Kabinet erkent overlast rond islamitische school, maar wijst verantwoordelijkheid af

De overlast rond het islamitische Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam-West houdt de politiek bezig. Buurtbewoners klagen al maanden over intimidatie, vernielingen en een groeiend gevoel van onveiligheid. In PVV-Kamervragen is het kabinet gevraagd om stevig in te grijpen. Uit de beantwoording blijkt echter dat het Rijk de problemen erkent, maar de aanpak vooral neerlegt bij de gemeente Amsterdam.
Staatssecretaris Koen Becking (VVD) schrijft dat de situatie rond de school hem bekend is. Hij noemt het “heel vervelend” dat omwonenden zoveel overlast ervaren. Volgens hem horen leerlingen zich niet alleen binnen de school, maar ook daarbuiten te gedragen. Ook benadrukt hij dat niet alleen leerlingen en leraren, maar ook buurtbewoners zich veilig moeten voelen in hun eigen leefomgeving.
Daarmee erkent het kabinet expliciet dat de klachten serieus zijn. Tegelijk maakt de staatssecretaris duidelijk dat zijn ministerie geen directe rol heeft bij handhaving of openbare orde.
Verantwoordelijkheid bij de gemeente
Volgens het kabinet ligt de verantwoordelijkheid voor veiligheid en handhaving bij de gemeente. Ook passende onderwijshuisvesting valt onder lokaal beleid. Het ministerie van Onderwijs zegt wel “nauw contact” te houden met de gemeente Amsterdam, maar benadrukt dat de uitvoering lokaal moet plaatsvinden.
De gemeente heeft volgens het kabinet al meerdere maatregelen genomen. Er is extra toezicht rond de school, zowel door politie als door straatcoaches. Ook zijn jongerenwerkers binnen en buiten de school actief. Daarnaast wordt de schoolleiding betrokken bij het aanspreken van leerlingen die voor overlast zorgen. Deze aanpak wordt voortgezet.
Geen harde politieke ingreep
In de Kamervragen werd aangedrongen op harde maatregelen, zoals streng straffen, het sluiten van islamitische scholen of zelfs het intrekken van nationaliteiten. Het kabinet wijst die voorstellen van de hand. De staatssecretaris stelt dat hij geen bevoegdheid heeft om scholen zonder wettelijke grondslag te sluiten. Ook strafmaatregelen zijn volgens hem aan de rechter, niet aan de politiek.
Op vragen over de islam en de plaats daarvan in Nederland blijft het kabinet formeel. De staatssecretaris verwijst naar de vrijheid van godsdienst en zegt dat die in Nederland geldt. Wel spreekt hij zijn zorgen uit over grensoverschrijdend gedrag en groepsintimidatie, omdat dit het veiligheidsgevoel van buurtbewoners aantast.
Normen en gedrag centraal
Het kabinet kiest in zijn antwoorden voor een afgebakende lijn. De problemen worden benoemd als overlast en grensoverschrijdend gedrag van scholieren. Er wordt niet gesproken over ideologie of cultuur als oorzaak. De focus ligt op gedrag, toezicht en lokale maatregelen.
Dat betekent dat bewoners die hopen op directe landelijke actie weinig nieuws krijgen. Het kabinet volgt de situatie en houdt contact met de gemeente, maar grijpt zelf niet in. De aanpak blijft praktisch en lokaal.
Voor bewoners in Bos en Lommer verandert daarmee voorlopig weinig. De klachten over intimidatie, lawaai en vernielingen blijven bestaan. Ook de spanningen rond de school blijven voelbaar. Het kabinet erkent de ernst, maar ziet geen rol voor zichzelf in een hardere aanpak.
























































