Moslimouders intimideren Brabantse handbalclub na eigen wangedrag, rechter velt oordeel

In de rechtbank in Den Bosch stonden donderdag een Brabantse handbalclub en drie islamitische moeders lijnrecht tegenover elkaar. De inzet was het royement van drie 11-jarige meisjes. Volgens de moeders zijn hun dochters weggestuurd omdat zij niet wilden douchen na trainingen en wedstrijden, iets wat zij veelal vanuit hun islamitische geloof afwijzen. PSV Handbal bestrijdt dat beeld en wijst op herhaald wangedrag van de moeders langs de lijn, dat volgens de club een veilig sportklimaat onmogelijk maakte. De zaak escaleerde verder toen een islamitische belangenorganisatie de kwestie op sociale media in verband bracht met onderdrukking en kindermisbruik.
De druk bezochte zitting kende een rommelige start. Al na vijf minuten moest de rechter ingrijpen, omdat de advocaat van de moeders de formele ontvankelijkheid niet op orde had. Dat probleem werd later hersteld, waarna de inhoudelijke behandeling alsnog begon. Die bleek stevig. PSV Handbal, bij monde van advocaat Ivo Soetens, schetste een patroon van escalaties bij wedstrijden in september en november. De moeders zouden scheidsrechters, coaches en spelers van de tegenpartij meermaals agressief hebben benaderd. Toen hun dochters de tegenpartij uitscholden met een ‘ernstige ziekte’, zouden de moeders hen eerder hebben aangemoedigd dan tegengehouden. “Dit raakt de kern van een veilig sportklimaat,” stelde Soetens.


















































