Kabinet erkent groeiend antisemitisme in klaslokalen en onderzoekt extra maatregelen

Antisemitisme komt steeds vaker voor in scholen, zowel in Europa als in Nederland. Dat blijkt uit onderzoek van UNESCO en uit Nederlandse meldingscijfers. Het kabinet noemt de ontwikkeling zorgwekkend en wil onderzoeken of aanvullende maatregelen nodig zijn om Joodse leerlingen en leraren beter te beschermen.
Volgens UNESCO ziet een groot deel van de Europese leraren antisemitische incidenten in de klas. Ook in Nederland stijgt het aantal meldingen. De politie registreerde in 2024 meer antisemitische incidenten dan in eerdere jaren. Daarbij ging het geregeld om bedreigingen of geweld.
Het kabinet schrijft in de beantwoording van Kamervragen dat deze trend niet alleen internationaal zichtbaar is, maar ook nationaal. “In onze Nederlandse samenleving is antisemitisme onaanvaardbaar en goede Holocausteducatie cruciaal.” Tegelijk wijst het kabinet erop dat Nederlandse cijfers lager liggen dan de Europese gemiddelden. In een Nederlandse docentenpeiling gaf 14 procent van de leraren aan Holocaustontkenning te hebben meegemaakt, terwijl 38 procent melding maakte van bagatellisering of verdraaiing.
Verschillen tussen onderzoek en praktijkmeldingen
Ondanks signalen uit de samenleving worden relatief weinig antisemitische incidenten officieel gemeld bij de Inspectie van het Onderwijs. Het kabinet benadrukt daarom het belang van melden. “Het kabinet blijft eenieder hiertoe oproepen, zodat we hier tijdig en passend op kunnen acteren.”
Scholen zijn verplicht jaarlijks de sociale veiligheid te meten. Daarnaast moet nieuwe wetgeving ervoor zorgen dat discriminatie-incidenten beter worden geregistreerd en dat scholen hun veiligheidsbeleid vaker evalueren. Ook wordt onderzocht of specifieke groepen leerlingen, zoals Joodse leerlingen, afzonderlijk in landelijke veiligheidsmonitoren moeten worden opgenomen.
Richtlijnen en trainingen voor scholen
Om scholen te ondersteunen is eerder een landelijke handreiking ontwikkeld over het herkennen en aanpakken van antisemitische incidenten. Daarin staan voorbeelden, handelingsopties en informatie over waar incidenten gemeld kunnen worden. Organisaties zoals Stichting School & Veiligheid bieden daarnaast trainingen en e-learnings voor docenten, onder meer over het voeren van moeilijke gesprekken in de klas.
Volgens het kabinet ligt de grootste behoefte van leraren niet alleen bij kennis over de Holocaust, maar vooral bij ondersteuning in het omgaan met maatschappelijke spanningen die tijdens lessen kunnen ontstaan. Daarom worden programma’s ontwikkeld die leraren helpen om gevoelige onderwerpen op een open en veilige manier te bespreken.
Holocausteducatie en internationale samenwerking
Onderwijs over de Holocaust en het Jodendom is vastgelegd in het curriculum van zowel het basis- als voortgezet onderwijs. Daarnaast loopt het Nationaal Plan Versterking Holocausteducatie, met onder meer de campagne “Leer over de Holocaust”. Het kabinet wil dat lesmateriaalontwikkelaars ook kennisnemen van aanbevelingen uit het UNESCO-rapport, al blijft de overheid terughoudend in directe sturing van lesmethodes.
Internationaal werkt Nederland samen met andere EU-landen en organisaties om antisemitisme tegen te gaan. Zo organiseerde Nederland een internationale conferentie voor aanklagers uit 33 Europese landen over strafrechtelijke aanpak en grensoverschrijdende samenwerking. Ook participeert Nederland in Europese initiatieven om te voorkomen dat EU-subsidies indirect bijdragen aan antisemitisme.
Het kabinet werkt momenteel aan een actualisatie van de nationale Strategie Bestrijding Antisemitisme. In dat traject worden ook de bevindingen van UNESCO meegenomen. Op basis daarvan wordt bekeken of aanvullende nationale of internationale maatregelen nodig zijn om de veiligheid en het welzijn van Joodse leerlingen en leraren verder te versterken.






















































