Canada laat klimaatretoriek los en kiest voor nieuwe pijpleiding

Na jaren van stevige klimaatretoriek zet Canada een opvallende koerswijziging in. Een nieuw akkoord tussen premier Mark Carney en de premier van Alberta, Danielle Smith, maakt de aanleg mogelijk van een pijpleiding om olie uit Alberta naar een exportterminal aan de Pacifische kust te vervoeren. Volgens energie-analist Vijay Jayaraj laat deze stap zien dat economische noodzaak het wint van het ideaal van verregaande ‘decarbonisatie’ dat Ottawa lange tijd heeft nagestreefd, schrijft hij bij American Thinker.
De overeenkomst leidde direct tot politieke gevolgen. Een liberaal parlementslid stapte op, terwijl Smith de deal verwelkomde. „Dit is een geweldige dag voor Alberta,” zei zij. De pijpleiding geldt als een belangrijk signaal dat de federale overheid ruimte maakt voor fossiele energie, ondanks eerdere beloftes om die juist af te bouwen.
Alberta vormt een kern van de Canadese economie. De energiesector van de provincie levert jaarlijks ongeveer 88 miljard dollar aan bruto binnenlands product. Dat is een kwart van de totale economische productie van Alberta. Een groot deel van dat geld stroomt via belastingen en afdrachten naar de federale overheid en andere provincies.
Wel profiteren, niet steunen
Volgens Jayaraj profiteren regio’s als Atlantisch Canada, delen van Québec en zelfs Ontario van inkomsten uit olie en gas die duizenden kilometers verderop worden gewonnen. Tegelijkertijd klinkt uit steden als Halifax en Montreal regelmatig morele kritiek op de oliezanden van Alberta.
Wat daarbij volgens hem vaak ontbreekt, is de bereidheid om afstand te doen van het geld dat diezelfde olie oplevert. Zonder die inkomsten zouden ziekenhuizen en overheidsdiensten elders in het land moeilijk overeind blijven.
Klimaatplannen bijgesteld
De financiële werkelijkheid dwong Carney tot het loslaten van verwachtingen die in eerdere beleidsstukken en klimaatbeloften waren vastgelegd. De federale overheid had jarenlang ingezet op het ontmoedigen van fossiele brandstoffen om zo het klimaat te beschermen.
Volgens Jayaraj werd daarbij voorspeld dat pijpleidingen waardeloos zouden worden en dat Alberta zijn economische betekenis zou verliezen. Het nieuwe akkoord wijst echter in de tegenovergestelde richting. Het voorziet in nieuwe infrastructuur en laat zien dat ook een klimaatgericht kabinet niet zonder olie en gas kan.
Regels versoepeld
Concreet zijn verschillende maatregelen aangepast. Het federale plafond op uitstoot door de olie- en gassector is opgeschort. De voorgestelde Clean Electricity Regulation, die de opwekking van betaalbare stroom in Alberta zou beperken, is afgezwakt. Ook deadlines voor het terugdringen van methaanuitstoot zijn verschoven tot na 2030.
Volgens Jayaraj blijven er voorwaarden bestaan die wijzen op een kritische houding tegenover fossiele brandstoffen. Toch is het algemene beeld veranderd. Ottawa lijkt weer meer ruimte te geven aan energieproductie.
Rol van publieke omroep
De Canadese publieke omroep CBC krijgt in de analyse stevige kritiek. Volgens Jayaraj heeft de omroep jarenlang milieuorganisaties gevolgd die fossiele brandstoffen vooral als moreel probleem neerzetten, en niet als economische noodzaak.
Daardoor zouden veel Canadezen zijn gaan geloven dat hun land een ernstige fout maakt door energie te produceren die wereldwijd wordt gevraagd. Volgens Jayaraj wordt daarbij vergeten dat Canadese olie en gas onder strengere milieunormen worden gewonnen dan in landen als Rusland of in het Midden-Oosten.
Energie als basis voor welvaart
Volgens Jayaraj is energieovervloed een voorwaarde voor welvaart. Landen die hun energieaanbod beperken, verarmen zichzelf. Landen die betaalbare en betrouwbare energie produceren, profiteren daar zelf van en helpen ook andere landen.
Zijn conclusie is helder: Canada moet genoeg energie produceren voor eigen gebruik en het overschot exporteren naar de wereldmarkt.
Ook landbouw profiteert
Naast energie wijst Jayaraj op een ander effect dat volgens hem vaak ontbreekt in het klimaatdebat: de landbouw. Door een warmer klimaat zijn de groeiseizoenen in grote delen van Canada langer geworden. Dat opent nieuwe mogelijkheden voor boeren.
Officiële cijfers laten zien dat de tarweproductie in 2025 met 11,2 procent steeg tot een record van 40 miljoen ton. Canola-productie nam met 13 procent toe. Gerst en haver groeiden met respectievelijk 19 en 17 procent. In totaal nam de opbrengst van belangrijke akkergewassen met 4 procent toe ten opzichte van een jaar eerder.
Voor het oogstjaar 2025-2026 wordt opnieuw een bijna recordhoogte verwacht. De productie zou 3 procent hoger liggen dan het jaar ervoor en 8 procent boven het gemiddelde van de afgelopen vijf jaar.
Historische gegevens tonen volgens Jayaraj aan dat Canadese landbouwgebieden te maken hebben met meer vorstvrije dagen en een uitbreiding van geschikte teeltzones.



















































