OM verdubbelt aantal flitslocaties ondanks eerdere waarschuwing dat verkeersboetes te hoog zijn

De kans op een verkeersboete wordt dit jaar flink groter. Het Openbaar Ministerie wil het aantal plekken waar wordt geflitst ruim verdubbelen. Nu gaat het nog om ongeveer 650 locaties. Dat moeten er 1450 worden, meldt ANP. Daarmee kiest het OM voor meer automatische handhaving, terwijl de eigen top eerder nog waarschuwde dat verkeersboetes in Nederland te hoog zijn geworden.
Het besluit komt op een gevoelig moment. Nog geen half jaar geleden zei OM-topman Rinus Otte dat de verhouding bij verkeersboetes “scheef” is geraakt. Ook het WODC concludeerde begin dit jaar dat verkeersboetes hun oorspronkelijke doel dreigen voorbij te schieten. Volgens dat onderzoek worden boetes steeds meer een vaste inkomstenbron voor de overheid, in plaats van alleen een middel om de verkeersveiligheid te verbeteren.
Toch wil het OM nu juist veel meer camera’s en controlesystemen inzetten. Het gaat om vaste flitspalen, mobiele flitsers, trajectcontroles en zogenoemde focusflitsers. Die laatste kunnen zien of een bestuurder tijdens het rijden een telefoon vasthoudt.
Meer flitsers op meer plekken
Het Openbaar Ministerie zegt dat de uitbreiding nodig is om de verkeersveiligheid te verbeteren. Door automatische controles kunnen politiemensen volgens het OM gerichter worden ingezet op situaties waar zij echt nodig zijn.
“Door meer flitspalen en andere systemen in te zetten, kan de politie zich nog meer richten op situaties waar menselijke inzet écht meerwaarde heeft, zoals herhaaldelijke overtreders die vaak betrokken zijn bij ernstige ongevallen”, zegt Marc Pluimers van het OM.
Het OM wil gemeenten vooral helpen met flexflitsers. Dat zijn mobiele flitskasten die tijdelijk op een plek staan en daarna worden verplaatst. Op dit moment gebeurt dat meestal na ongeveer twee maanden. Het OM wil nu experimenteren met sneller wisselen van locaties. Volgens het OM moet zo worden bekeken waar de flitsers het meeste effect hebben.
Ook 30-kilometerzones in beeld
De uitbreiding hangt ook samen met de groei van 30-kilometerzones. Steeds meer gemeenten verlagen de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom van 50 naar 30 kilometer per uur. Daardoor ontstaan nieuwe plekken waar handhaving nodig is.
Het OM wil later dit jaar bovendien beginnen met een proef met trajectcontrole binnen de bebouwde kom. Daarbij wordt niet één momentopname gemaakt, maar wordt de gemiddelde snelheid over een traject gemeten. Als die proef succesvol is, kan deze vorm van controle op meer plekken worden ingevoerd.
Geluidscamera’s tegen aso-verkeer
Naast snelheid en telefoongebruik komt ook geluidsoverlast steeds meer in beeld. In Rotterdam staan sinds kort vier geavanceerde geluidscamera’s. Die meten hoeveel decibel een voertuig produceert.
De gemeente hoopt daarmee overlast door luidruchtige auto’s en motoren aan te pakken. Vooral in stedelijke gebieden is daar al langer veel ergernis over. Bewoners klagen over scheurende voertuigen, harde uitlaten en nachtelijke overlast.
De inzet van geluidscamera’s past in een bredere trend. Verkeershandhaving draait niet langer alleen om snelheid. Ook telefoongebruik, geluid en rijgedrag worden steeds vaker automatisch gecontroleerd.
Spannend contrast met eerdere kritiek
Juist daarom valt de timing op. Het OM kiest voor een forse uitbreiding van controles, terwijl zijn hoogste baas kort geleden nog stevige kritiek uitte op de hoogte van verkeersboetes.
