EU-sancties tegen Rusland raken ook Europese burgers: kabinet verdedigt ruime bevoegdheden

Het Europese sanctieregime tegen Russische destabiliserende activiteiten kan ook EU-burgers en EU-ingezetenen treffen. Dat bevestigt minister van Buitenlandse Zaken Van Weel in antwoorden op Kamervragen van FVD-Kamerlid Gideon van Meijeren. Volgens het kabinet is dat juridisch toegestaan en noodzakelijk voor het buitenlands en veiligheidsbeleid van de Europese Unie.
Van Meijeren stelde zijn vragen naar aanleiding van berichtgeving over een nieuw sanctiekader dat niet alleen staten of buitenlandse organisaties raakt, maar ook individuele personen. Daarbij ging het om Raadsbesluit 2024/2643, dat sancties mogelijk maakt tegen mensen die volgens de EU betrokken zijn bij zogenoemde destabiliserende activiteiten van Rusland.
De minister bevestigt dat het sanctieregime niet beperkt is tot niet-Europeanen. Personen kunnen op de sanctielijst belanden ongeacht hun nationaliteit. Volgens Van Weel is dat in lijn met artikel 29 van het Verdrag betreffende de Europese Unie. Dat artikel vormt de juridische basis voor sancties binnen het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid.
Volgens de minister is bepalend of maatregelen nodig zijn om doelen van de EU te bereiken, zoals vastgelegd in artikel 21 van het verdrag. “De Unie kan, met inachtneming van de daarvoor geldende juridische kaders en waarborgen, ook sancties opleggen aan EU-burgers en -ingezetenen,” aldus Van Weel.
Geen strafbaar feit nodig
Een belangrijk punt van kritiek van Van Meijeren is dat voor sancties geen strafbaar feit nodig is. In het sanctiebesluit wordt gesproken over Foreign Information Manipulation and Interference, omschreven als een gedragspatroon dat grotendeels niet illegaal is. Toch kunnen betrokkenen te maken krijgen met reisverboden en het bevriezen van tegoeden.
De minister erkent dat gedrag niet per se strafbaar hoeft te zijn. Volgens hem zijn sancties geen strafmaatregel, maar een instrument om gedrag of beleid te beïnvloeden. “Sancties worden opgelegd om een verandering in het beleid of van de activiteiten van externe actoren teweeg te brengen, niet om personen verantwoordelijk te houden voor het plegen van strafbare feiten,” schrijft hij.
Het kabinet stelt dat deze activiteiten de democratie, rechtsstaat en veiligheid van de EU ondermijnen of bedreigen. Daarom acht het sancties gerechtvaardigd, ook als er geen sprake is van strafrechtelijke overtredingen.
Discussie over rechtsstatelijke waarborgen
Van Meijeren plaatst ook vraagtekens bij de rechtsbescherming van gesanctioneerde personen. Hij wijst op het ontbreken van voorafgaand hoor- en wederhoor, de onschuldpresumptie en toetsing door een onafhankelijke rechter.
Van Weel weerspreekt dat beeld. Volgens hem voldoen EU-sancties aan vaste juridische eisen. Personen op een sanctielijst krijgen inzage in de redenen voor hun plaatsing en mogen daarop reageren. Ook wordt de lijst regelmatig herzien.
Daarnaast kunnen betrokkenen in beroep gaan bij het Gerecht van de Europese Unie. De minister benadrukt dat sancties preventief zijn en geen strafrechtelijke vervolging vormen. “Het vermoeden van onschuld verzet zich voor alle duidelijkheid niet tegen de aanname van beperkende maatregelen,” schrijft hij.
Inhoudelijke toetsing volgens kabinet voldoende
Van Meijeren stelt dat Europese rechters doorgaans slechts marginaal toetsen. De minister is het daar niet mee eens. Volgens hem kijkt het Gerecht wel degelijk naar de feitelijke onderbouwing van sancties. Er moet voldoende bewijs zijn dat minstens één reden voor plaatsing rechtvaardigt.
Wel erkent hij dat de Raad een ruime beoordelingsvrijheid heeft, vooral bij politieke keuzes. Alleen als een sanctie duidelijk ongeschikt is voor het beoogde doel, kan deze worden vernietigd.
Journalisten en academici op sanctielijst
In december 2025 werden twaalf personen en twee organisaties aan de sanctielijst toegevoegd. Onder hen bevinden zich journalisten, wetenschappers en analisten zoals Jacques Baud en Xavier Moreau. Van Meijeren noemt dit zorgwekkend.
Volgens de minister wordt niet gekeken naar iemands beroep, maar naar de rol die iemand speelt bij destabiliserende activiteiten. Voor elke persoon wordt vooraf een dossier opgebouwd, stelt hij.
Vrijheid van meningsuiting onder druk?
De kritiek richt zich ook op de motivering van sancties. In veel gevallen gaat het om omschrijvingen als “treedt op als spreekbuis voor pro-Russische propaganda” of “promoot Kremlin-narratieven”. Van Meijeren vreest dat mensen hierdoor worden gestraft voor het uiten van een onwelgevallige mening.
Het kabinet wijst die lezing af. Volgens Van Weel zijn sancties niet gericht tegen het uiten van een mening, maar tegen activiteiten die bijdragen aan Russische destabilisatie. Wel erkent hij dat sancties de vrijheid van meningsuiting kunnen beperken. Die beperking acht hij gerechtvaardigd in het belang van vrede en veiligheid binnen de EU.
Geen bereidheid tot inperking sanctieregime
Tot slot vraagt Van Meijeren of Nederland wil pleiten voor beperking van het sanctieregime tot strafbare of gewelddadige handelingen. Ook vraagt hij om journalisten en academici zonder strafbare uitingen te ontzien.
De minister antwoordt daarop duidelijk ontkennend. “Sancties zijn bestuursrechtelijke maatregelen gericht op gedragsverandering en worden niet opgelegd ter vervolging van strafbare feiten,” schrijft hij. Volgens het kabinet is strafbaarheid geen doorslaggevend criterium. Daarmee blijft Nederland het huidige EU-sanctieregime volledig steunen, ook wanneer dit gevolgen heeft voor EU-burgers die geen strafbaar feit hebben gepleegd.




















































