Gemeente Doetinchem zet zwaar geschut in om boerengrond te verkrijgen

De gemeente Doetinchem zet een zwaar juridisch middel in om grond in handen te krijgen. Het gaat om 42 hectare landbouwgrond bij Gaanderen. De eigenaar, een melkveehouder die wil stoppen, wil zijn bedrijf uitsluitend verkopen aan een collega-boer. De gemeente ziet dat anders en heeft daarom het zogeheten voorkeursrecht op de grond gelegd, meldt De Gelderlander.
Met dat besluit dwingt Doetinchem af dat de boer zijn grond, als hij wil verkopen, eerst aan de gemeente moet aanbieden. Volgens het college is dat nodig “in het belang van de lokale economie”. Het besluit zorgt voor stevige kritiek in de gemeenteraad en voor onrust onder omwonenden.
Gemeente wil grond voor toekomstig bedrijventerrein
De bewuste percelen liggen tussen de westkant van Gaanderen en de Rijksweg. De gemeente ziet daar ruimte voor een nieuw bedrijventerrein. Doetinchem wil doorgroeien naar zeventigduizend inwoners. Daarvoor zijn extra banen nodig, stelt het college. En dus ook extra bedrijfsgrond.
Volgens wethouder Robbert Hummelink wist de gemeente al langer dat de melkveehouder wilde stoppen. “We waren vorig jaar op de hoogte dat de melkveehouder wilde stoppen met de boerderij,” zei hij tijdens een drukbezochte raadsvergadering. De gemeente zocht daarop contact om de grond te kopen. Dat liep stuk.
“De boer en de boerin wilden de grond en het bedrijf alleen aan een andere boer verkopen. En niet aan de gemeente,” aldus Hummelink. “Daarom zat er voor ons niets anders op dan voorkeursrecht op de grond te leggen.”
Kritiek vanuit de raad: ‘Onbetrouwbaar bestuur’
Het gebruik van het voorkeursrecht leidde tot felle vragen. Raadslid Lambert van Meijeren (Forum voor Democratie) noemde het ingrijpen vergaand. “Een melkveehouder heeft op een haar na zijn boerderij verkocht en u steekt daar een stokje voor. Vindt u dat geen onbetrouwbaar bestuur?” vroeg hij.
De wethouder wees die kritiek van de hand. Volgens hem weegt het algemeen belang zwaarder dan het individuele belang van de boer. “Dit is in het belang van de lokale economie,” zei Hummelink. “Gaanderense en Doetinchemse bedrijven zijn hierbij gebaat.”
De gemeente wijst erop dat er een wachtlijst is van ongeveer vijftig bedrijven die zich in Doetinchem willen vestigen of willen uitbreiden, maar nu geen plek hebben. Hoewel bewoners verontrust reageren op de plannen vanwege verwacht landschapsverlies en verkeersdrukte, zijn bedrijven juist positief. “Dat is goed voor de toekomst van Doetinchem,” zei Jeroen Salemink, voorzitter van bedrijvenvereniging IG&D, tijdens de inspraakronde.
De gemeente wijst daarbij op een rapport uit 2023. Daarin staat dat Doetinchem tot 2040 tussen de veertig en honderdtien hectare extra bedrijfsgrond nodig heeft. Zonder uitbreiding dreigen bedrijven te vertrekken, stelt het college.




















































