Miljoenen slimme meters uit China leiden tot privacyzorgen

Vier miljoen slimme meters lijken op papier een logistiek project, maar in de praktijk gaat het over iets anders: macht. Wie elke kwartierstand kan uitlezen, kan niet alleen rekenen, maar ook sturen. Het debat wordt verkocht als een technische modernisering van de meterkast, terwijl het in wezen draait om een nieuwe informatiekraan achter de voordeur. In hun Pro Privacy Podcast bespreken Wesley Feijth en David Boerstra hoe met één massale uitrol energieverbruik verschuift van een privézaak naar een permanente databron. En als die meters ook nog uit China komen, wordt de vraag niet alleen wie kijkt, maar ook wie meeleest.
In het gesprek keerden Feijth en Boerstra terug naar de discussie over digitale en slimme energiemeters. Zij verwezen naar een bericht in De Telegraaf over een grote order van netbeheerders. Daarbij zouden “sensorcomponenten voor miljoenen nieuwe meters” zijn betrokken “die op afstand live kunnen worden uitgelezen.” Boerstra vatte dat scherp samen: “Dit zijn dus slimme meters.”
De podcastmakers benadrukten dat er jarenlang werd gesproken over keuzevrijheid. Volgens hen bestond er een route om wel een digitale meter te nemen, maar zonder functies voor uitlezen op afstand. In de podcast klinkt het: “Als je echt geen slimme met wilt, mag je nog wel een digitale. Die is niet op afstand uit te lezen.” Maar nu zien zij een verschuiving. “Alle meters die nu worden geplaatst zijn slimme meters en ze komen ook ook nog uit China.”
Het duo legde uit waarom herkomst in hun ogen gevoelig ligt. Het gaat volgens hen niet alleen om technologie, maar ook om vertrouwen en schaal. “Het grote probleem is dat dit een aan de staat Chinese staat gelieerd bedrijf is die dit ontwikkelt,” zei Feijth. Boerstra koppelde dat aan het verzamelen van verbruiksgegevens: “Dat we Chinese meetapparatuur achter onze voordeur plaatsen en dus China vertrouwen met alle gegevens die ons energieverbruik prijs geeft.”
Feijth en Boerstra waarschuwden in de podcast voor wat zij zien als een patroon waarbij een optie eerst openblijft en daarna verdwijnt. Ze noemden dat een fuik. “Zo gaat het met meer onderwerpen dat je telkens een fuik ingelokt wordt optie blijft even openstaan om het niet te doen en vervolgens verdwijnt die optie ook weer,” zei Feijth. Over een mogelijke verplichte plaatsing was hij uitgesproken: “Dan wordt het gevoelig, want dat krijg je er bij mij niet in.”
Volgens de podcast draait het uiteindelijk om data en wat je daaruit kunt afleiden. Boerstra zei dat energiegebruik een gedetailleerd beeld kan geven van het dagelijks leven. “Je Tesla gaat aan de stekker. Dus we kunnen tot op detailniveau jouw dagelijkse doen analyseren en weten dus ook precies wanneer ze bij jou aan de voordeur moeten komen om je even van je bed te lichten. Zo zie je dat een informatiepositie tot wapen gemaakt kan worden,” zei hij. Boerstra duo maakte daarbij een vergelijking om hun punt te verduidelijken. “Jij accepteert toch ook niet dat een netbeheerder zegt: ‘We gaan een camera bij u plaatsen aan de binnenkant…’”
Odysee offline: vragen over blokkades en rol van providers
Na het blok over slimme meters verschoof het gesprek naar Odysee. Dat platform werd door de podcastmakers eerder vaak aanbevolen als alternatief videoplatform. In de aflevering zeiden ze dat Odysee “plotsklaps” niet meer bereikbaar was. Boerstra schetste het moment: “Begin januari werd duidelijk dat Odyssey uit de lucht was.”
De podcastmakers probeerden te achterhalen wat er speelde. Boerstra zei dat hij contact zocht met KPN na het zien van een melding. Hij vertelde: “Ik heb vragen gesteld aan één van de grootste internetproviders die Nederland kent, KPN.” Hij wilde weten of er sprake was van een blokkade en op welke basis. “Ik stelde aan KPN de vraag: ‘Lieve mensen, klopt dit? Blokkeren jullie Odyssey?’”
Volgens Boerstra kwam er een kort antwoord. “Dank voor uw bericht. Wij volgen hierin de aanpak van NL Connect,” zei hij, waarbij hij aangaf dat er een link werd meegestuurd. In de podcast werd NL Connect omschreven als een koepel waarin “bijna honderd verschillende partijen” zijn verenigd. Boerstra stelde dat de organisatie niet alleen een lijst uitvoert, maar volgens hem ook zelf proactief lijsten uitbreidt op basis van wat andere EU-landen doen. “Vanwege deze behandeling is de lijst bijna achthonderd URL's groot geworden,” zei hij.
Feijth en Boerstra vonden dat providers keuzes kunnen maken. Ze noemden Freedom Internet als voorbeeld van een andere aanpak. Over dat verschil zei Feith: “Freedom Internet, een service provider, gaat daar anders mee om.” Hij stelde ook dat een provider in zijn ogen pas moet blokkeren na een duidelijke opdracht: “Als jullie willen dat we wat blokkeren, geef ons de opdracht. En de URL.”
In de podcast kwam ook een praktisch advies langs voor gebruikers die bij blokkades toch toegang willen houden. “Zorg in de tussentijd gewoon ervoor dat je kunt omgaan met een VPN,” zei Boerstra. Feijth noemde een specifieke dienst: “Mullvad VPN is onze favoriet.” Daarbij werd ook gezegd: “Ook geen aandelen. Geen aandelen.”
De aflevering eindigde met een bredere boodschap over technologie, toezicht en afhankelijkheid. In de ogen van Feijth en Boerstra raken discussies over slimme meters en een offline platform aan hetzelfde punt: wie controle heeft over infrastructuur en data, kan veel invloed uitoefenen. Boerstra vatte hun uitgangspunt zo samen: “Je moet je data in de eerste plaats niet prijs geven. Dit jaar en volgend jaar is je privacy zo’n beetje het belangrijkste burgerrecht dat je nog rest.”

















































