuldige agressie door mensen met een migratieachtergrond wijst op integratieproblemen binnen bepaalde groepen. En zo ja, welke maatregelen het kabinet wil nemen om dat aan te pakken.
Ook hier blijft het antwoord beperkt. Minister Bruijn verwijst opnieuw naar het ontbreken van gegevens. Zonder cijfers kan hij geen verband leggen tussen agressie in de zorg en integratievraagstukken. Daarmee blijft deze vraag volgens het kabinet buiten beschouwing.

















































