Klimaathysterie versus realiteitszin: waarom links schreeuwt en rechts rekent

Het interessante verschil tussen mensen die pragmatisch en mensen die hysterisch met het klimaatvraagstuk omgaan is simpelweg in te delen in rechts en links. Hoe kan het toch zijn dat aan de linkerkant er over een verschrikkelijk doemscenario wordt gesproken en aan rechterzijde er met gefronste wenkbrauwen naar al dat gegil over het einde der tijden wordt gekeken? Het heeft voornamelijk met instelling te maken. En oh ja, realiteitszin.
Laten we beginnen met een kleine uitleg hoe deze scheefgroei plaats heeft gevonden. Want laten we eerlijk zijn, als het klimaat daadwerkelijk verwoestend verandert heeft politieke gezindheid geen plaats en een discussie erover al helemaal niet. Dan is het redden wat er te redden valt. En dat is gelijk iets dat bevreemdend is. Hoe kan de een denken dat we eraan kapotgaan terwijl de ander louter kijkt naar oplossingen, als die al nodig zijn. Het was GroenLinks, de oud-communistische partij, die begon over het milieu als politiek speerpunt. Dat werd al snel duurzaamheid dat langzaam veranderde in opwarming van de aarde, wat nu klimaatverandering heet. Hoe kan een partij dat zijn oorsprong vindt in het communisme opeens geven om de plantjes en de diertjes? Want als ergens daar niet naar wordt omgekeken zijn het toch wel landen als Rusland, China, Noord-Korea en het voormalige Oostblok. Vervuiling op elk niveau was daar staatsbeleid. Het heeft er mee te maken dat milieu/duurzaam/klimaat een andere route is naar hetzelfde einddoel, namelijk een linkse dictatuur. Dat wordt het watermeloen-model genoemd. Klein randje groen om een enorme rode binnenkant.






















































