Stemt Brussel straks over onze Nederlandse militairen?

Tijdens de Veiligheidsconferentie van München pleitte de Europese Commissievoorzitter Ursula von der Leyen openlijk voor het loslaten van nationale veto’s bij het Europese buitenlands beleid en defensie. Volgens haar moet de EU sneller kunnen handelen, maar daarmee raakt zij aan een gevoelig punt. Want als het vetorecht verdwijnt, verschuift de macht dan niet van nationale parlementen naar Brussel? En verliezen dan niet vooral kleinere lidstaten hun laatste rem op ingrijpende besluiten? In deze column gaat Toine Beukering in op de vraag wie straks beslist over de inzet van Nederlandse militairen als Von der Leyen haar zin krijgt.
Brussel heeft een nieuwe hobby: als democratie in de weg zit, dan moet democratie maar “handiger” worden. De discussie over het afschaffen van het vetorecht bij buitenlands beleid en defensie is daar het schoolvoorbeeld van. Het wordt verkocht als modernisering: sneller, slagvaardiger, eensgezinder. Maar onder die marketinglaag zit iets veel fundamentelers: een verschuiving van macht weg van nationale parlementen—en dus weg van de kiezer.





















































