Wilhelmus onder vuur na nieuw slavernijonderzoek: ‘Nu is het Wilhelmus aan de beurt’

De discussie over het Nederlandse verleden krijgt een nieuwe wending. Nieuw onderzoek laat zien dat Adriaen Valerius, bekend als componist van het Wilhelmus, betrokken was bij de oprichting van de West-Indische Compagnie (WIC). Daarmee wordt hij door Het Parool in verband gebracht met de Nederlandse slavernij. Daarmee wordt volgens critici opnieuw een nationaal symbool in diskrediet gebracht.
De ontdekking komt uit onderzoek naar het slavernijverleden van Veere. Daarbij werd de handtekening van Valerius gevonden onder de oprichtingsakte van de Zeeuwse Kamer van de WIC uit 1624. Onderzoeker Dienke Hondius zegt daarover: ‘Ik kende Valerius vooral van de muziek. Maar hij blijkt dus ook een van de oprichters te zijn geweest van de West-Indische Compagnie, en daarmee van de Nederlandse betrokkenheid in de eeuwen daarna bij slavenhandel en slavernij.’
Valerius was in zijn tijd een invloedrijk man. Hij maakte deel uit van een groep bestuurders en kooplieden die geld investeerden in de WIC. Volgens Hondius was hij ‘een rijk man met meerdere huizen en lidmaatschap van de vroedschap en schepenen’. Daarmee had hij een duidelijke positie binnen het bestuur van Veere.
Rol in slavernijverleden opnieuw belicht
De West-Indische Compagnie speelde een belangrijke rol in de handel overzee. De organisatie was actief in handel en scheepvaart en droeg bij aan de economische ontwikkeling van steden zoals Veere en Middelburg. De onderneming speelde een daarmee een belangrijke rol in de internationale handel en versterkte de positie van de Republiek op zee. Via handelsroutes werden goederen zoals suiker, tabak en goud naar Europa gebracht. Daarmee droeg de WIC bij aan de groei en invloed van Nederlandse steden en de ontwikkeling van de economie in die periode.
De WIC vervoerde naast goederen ook slaven. De organisatie was daarbij actief in gebieden zoals Afrika, Zuid-Amerika en het Caribisch gebied. Volgens het onderzoek was Valerius nauw betrokken bij deze activiteiten. Hondius zegt: ‘Ik vind hem zelf minder onschuldig dan voorheen. Valerius was als medeoprichter van de Kamer Zeeland toch rechtstreeks betrokken bij de slavenhandel.’
Politieke en maatschappelijke reactie
De nieuwe inzichten leiden tot reacties vanuit de politiek. PVV-prominent Martin Bosma uit kritiek op de manier waarop met het verleden wordt omgegaan. Hij schrijft: ‘Eerst moet Zwarte Piet onder de bus, dan mogen we niet meer zeggen ‘Gouden Eeuw’. Daarna kan ‘blank’ niet meer. Moederdag kapot. Nu is het Wilhelmus aan de beurt.’
Bosma reageert daarmee op een recent onthulde interne taalgids van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Rechtse partijen, waaronder de PVV van Bosma, waren kritisch op het feit dat in deze taalgids voor ambtenaren woorden zoals 'blank' en 'Gouden Eeuw' als omstreden worden neergezet.
Volgens Bosma is de nieuwe kritiek op het Wilhelmus het volgende voorbeeld waarmee taal rondom de Nederlandse geschiedenis, cultuur en identiteit negatief wordt weggezet.



















































