Duitsland verlaagt accijns op brandstof na prijsstijgingen door oorlog

De Duitse regering verlaagt de accijns op benzine en diesel tijdelijk met 17 cent per liter. De maatregel geldt voor zeker twee maanden. Daarmee wil Berlijn de stijgende brandstofprijzen dempen. Die prijzen zijn fors opgelopen door de oorlog in het Midden-Oosten. Een liter benzine kost in Duitsland momenteel gemiddeld iets meer dan 2 euro. Door de accijnsverlaging moet dat bedrag dalen. Bondskanselier Friedrich Merz noemt de ingreep een directe steun voor burgers en bedrijven. Volgens hem gaat het om een duidelijke lastenverlichting.
De maatregel levert naar verwachting een besparing op van ongeveer 1,6 miljard euro. Hoe groot de impact is op de Duitse begroting, is nog niet bekend. De plannen zijn tot stand gekomen na overleg tussen coalitiepartijen CDU en SPD, dat tot diep in de nacht doorging. In Nederland blijft een vergelijkbare maatregel voorlopig uit. Dat terwijl de brandstofprijzen ook hier sterk zijn gestegen. Sinds het begin van de oorlog zijn de prijzen met bijna 30 cent per liter toegenomen. Een liter diesel kost inmiddels rond de 2,55 euro.
Andere Europese landen, zoals Zweden, Griekenland, Spanje en Italië, hebben al eerder besloten om accijnzen tijdelijk te verlagen. Nederland kiest vooralsnog voor afwachten. Dat verschil in beleid kan gevolgen hebben voor het gedrag van automobilisten. Vooral in grensregio’s wordt verwacht dat meer Nederlanders in Duitsland gaan tanken. Dat zogeheten tanktoerisme was eerder al zichtbaar bij prijsverschillen tussen beide landen. Door de nieuwe Duitse maatregel kan dat effect opnieuw toenemen.
Om de lagere accijnsinkomsten op te vangen, verhoogt Duitsland dit jaar de belasting op tabak. Daarnaast mogen werkgevers hun werknemers een belastingvrije bonus van 1000 euro geven. Die regeling moet helpen om de stijgende kosten van levensonderhoud op te vangen. De Duitse regering kiest daarmee voor een combinatie van directe prijsverlaging en aanvullende compensatie. De focus ligt op koopkrachtbehoud in een periode van economische druk.
De stijgende brandstofprijzen hangen samen met de situatie in het Midden-Oosten. Na aanvallen van de Verenigde Staten en Israël heeft Iran de Straat van Hormuz feitelijk afgesloten. Door die zeestraat loopt normaal ongeveer 20 procent van de wereldwijde oliehandel. Sinds de blokkade varen er nauwelijks nog olietankers door het gebied. Dat heeft geleid tot een scherpe stijging van de olieprijs op de wereldmarkt. De Amerikaanse president Donald Trump kondigde aan dat ook de Verenigde Staten de doorgang voor Iran willen blokkeren, nadat onderhandelingen over een bestand zijn mislukt.



















































