Italië buitenspel gezet: Trump-band Meloni levert weinig invloed op

De oorlog rond Iran zet de positie van de Italiaanse premier Giorgia Meloni onder druk. Zij wist binnen Europa juist een sterke positie op te bouwen mede door haar claim dat zij een goede relatie had met Donald Trump en zo als brug kon fungeren tussen Washington en Europese landen. Die rol komt nu onder spanning te staan, omdat Italië niet vooraf werd geïnformeerd over de gezamenlijke aanval van de Verenigde Staten en Israël op Iran, terwijl landen als Duitsland en Frankrijk wel op de hoogte waren.
Het feit dat Rome werd buitengesloten, ondermijnt volgen experts haar positie als bemiddelaar, meldt Brussels Signal. Daarmee wordt duidelijk dat de vermeende voorkeurspositie bij Trump niet heeft geleid tot meer invloed. Italië blijkt geen centrale rol te spelen in belangrijke Amerikaanse beslissingen.
Kritiek en koerswijziging
De positie van Meloni verzwakte verder toen zij zich uitsprak tegen de aanval. In een toespraak op 11 maart in het Italiaanse parlement nam zij afstand van de militaire actie. Daarmee week zij af van de lijn van Washington.
Ze stelde dat bepaalde acties in strijd waren met het internationaal recht. Daarbij verwees zij naar een luchtaanval op een school in Minab, waarbij tientallen burgers omkwamen. Meloni noemde die aanval ‘buiten de grenzen van het internationaal recht’.
Met deze uitspraak sloot zij zich aan bij een bredere Europese houding. Meerdere Europese leiders hebben kritiek geuit op het optreden van de Verenigde Staten. Daarmee groeit de afstand tussen Europa en Washington.
Band met Trump onder druk
De nauwe relatie tussen Meloni en Trump werd lange tijd gezien als een politiek voordeel. Analisten stellen nu dat dit juist een risico wordt. De oorlog in Iran is namelijk zeer impopulair in Europa.
Tegelijk blijkt dat de relatie weinig concreet oplevert. Italië werd niet betrokken bij belangrijke besluiten rond de aanval. Dat versterkt het beeld dat de band met Trump niet leidt tot meer invloed binnen het bondgenootschap.
Binnen Italië groeit ondertussen de kritiek. Stijgende energieprijzen en protesten zetten de regering onder druk. De publieke opinie keert zich steeds meer tegen de oorlog.
Binnenlandse druk neemt toe
Peilingen laten zien dat een meerderheid van de Italianen tegen de interventie is. Ongeveer 56 procent spreekt zich uit tegen de oorlog, terwijl 25 procent deze steunt. Een andere peiling laat zien dat circa 70 procent de aanvallen afwijst.
Ook over de rol van Italië zijn de meningen verdeeld. Zo vindt 48 procent dat het land neutraal moet blijven en moet bemiddelen. Daarnaast wil 29 procent dat de regering de aanval veroordeelt en oproept tot een staakt-het-vuren.
De politieke druk neemt verder toe door een aankomend referendum. Italië houdt op 22 en 23 maart een constitutioneel referendum over justitiële hervormingen. De stemming betreft een door de regering-Meloni voorgestelde hervorming die voorziet in een duidelijkere scheiding tussen de loopbanen van rechters en openbare aanklagers en in een herstructurering van de Hoge Raad voor de Rechtspraak.
Dat referendum krijgt steeds meer een bredere politieke betekenis. De combinatie van de oorlog en dalende steun kan invloed hebben op de uitslag. Daarmee dreigt het referendum uit te groeien tot een oordeel over Meloni’s leiderschap en haar buitenlandse koers.




















































