Von der Leyen wil nationale veto’s bij defensie en buitenlands beleid afschaffen

Tijdens de Veiligheidsconferentie van München heeft Ursula von der Leyen openlijk gepleit voor het loslaten van unanimiteit binnen de Europese Unie. Volgens haar moet Europa sneller besluiten kunnen nemen, ook op het terrein van defensie en veiligheid. Dat kan volgens haar door vaker te vertrouwen op gekwalificeerde meerderheid in plaats van nationale veto’s.
Von der Leyen zei letterlijk dat Europa ‘sneller besluiten moet nemen’ en dat dit ‘kan betekenen dat we vertrouwen op het resultaat van een gekwalificeerde meerderheid in plaats van unanimiteit’. Ze voegde daaraan toe: ‘We hoeven het Verdrag niet te veranderen. We moeten het doen met wat we hebben’. Daarmee zet zij de deur open voor het omzeilen van het vetorecht van lidstaten, zonder formele verdragswijziging.
Defensie en macht
De Commissievoorzitter koppelde dit standpunt aan een bredere visie op Europese onafhankelijkheid. Volgens haar moet Europa ‘meer onafhankelijk worden, er is geen andere keuze’. Ze benadrukte dat dit geldt voor defensie, energie, economie en technologie. Daarbij stelde ze: ‘Een onafhankelijk Europa is een sterk Europa. En een sterk Europa zorgt voor een sterkere trans-Atlantische alliantie’.
Von der Leyen wees op artikel 42 lid 7 van het EU-verdrag, de wederzijdse defensieclausule. Ze zei hierover: ‘Wederzijdse defensie is niet optioneel voor de EU. Het is een verplichting binnen ons eigen verdrag’. Om die verplichting inhoud te geven, moeten lidstaten volgens haar sneller en collectief handelen. ‘Geen enkel taboe mag onbesproken blijven’, aldus de Commissievoorzitter.
Eerdere signalen binnen EVP
De toespraak volgt kort op uitspraken binnen de Europese Volkspartij, de partij van Von der Leyen. Tijdens een besloten bijeenkomst in Zagreb pleitte EVP-voorzitter Manfred Weber voor het terugdringen van nationale veto’s. Hij sprak over ‘betere implementatie’ van het Verdrag van Lissabon, wat neerkomt op vaker stemmen met gekwalificeerde meerderheid.
Critici wijzen erop dat vooral kleine lidstaten hierdoor invloed verliezen, met name op het terrein van buitenlands beleid. Dat beleid geldt traditioneel als kern van nationale soevereiniteit.
Een belangrijke dwarsligger in dit debat is de Hongaarse premier Viktor Orbán. Zijn regering blokkeerde eerder steun aan Oekraïne. Zijn politiek directeur Balázs Orbán zei hierover: ‘Dit gaat niet over de veiligheid van Europa. Het gaat om het opleggen van een pro-oorlogsprogramma aan landen die dat weigeren’.
Met de woorden in München lijkt Von der Leyen die koers juist te bevestigen. Minder veto’s, meer centrale besluitvorming en een verdergaande defensie-integratie vormen steeds duidelijker de richting van de Europese Unie.




















































