NRC prijst Europese digitale ID aan: 'Pronkstuk voor autonomie'

De krant NRC presenteert de Europese digitale identiteit als een logische en zelfs wenselijke opvolger van DigiD. In een uitgebreid vraag-en-antwoordartikel spreekt de krant over een „pronkstuk voor de Europese digitale autonomie”. Er wordt zelfs besproken of het invoeringsprecies niet kan worden versneld. Kritische kanttekeningen blijven echter grotendeels buiten beeld, terwijl deskundigen en parlementariërs juist waarschuwen voor vergaande controle en democratisch verlies.
Aanleiding voor het NRC-artikel is de mogelijke Amerikaanse overname van Solvinity, het bedrijf achter DigiD. Die overname raakt aan een gevoelig thema: digitale soevereiniteit. NRC schetst vervolgens een alternatief dat al klaar zou staan. De Europese digitale identiteit, ook wel de identiteitswallet genoemd.
Volgens Europese regels moet elke lidstaat uiterlijk in 2027 zo’n wallet aanbieden. Burgers bewaren daarin officiële gegevens, zoals een rijbewijs, diploma’s en geboortebewijzen. Met die gegevens kunnen zij zich identificeren, inloggen bij overheidsdiensten en transacties doen bij bedrijven, ook over de grens.
NRC benadrukt vooral het gemak. Studeren in het buitenland, een bankrekening openen of online leeftijd verifiëren zou eenvoudiger worden. Ook grote platforms moeten de wallet accepteren, waaronder Meta en Alphabet.
‘Pronkstuk’ volgens experts
In het NRC-artikel komen vooral experts aan het woord die positief zijn. Zo noemt hoogleraar Bart Jacobs van de Radboud Universiteit de wallet „een pronkstuk voor de Europese digitale autonomie”. De gedachte: burgers delen voortaan alleen strikt noodzakelijke gegevens, in plaats van complete paspoortkopieën.
Privacy- en ict-deskundige Brenno de Winter stelt dat een versnelde overstap naar de Europese wallet zelfs een manier kan zijn om de risico’s van de DigiD-overname te vermijden. Volgens hem kan de overheid, als zij dat echt wil, snel schakelen. Hij verwijst naar de bouw van de CoronaMelder-app, die in korte tijd werd opgetuigd.
Het optimisme overheerst. DigiD wordt omschreven als „verouderd”. De wallet als onvermijdelijke toekomst.
Wat NRC nauwelijks benoemt
Wat in het NRC-artikel vrijwel ontbreekt, is de fundamentele kritiek op het systeem zelf. Die kritiek gaat niet over techniek, maar over macht. Over de vraag wat er gebeurt als één digitale identiteit de sleutel wordt tot banken, zorg, werk, reizen en overheidsdiensten.
Die zorgen leven breed. Niet alleen bij activisten, maar ook bij artsen, juristen en wetenschappers. De Britse chirurg Ahmad Malik waarschuwde recent dat digitale ID “niet gaat over gemak of veiligheid, maar over controle”. Volgens hem vormt zo’n systeem “de fundering van een controlestructuur” waarin weigeren op termijn onmogelijk wordt.
“Eén overheidslogin leidt tot één gecentraliseerd account,” zei Malik. “Koppel dat aan banken, medische dossiers en digitaal geld, en je krijgt onbeperkte macht.”
Vrijwillig, maar voor hoe lang?
Officieel is de Europese digitale identiteit vrijwillig. Toch blijkt uit interne Nederlandse overheidsdocumenten dat die vrijwilligheid onder druk kan komen te staan. Uit Woo-stukken blijkt dat ambtenaren rekening houden met scenario’s waarin burgers de wallet nodig hebben voor toegang tot basisdiensten.
Tijdens een technische briefing in de Tweede Kamer werd zelfs erkend dat ook vaccinatiestatus onderdeel kan worden van de wallet. Burgers die weigeren, zouden daardoor uitgesloten kunnen worden bij bedrijven. Die mogelijkheid roept herinneringen op aan de coronaperiode, toen toegang tot het maatschappelijk leven afhankelijk werd van digitale bewijzen.
Politiek besluitvorming buiten beeld
Opvallend is dat het Nederlandse kabinet eerder een Kamerbrede motie tegen de Europese digitale identiteit naast zich neerlegde. Toch ging staatssecretaris Alexandra van Huffelen namens Nederland door met onderhandelingen in Brussel. Premier Mark Rutte weigerde later inhoudelijk te reflecteren op die keuze.
Tegelijkertijd houdt het ministerie van Binnenlandse Zaken tientallen documenten over de digitale identiteit geheim. Volgens het ministerie zou openheid schadelijk zijn voor internationale betrekkingen en het “goed functioneren van de Staat”. Daarmee ontbreekt publieke inzage in de afwegingen, risico’s en bezwaren die intern wel degelijk zijn besproken.























































