Raad van State kritisch op permanent afpakken Nederlanderschap bij terroristen

De Raad van State is kritisch op een wetsvoorstel waarmee het Nederlanderschap permanent kan worden ingetrokken van meerderjarige Nederlanders die zich in het buitenland aansluiten bij een terroristische organisatie zoals Islamitische Staat (IS). Die bevoegdheid bestaat sinds 2017 via een tijdelijke wet. Zonder nieuwe wet vervalt de maatregel op 1 maart 2027.
Het kabinet wil voorkomen dat de bevoegdheid verdwijnt. De minister van Justitie en Veiligheid kan nu het Nederlanderschap intrekken van iemand die zich buiten het Koninkrijk aansluit bij een terroristische organisatie. Het doel is om deze personen uit het Koninkrijk te weren en zo de nationale veiligheid te beschermen.
De Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk stelde het advies op 6 mei 2026 vast. Het advies is dat het wetsvoorstel niet moet worden ingediend, tenzij het wordt aangepast. Dat geldt voor de Tweede Kamer en ook voor de Staten van Aruba, Curaçao en Sint Maarten.
Noodzaak onvoldoende uitgelegd
De Raad van State wijst erop dat intrekking van het Nederlanderschap grote gevolgen heeft. Die gevolgen zijn in beginsel onomkeerbaar. Daarom moeten er volgens het advies zware argumenten zijn om deze bevoegdheid permanent te maken.
Volgens de Afdeling blijkt uit de toelichting bij het wetsvoorstel niet goed waarom de maatregel nodig blijft. Het is volgens de Raad van State niet duidelijk waarom de nationale veiligheid niet genoeg beschermd kan worden met andere middelen. Daarbij wordt onder meer gewezen op maatregelen uit het strafrecht.
Ook mist de Raad van State uitleg over de toegevoegde waarde voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten. Het wetsvoorstel geldt namelijk ook voor die landen binnen het Koninkrijk. De regering moet de noodzaak daarom alsnog stevig onderbouwen.
Critici vrezen beperking veiligheidsmaatregel
Critici stellen dat het advies de veiligheid kan schaden. Zij vinden dat de overheid juist ruime middelen nodig heeft tegen mensen die zich aansluiten bij terroristische organisaties. Volgens hen moet het mogelijk blijven om zulke personen buiten het Koninkrijk te houden.
Ook wijzen zij erop dat opnieuw een maatregel wordt beperkt die raakt aan migratie, grenzen en nationale veiligheid. In hun ogen past dat in een bredere ontwikkeling waarbij de overheid minder hard kan optreden tegen mensen die een risico vormen. Zeker bij terrorisme vinden zij dat onverstandig.
Tijdelijke verlenging als optie
De Raad van State sluit niet uit dat de bevoegdheid blijft bestaan. Wel moet het kabinet beter uitleggen waarom dat nodig is. Als die uitleg niet sterk genoeg is, kan de regering ook kiezen voor een tijdelijke verlenging.
Die verlenging zou vijf jaar kunnen duren. In die periode kan het kabinet verder onderzoeken wat de toegevoegde waarde van de bevoegdheid is. De Raad van State adviseert om die optie mee te nemen in de afweging.
Het kabinet moet nu bepalen hoe het verdergaat met het wetsvoorstel. Zonder aanpassing raadt de Raad van State indiening af. Daarmee ligt de discussie over terrorisme, nationaliteit en nationale veiligheid opnieuw open.


















































