Meeste Nederlanders willen minder talkshows op tv

Nederland kijkt graag naar talkshows, maar de rek lijkt eruit. Op de publieke omroep schuiven dagelijks dezelfde formats voorbij: een tafel, een presentator en een stoet gasten die het nieuws duiden. Dat aanbod is zo groot geworden, dat een meerderheid van de kijkers vindt dat het best minder mag. Uit een enquête van De Telegraaf blijkt dat 59 procent van de ondervraagden wil dat juist talkshows en sportpraatprogramma’s als eerste verdwijnen als er moet worden bezuinigd.
Wie op een doordeweekse dag NPO 1 aanzet, hoeft nauwelijks te zappen om van het ene praatprogramma in het andere te rollen. De ochtend start met Goedemorgen Nederland, later volgen Ongehoord Nederland en Tijd voor Max. In de avond zijn er Eva en Pauw & De Wit. En daarmee houdt het niet op. Op andere momenten zijn er programma’s als WNL op zondag, Buitenhof, Café Kockelmann, Bureau Buitenland en Dit was de week. Allemaal variaties op hetzelfde principe.
Kijkers willen minder, maar kijken wel
Opvallend is dat veel talkshows goed scoren. Dagelijks kijken ongeveer een miljoen mensen naar Eva. Pauw & De Wit haalt rond de 700.000 kijkers. WNL op zondag trekt wekelijks zo’n half miljoen mensen. Toch zegt een meerderheid dat het aanbod omlaag kan.
Volgens kijkcijferdeskundige Tina Nijkamp zit daar een verklaring achter, vertelt ze bij De Telegraaf. „Mensen antwoorden waar ze juist naar kijken. Omdat ze zelf veel talkshows zien, denken ze dat het wel minder kan.” Ze wijst erop dat andere genres minder worden genoemd. „Documentaires zien veel mensen juist niet, en dus hebben mensen niet het idee dat het er veel zijn.”
Nederland kampioen talkshows
Dat het aanbod groot is, staat volgens Nijkamp buiten kijf. „Nederland staat daar ook om bekend, in vergelijking met andere landen hebben we in Nederland veel talkshows.” Vooral de afgelopen jaren verschenen er veel nieuwe titels. Op1, De vooravond, Khalid & Sophie, Van Roosmalen & Groenteman, Bar Laat en Goedenavond Nederland volgden elkaar in hoog tempo op.
Voor Hilversum is dat goed nieuws. Veel talkshows draaien op een vast decor met een tafel en stoelen. Meubelbedrijven weten de weg naar de studio’s goed te vinden. Toch zijn talkshows volgens Nijkamp niet per se duur om te maken. De kosten zitten vooral in studio’s en techniek, niet in grote producties.
NPO verdedigt aanbod
De NPO zelf vindt dat het beeld te eenzijdig is. Een woordvoerder wijst bij De Telegraaf op de bredere taak van de publieke omroep. „Alleen de focus leggen op onze praatprogramma’s zou geen recht doen aan het brede journalistieke aanbod van de publieke omroep.” Volgens de NPO is pluriformiteit het uitgangspunt. „Verschillende geluiden en perspectieven moeten gehoord kunnen worden.”
Daarom blijven talkshows volgens de NPO een belangrijk onderdeel van de programmering. „Talkshows dragen daaraan bij, ieder vanuit een eigen invalshoek: van Ongehoord Nieuws tot Pauw & De Wit en van Goedemorgen Nederland tot Tijd voor MAX.” Of dat voor de kijker genoeg reden is om het gebabbel te blijven volgen, zal de komende jaren moeten blijken.



















































