Britse universiteiten laten spelling los om 'inclusief te kunnen beoordelen'

Britse universiteiten liggen onder vuur vanwege hun beoordelingsbeleid. Volgens de toezichthouder Office for Students (OfS) worden taal fouten zoals spelling en grammatica soms niet meer meegewogen. Dat gebeurt volgens het onderzoek in naam van inclusiviteit. De OfS waarschuwt dat dit de kwaliteit van het onderwijs kan aantasten, meldt GB News.
De toezichthouder onderzocht het beleid van vijf instellingen. Daaruit bleek dat sommige universiteiten het taalniveau van studenten niet meer toetsen. Zij richten zich vooral op inhoud en ideeën. Volgens de OfS komt dit door een verkeerde toepassing van de gelijkheidswetgeving.
De organisatie stelt dat deze aanpak risico’s met zich meebrengt. Het kan de academische standaard verlagen en het vertrouwen in diploma’s schaden. Volgens de OfS is het negeren van taal fouten ‘niet nodig of gerechtvaardigd’.
‘Focus op ideeën, niet op grammatica’
Uit berichten blijkt dat onder meer King’s College London deze lijn volgt. Docenten kregen daar instructies om ‘focus op ideeën, niet op grammatica’ te leggen. Dit maakt deel uit van een bredere aanpassing van het beoordelingssysteem.
Interne documenten leggen nadruk op ‘gelijkheid, diversiteit en inclusie’. Medewerkers worden aangemoedigd om culturele verschillen te omarmen. Ook moeten beoordelingen ‘cultureel responsief’ zijn en ruimte geven aan taal en identiteit van studenten.
Daarnaast worden sommige essays korter gemaakt. Zo gaan opdrachten van 2.000 naar 1.300 woorden. Ook worden traditionele examens minder belangrijk en krijgen studenten meer keuze in hoe zij worden beoordeeld.
Een woordvoerder van King’s College London verdedigt de aanpak. ‘De normen bij King’s zijn nog steeds even hoog als altijd. Onze aanpak omvat nog steeds strenge examens, in combinatie met andere beoordelingsvormen die studenten helpen de praktische vaardigheden te ontwikkelen waar werkgevers naar op zoek zijn.’
Kritiek vanuit politiek en academische wereld
Niet iedereen is overtuigd van deze koers. Een anonieme docent noemde het beleid ‘bedacht door het management om hun bestaan te rechtvaardigen’. Volgens hem gaat het ook om een politiek signaal over ‘aan welke kant van de cultuuroorlog de universiteit staat’.
Ook studenten uiten hun bezorgdheid. Zij vrezen dat kortere essays hen minder goed voorbereiden op vervolgstudies en werk. Ook andere universiteiten zouden vergelijkbare keuzes maken, onder meer om bepaalde groepen studenten niet te benadelen.
De OfS waarschuwt dat dit kan leiden tot kunstmatig hogere cijfers. Oud-minister Gavin Williamson zei: ‘Het verlagen van de lat voor bepaalde groepen studenten dient niemand.’ Hij noemde het ook ‘betuttelend om minder van sommige studenten te verwachten onder het mom van hen te ondersteunen’.
Ook vanuit de academische wereld klinkt kritiek. Filosoof Edward Skidelsky stelt: ‘Deze pogingen om beoordelingen te versimpelen in naam van ‘inclusiviteit’ worden door universiteitsbestuurders doorgedrukt tegen de wil van academici en studenten zelf.’
De toezichthouder benadrukt dat inclusie en kwaliteit hand in hand kunnen gaan. Volgens de OfS moeten studenten hun ideeën ‘effectief en correct’ kunnen overbrengen. De organisatie zal de situatie blijven monitoren en sluit maatregelen niet uit.


















































