Kabinet laat Turkse overheidsinvloed bij Islamitische organisatie niet onderzoeken

Het kabinet gaat geen extra stappen zetten na vermoedens over Turkse overheidsinvloed binnen de Islamitische Stichting Nederland (ISN). Die stichting speelt via moskeeën en religieuze netwerken een rol voor Turkse gemeenschappen in Nederland en komt voort uit de Turkse moskeekoepel Diyanet. De vermoedens kwamen naar voren na onderzoek van GeenStijl naar de rol van de Turkse religieus attaché Ömer Özgül bij de stichting. Volgens dat onderzoek zou Özgül een centrale rol spelen binnen ISN, terwijl de stichting eerder had beloofd geen diplomaten meer in haar bestuur toe te laten. Toch blijkt uit de beantwoording van FVD-Kamervragen over de kwestie dat ministers Berendsen en Aartsen geen reden zien voor nieuw AIVD-onderzoek of een herbeoordeling van zijn diplomatieke status.
De kwestie is gevoelig, omdat ISN al langer onderwerp is van discussie over mogelijke buitenlandse beïnvloeding. In 2020 werd met de stichting afgesproken dat een religieus attaché of een andere vertegenwoordiger met diplomatieke of consulaire status geen rol meer zou krijgen in het bestuur. Volgens het kabinet is aan die formele afspraak voldaan. In het huidige bestuur van ISN zitten volgens de ministers geen diplomatieke of consulaire functionarissen.
Kabinet houdt vast aan formele lijn
Het kabinet wil niet bevestigen dat Özgül regelmatig aanwezig is in het pand van ISN. Ook bevestigen de ministers niet dat hij met ISN-delegaties naar het buitenland reist, waaronder naar Ankara. Op die vraag antwoorden zij kort: ‘Nee. Het kabinet heeft geen inzicht in de agenda van diplomaten van andere landen.’
Daarmee blijft de vraag naar zijn feitelijke rol onbeantwoord. Het kabinet kijkt vooral naar de officiële bestuursstructuur van ISN. Over de oude situatie schrijft het kabinet dat die ‘op zijn minst de schijn wekt van een ongewenste vermenging van politiek en religie’.
Geen nieuw AIVD-onderzoek
Ook een nieuw onderzoek door de veiligheidsdiensten komt er niet. FVD vroeg of de AIVD een actueel dreigingsbeeld moet maken over Diyanet en daaraan verbonden organisaties in Nederland. Het kabinet wijst dat af en verwijst naar bestaand onderzoek.
De ministers schrijven: ‘Daar zie ik geen aanleiding toe. De AIVD, MIVD en de NCTV hebben reeds in 2025 het Dreigingsbeeld Statelijke Actoren gepubliceerd.’ Daarmee kiest het kabinet ervoor om geen apart onderzoek te laten doen naar de rol van Diyanet en organisaties die daaraan gelieerd zijn.
Diplomatieke status blijft ongemoeid
Ook tegen Özgül zelf worden geen maatregelen genomen. Zijn diplomatieke status wordt niet opnieuw beoordeeld. Volgens het kabinet mag Turkije contact houden met Turkse gemeenschappen in Nederland, zolang dat binnen de Nederlandse rechtsstaat blijft.
De ministers schrijven: ‘Het staat Turkije vrij om een diasporabeleid richting de Turkse diasporagemeenschappen in Nederland te voeren, en in dit kader relaties te onderhouden met de Islamitische Stichting Nederland, mits dit binnen de grenzen van de Nederlandse rechtstaat blijft en het de participatie van individuen in onze samenleving niet in de weg staat.’
Volgens het kabinet zijn er op dit moment geen aanwijzingen dat de activiteiten van de religieus attaché buiten die kaders vallen. Wel zegt het kabinet alert te blijven op signalen van diasporabeleid uit derde landen. Pas als die signalen de gestelde grenzen overschrijden, wil het kabinet verdere stappen nemen.
Eerdere ophef rond ISN
De zaak komt bovenop eerdere ophef rond ISN en het Kennisplatform Inclusief Samenleven (KIS). Dat platform ontvangt jaarlijks subsidie van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het kabinet benadrukt dat het ministerie geen subsidie heeft verstrekt aan ISN zelf.
Wel ontstond eerder discussie over een onderzoek van KIS naar moslimdiscriminatie in Nederland. In dat onderzoek werden zorgen over moslimdiscriminatie beschreven. Later bleek dat ISN Academie, een onderdeel van ISN, betrokken was bij de totstandkoming ervan. Na maatschappelijke ophef erkende het kabinet dat er rond het onderzoek twijfel is ontstaan over de onafhankelijkheid.


















































