Hoofddorpse school verliest zaak tegen islamitische leerling wegens weigeren gebedsruimte

Een openbare middelbare school in Hoofddorp is volgens het College voor de Rechten van de Mens te ver gegaan door een islamitische leerling geen ruimte te bieden om te bidden. De school, het Haarlemmermeer Lyceum, zou daarmee onderscheid hebben gemaakt op grond van godsdienst. De schoolleiding is het daar niet mee eens en houdt vast aan het principe van levensbeschouwelijke neutraliteit.
De zaak draait om een leerlinge met een islamitische achtergrond die tijdens schooltijd wil bidden. Zij vroeg de school om een rustige plek waar dat mogelijk is, zonder anderen tot last te zijn. De school wees dat verzoek af. Volgens de leiding is het niet de taak van een openbare school om gebedsruimtes in te richten. Dat zou juist afbreuk doen aan gelijke behandeling van alle leerlingen.
Ingrijpen tijdens het bidden
De kwestie escaleerde in april 2024. Een conrector greep toen in toen de leerlinge aan het bidden was in een open studieruimte. Volgens de school blokkeerde zij daar de doorgang voor andere leerlingen. Dat was voor de conrector reden om haar aan te spreken en het bidden te stoppen.
De leerlinge stapte daarna naar het College voor de Rechten van de Mens. Dat oordeelde dat de school het ingrijpen onvoldoende heeft onderbouwd. Daarmee is volgens het College sprake van onderscheid op basis van godsdienst, wat wettelijk verboden is.
In een toelichting schrijft het College dat ook openbare scholen aan deze regels zijn gebonden. Daarbij benadrukt het College: “Het College benadrukt dat zelfs als alleen islamitische leerlingen gebruik zouden maken van een stilteruimte om te bidden, het hier gaat om leerlingen die uitdrukking willen geven aan een godsdienstige overtuiging en dat is een fundamenteel mensenrecht.”
Neutraliteit versus religieuze ruimte
De schoolleiding ziet dat anders. Rector Brenda Stam liet via persbureau ANP weten zich niet te herkennen in de uitspraak. “Wij zijn en blijven een levensbeschouwelijk neutrale school die er voor alle leerlingen wil zijn,” stelt zij. “Vanuit die neutraliteit kiezen wij er bewust voor om geen religieuze voorzieningen in te richten voor specifieke groepen.”
Volgens de school zou een zogenoemde inclusieve stilteruimte in de praktijk vooral door islamitische leerlingen worden gebruikt. Dat past volgens de leiding niet bij het openbare karakter van de school. Neutraliteit betekent in hun ogen juist dat de school geen aparte faciliteiten aanbiedt die verbonden zijn aan religie.
De school benadrukt bovendien dat bidden niet wordt verboden. Leerlingen mogen volgens de leiding bidden zolang dit het onderwijs niet verstoort en andere leerlingen niet belemmert. Het probleem zat in dit geval volgens de school in de gekozen plek, niet in het bidden zelf.


















































