Helft Britse jongeren wil absoluut niet vechten voor land: ‘Waarom zouden we?’

De helft van de Britse jongeren onder de dertig wil onder geen enkele omstandigheid vechten voor hun land. Dat blijkt uit een nieuwe peiling onder 2.000 jongeren tussen de 16 en 29 jaar. Het onderzoek laat ook zien dat het vertrouwen in de toekomst sterk is gedaald, meldt The Telegraph.
Waar eerder nog een meerderheid dacht het beter te krijgen dan hun ouders, is dat beeld snel veranderd. Slechts 36 procent verwacht nu een betere toekomst, tegenover 63 procent een jaar eerder. Ook voelt maar een kwart zich eerlijk behandeld door het politieke systeem.
Volgens onderzoeker Eddie Barnes is dat geen toeval. ‘Het idee dat de volgende generatie het beter zal hebben dan de vorige is decennialang een basisgedachte geweest. Onze peiling laat zien dat deze generatie daar niet langer in gelooft.’
Onvrede en onzekerheid groeien
Barnes wijst op meerdere oorzaken voor de onvrede onder jongeren. ‘Uitgesloten van de woningmarkt, vastgezet door lage lonen, belast met studieschulden en steeds meer zorgen over de opkomst van AI, voelen jongeren vandaag een groeiend gevoel van oneerlijkheid over de wereld om hen heen.’
Volgens hem is het daarom niet verrassend dat veel jongeren afhaken. ‘Het zou weinig verrassen dat 50 procent zegt dat ze onder geen enkele omstandigheid voor het land zouden vechten, of zoals veel jongeren het zouden zeggen: waarom vechten voor een land dat niet voor jou vecht?’
Ook uit andere cijfers blijkt het afnemende vertrouwen. Een eerdere peiling liet zien dat slechts 41 procent van de jongeren trots is om Brits te zijn. Dat is ongeveer de helft van het niveau van twintig jaar geleden.
Zorgen over geld en toekomst
De grootste zorgen onder jongeren liggen bij geld en werk. Financiële problemen, onzekerheid op de arbeidsmarkt en het gebrek aan betaalbare woningen staan bovenaan. Ook de invloed van kunstmatige intelligentie op banen wordt als een belangrijke bedreiging gezien.
Een 22-jarige deelnemer zegt: ‘Een groeiend sentiment onder mijn leeftijdsgenoten is waarom zouden we überhaupt proberen een sociaal contract te handhaven dat nooit voor ons zal werken in de toekomst? We zullen nooit een huis kunnen kopen of zelfs met pensioen kunnen gaan in dit tempo.’
Een 29-jarige vrouw schetst een vergelijkbaar beeld. ‘Ik ben bang voor de toekomst, dat ik geen huis kan kopen en geen gezin kan stichten.’ Daarmee benadrukt zij de onzekerheid die veel jongeren voelen.






















































