Kamer krijgt geen inzage in MIVD-rapport over Nord Stream; FVD bezorgd om parlementaire controle op inlichtingendiensten

Een nieuw debat over de controle op de Nederlandse inlichtingendiensten is ontstaan na antwoorden van minister Dilan Yesilgöz van Defensie op vragen van FVD-Kamerlid Pepijn van Houwelingen. De minister bevestigt dat de Tweede Kamer geen inzage krijgt in een rapport van de MIVD over een vermeend Oekraïens plan om de Nord Stream-gaspijpleiding op te blazen.
In schriftelijke antwoorden aan de Kamer stelt de minister dat er geen uitspraken worden gedaan over inlichtingen, bronnen en samenwerking met buitenlandse diensten. Daardoor blijft ook vertrouwelijke inzage voor Kamerleden uitgesloten. De vraag of de Tweede Kamer het rapport vertrouwelijk kan inzien, wordt daarmee feitelijk ontkennend beantwoord.
Ook vertrouwelijk mag de Tweede Kamer het MIVD rapport over een vermeend Oekraïens plan om Nord Stream op te blazen niet (!) inzien.
— Pepijn van Houwelingen (@PvanHouwelingen) March 16, 2026
Daarnaast weigert de minister aan te geven of de CIVD (alias “commissie stiekem”) het rapport wel mag inzien.
Alles, maar dan ook alles, wijst er… pic.twitter.com/LOhWmBP9VT
Ook over de rol van toezichtsorganen blijft onduidelijkheid bestaan. De minister geeft geen expliciet antwoord op de vraag of de Commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CIVD) of de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) het rapport kunnen inzien. Wel stelt zij dat deze commissies in algemene zin vertrouwelijk worden geïnformeerd over het werk van de diensten. Daarnaast heeft de CTIVD toegang tot de systemen van de diensten en kan deze commissie gevraagd en ongevraagd onderzoek doen.
De minister benadrukt dat de inlichtingendiensten alleen effectief kunnen opereren binnen een zekere mate van geheimhouding. Zij schrijft: “De diensten kunnen hun wettelijke taak uitsluitend binnen een zekere mate van geheimhouding effectief uitoefenen. Uw Kamer wordt over de vertrouwelijke aspecten van de werkzaamheden van de diensten via de geëigende kanalen geïnformeerd.”
Volgens het kabinet vindt controle dus plaats via bestaande, besloten structuren. Van Houwelingen uit scherpe kritiek op deze gang van zaken. Hij stelt dat zelfs vertrouwelijke inzage niet mogelijk is en dat ook onduidelijk blijft of de zogenoemde ‘commissie stiekem’ toegang heeft tot het rapport. Volgens hem ontbreekt daarmee directe parlementaire controle op de inlichtingendiensten.


















