Rinus Otte, voorzitter van het College van procureurs-generaal, zei in december bij WNL dat de verhoudingen zoek zijn geraakt. Hij wees op het verschil tussen verkeersboetes en boetes voor strafbare feiten. “De boete voor het uitdelen van een klap is lager dan voor bellen achter het stuur. Die verhouding is scheef.”
Daarmee maakte hij duidelijk dat de kritiek niet ging over handhaving op zichzelf. Het probleem zit volgens hem vooral in de hoogte van de bedragen. Een bestuurder die met een telefoon in de hand rijdt, krijgt inmiddels een boete van meer dan 400 euro. Door rood rijden kost ruim 300 euro. Voor eenvoudige mishandeling zonder letsel kan de boete in het strafrecht lager uitvallen. Volgens Otte wringt dat met het rechtsgevoel.
Boetes groeien mee met begrotingsbehoefte
Otte wees er ook op dat verkeersboetes anders tot stand komen dan strafrechtelijke boetes. Strafrechtelijke sancties vallen onder de rechter en het Openbaar Ministerie. Verkeersboetes onder de Wet Mulder worden bestuurlijk vastgesteld door de politiek.
Volgens Otte zijn verkeersboetes “historisch gezien meegegroeid met de financiële behoefte van de overheid”. Die uitspraak raakt precies aan de kritiek die het WODC enkele weken later in een groot rapport zou bevestigen. Volgens het onderzoeksinstituut zijn verkeersboetes sinds 1994 met 220 procent gestegen. De kosten van levensonderhoud stegen in dezelfde periode met ongeveer 70 procent. Dat verschil is volgens de onderzoekers moeilijk te rechtvaardigen.
WODC: geen verkapte belasting
Het WODC waarschuwde dat verkeersboetes steeds meer op een verkapte belasting beginnen te lijken. De opbrengsten worden namelijk structureel meegenomen in de rijksbegroting. Daardoor ontstaat het risico dat de overheid financieel afhankelijk wordt van boetes.
Onderzoeker Oberon Nauta formuleerde het scherp: “De wet is bedoeld om boetes efficiënt te innen en de verkeersveiligheid te verbeteren, niet om geld op te halen. Daar hebben we andere middelen voor, namelijk belastingen.”
Volgens het WODC is er sprake van “oneigenlijk gebruik van de wet” als de begrotingsopbrengst een belangrijke rol speelt bij het bepalen van boetebedragen. Dat kan het draagvlak voor verkeershandhaving aantasten.
Die waarschuwing maakt de nieuwe uitbreiding van flitslocaties politiek gevoelig. Meer flitslocaties betekenen immers vrijwel zeker meer boetes. En zolang de tarieven hoog blijven, betekent dat ook meer inkomsten.
Wet Mulder was bedoeld voor lichte overtredingen
De Wet Mulder werd in 1990 ingevoerd om lichte verkeersovertredingen snel en efficiënt af te handelen. Voor die tijd kostten kleine verkeerszaken veel tijd bij politie, OM en rechter. Met vaste tarieven en kentekenboetes moest dat eenvoudiger worden.
Dat systeem werkt nog altijd efficiënt. Jaarlijks worden ongeveer acht miljoen verkeersboetes opgelegd zonder tussenkomst van een rechter. Tegen minder dan 1 procent wordt bezwaar gemaakt. Uiteindelijk wordt 93 procent van alle boetes betaald.
Maar volgens het WODC is het systeem uit balans geraakt door de hoogte van de bedragen. Bij de invoering was de hoogste boete 150 gulden. Inmiddels kan een verkeersboete oplopen tot honderden euro’s.
Voor te laat betalen komen daar forse verhogingen bovenop. Eerst stijgt het bedrag met 50 procent. Daarna volgt nog een verdubbeling. Een boete van 250 euro kan zo uitkomen op 750 euro.






















































