Kamer stemt in met verbod Moslimbroederschap en 'gelieerde organisaties'

Een meerderheid in de Tweede Kamer heeft ingestemd met een motie van de PVV om de Moslimbroederschap en 'gelieerde organisaties' te verbieden. Daarmee kreeg een voorstel dat eerder geen meerderheid haalde nu wel voldoende steun. De motie werd aangenomen met 76 zetels, precies het kleinst mogelijke aantal voor een meerderheid.
De PVV probeerde al meerdere keren om zo’n motie door de Kamer te krijgen. Eerder lukte dat net niet. Eind januari stemden ChristenUnie en 50PLUS nog tegen. Dit keer steunden die partijen het voorstel wel, waardoor de motie alsnog werd aangenomen.
Ook VVD, SGP, JA21, BBB, Mona Keijzer, Groep Markuszower en FVD stemden voor. De motie is ingediend door PVV’ers Geert Wilders en Maikel Boon. Door die steun kwam het voorstel precies over de streep. Daarmee is er nu formeel een Kamermeerderheid voor het verzoek aan het kabinet.
Verwijzing naar Frans rapport
De indieners verwijzen in hun motie naar een Frans overheidsrapport. Volgens hen waarschuwt dat rapport voor 'de subtiele, langetermijninfiltratie van de Moslimbroederschap, met als einddoel een islamitisch rijk gebaseerd op de sharia'. Dat citaat vormt een belangrijk onderdeel van de onderbouwing van de motie.
In het meest recente dreigingsbeeld terrorisme van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid wordt de Moslimbroederschap niet genoemd. Dat maakt de discussie over de motie politiek gevoelig. Voorstanders wijzen op buitenlandse waarschuwingen, terwijl andere partijen juist kijken naar Nederlandse veiligheidsanalyses.
Kritiek vanuit CDA
Voor de stemmingen gaf CDA-Kamerlid Tijs van den Brink aan waarom zijn partij tegenstemde. Hij zei dat de Moslimbroederschap volgens de AIVD niet voorkomt als formele organisatie. Daardoor zou een verbod volgens hem niet uitvoerbaar zijn.
De stemming roept herinneringen op aan een eerdere motie over Antifa. Vorig jaar ontstond daar veel ophef over, omdat toen werd gevraagd om Antifa als terroristische organisatie aan te merken. Critici wezen er destijds ook op dat zo’n organisatie in Nederland niet als formele organisatie bestaat en het verbieden hierdoor, net als bij de Moslimbroederschap, praktisch lastig is.




















































