Aantisemitisme dringt door tot Europese klaslokalen, onthult UNESCO

Antisemitisme is geen randverschijnsel meer in het Europese onderwijs. Driekwart van de leraren in de Europese Unie zegt het zelf te hebben meegemaakt in de klas. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van UNESCO. Het gaat om een breed scala aan incidenten, van het tekenen van nazisymbolen tot Holocaustontkenning en in enkele gevallen zelfs fysiek geweld tegen Joodse leerlingen.
Volgens de enquête heeft 78 procent van de ondervraagde docenten minstens één antisemitisch incident meegemaakt tijdens het lesgeven. Bij ruim een kwart van de leraren ging het niet om een eenmalig voorval. Zij gaven aan negen keer of vaker met antisemitisme in de klas te zijn geconfronteerd.
De meest voorkomende vorm betreft nazisymboliek. Zo zegt 44 procent van de leraren dat leerlingen hakenkruizen tekenden of droegen. Ook Holocaustontkenning komt regelmatig voor. Bijna 28 procent van de docenten zegt dit expliciet te hebben gezien of gehoord in de klas.
Ook geweld komt voor
Naast verbaal en symbolisch antisemitisme zijn er ook ernstigere incidenten gemeld. Vijftien procent van de leraren zegt ooit getuige te zijn geweest van geweld tegen Joodse leerlingen, waarbij antisemitische motieven een rol speelden. Dat varieerde van bedreigingen tot fysiek geweld.
UNESCO benadrukt dat het om een zorgwekkend signaal gaat. Volgens de VN-organisatie laten de cijfers zien dat antisemitisme breder aanwezig is in de samenleving en zich ook vertaalt naar het klaslokaal.
Europees beeld, geen landenlijst
Het onderzoek is uitgevoerd onder 2.030 leraren uit 23 Europese landen. UNESCO benadrukt dat de cijfers een algemeen Europees beeld schetsen. Op basis van dit onderzoek kunnen geen conclusies worden getrokken over afzonderlijke landen. Wel wijst de organisatie erop dat de omvang van het probleem niet langer kan worden genegeerd.
Leraren voelen zich onvoldoende toegerust
Hoewel veel leraren aangeven dat zij het gesprek over antisemitisme niet uit de weg gaan, ontbreekt het vaak aan professionele ondersteuning. Zeventig procent van de docenten zegt nooit training te hebben gehad in het herkennen of aanpakken van antisemitisme.
Ook op schoolniveau schort het aan duidelijke afspraken. Slechts een minderheid van de leraren zegt dat hun school beschikt over heldere richtlijnen voor het omgaan met antisemitische incidenten. Daardoor moeten docenten vaak zelf improviseren als problemen zich voordoen.
UNESCO roept overheden en onderwijsbesturen op om hier actie op te ondernemen. Leraren moeten beter worden opgeleid om antisemitisme te herkennen, te bespreken en aan te pakken. De organisatie heeft hiervoor eigen richtlijnen ontwikkeld en stelt dat structurele training noodzakelijk is.
Volgens UNESCO is het onderwijs een cruciale plek om antisemitisme tegen te gaan. Juist omdat scholen een afspiegeling zijn van de samenleving, laten deze cijfers zien hoe diep het probleem inmiddels is doorgedrongen.





















































