Brabantse boeren in shock door dreigende sluiting: ‘Dit voelt als groot onrecht’

De schok bij Brabantse pluimveehouders is groot nu de provincie Noord-Brabant van plan is om de natuurvergunningen van vijf bedrijven grotendeels in te trekken. In kranten en op sociale media reageren ze verslagen op het nieuws. Volgens de ondernemers dreigt de provincie niet alleen vergunningen af te pakken, maar ook jaren familiegeschiedenis en levenswerk weg te vegen.
De zaak draait om een procedure van Mobilisation for the Environment, de milieuorganisatie van Johan Vollenbroek. MOB vroeg de provincie eerder om vergunningen van grote stikstofuitstoters in te trekken rond kwetsbare natuurgebieden zoals De Peel en de Kampina. Brabant weigerde dat aanvankelijk, maar na een gang naar de rechter ligt nu alsnog een zwaar besluit op tafel.
Als de provincie doorzet, zou dit een uitzonderlijke stap zijn. Niet eerder trok een Nederlandse provincie natuurvergunningen in van gezonde, legaal draaiende agrarische bedrijven. BBB diende daarom Kamervragen in en wil zelfs de Tweede Kamer hiervoor terugroepen van het zomerreces.
‘IJskoude mededeling’
Frank Rooijakkers kreeg vrijdag op het provinciehuis in Den Bosch te horen dat zijn vergunning grotendeels wordt ingetrokken. Tegen vakplatform Sterke Erven spreekt hij van een “ijskoude mededeling”. “Ik ben compleet verslagen”, zegt hij. “Dit voelt als een groot onrecht.”
Volgens Rooijakkers werd tijdens het gesprek nauwelijks uitgelegd waarom zijn eerder ingediende plannen niet goed genoeg zouden zijn. Hij zegt dat zijn bedrijf juist met een stevig reductieplan kwam. Op zijn vermeerderingsbedrijf lag een plan voor vier luchtwassers, goed voor 72 procent minder uitstoot.
“Daar is verder geen enkel overleg over geweest. Ik heb vanmorgen wel geprobeerd om het over die plannen te hebben, maar daar gingen de ambtenaren niet op in”, zegt Rooijakkers.
Daarna bleef volgens hem maandenlang stilte. “Wij hebben gedaan wat van ons werd gevraagd. Daarna bleef het maanden stil. En nu krijg je ineens te horen dat je vergunning grotendeels wordt ingetrokken. Dat is nauwelijks te bevatten.”
‘Ons bedrijf wordt kapotgemaakt’
Ook Elleke van den Berg, docent en partner van een pluimveehouder, reageert emotioneel. Zij schrijft op LinkedIn dat haar partner één van de boeren is die afgelopen vrijdag te horen kreeg dat de vergunningen worden ingetrokken.
“We zijn boos, heel boos - maar ook ontzettend verdrietig”, schrijft zij. “Het levenswerk van mijn schoonouders dat met veel liefde werd voortgezet door mijn partner, wordt in één klap weggevaagd.”
Volgens Van den Berg kreeg het bedrijf te horen dat 85 procent van de vergunning wordt ingetrokken. Voor de resterende 15 procent zouden bovendien geen landbouwhuisdieren meer mogen worden gehouden. In de praktijk betekent dat volgens haar het einde van het bedrijf.
“Met deze voorgenomen intrekking van 85 procent en de beperking van het niet mogen houden van landbouwhuisdieren op de resterende 15 procent betekent dit dat 100 procent van het bedrijf kapot gemaakt wordt.” Juridisch mag het volgens haar dan misschien geen onteigening heten, maar praktisch komt het daar wel op neer.
Rechter wilde juist overleg
De getroffen boeren wijzen erop dat de rechtbank in april 2025 niet simpelweg opdracht gaf om vergunningen in te trekken. Volgens hen bepaalde de rechter dat provincie, MOB en boeren samen naar oplossingen moesten zoeken. Daarbij moest rekening worden gehouden met stikstofreductie, de positie van bedrijven in de keten en de menselijke gevolgen.
De ondernemers zeggen dat zij daarna plannen hebben ingediend. Volgens Van den Berg gebeurde dat in december 2025. Daarna bleef het stil. “Hoe kan je tot een oplossing komen, als ingediende plannen nooit inhoudelijk met elkaar besproken zijn?”, vraagt zij. “Hoe kan je tot een oplossing komen als je niet reageert?”
Volgens haar gebruikt de provincie de rechterlijke uitspraak nu als reden voor intrekking, terwijl zij de kern van die uitspraak juist niet uitvoert: samen zoeken naar oplossingen. “Door deze gang van zaken zien wij niet dat de provincie zich aan de uitspraak houdt, maar dat de provincie deze juist aan haar laars lapt.”
Vijf pluimveebedrijven
Het gaat om vijf pluimveebedrijven of bedrijfslocaties rond de Peel en de Kampina. Tijdens eerdere zittingen richtte MOB zich onder meer op Van de Laar Pluimvee in Oirschot, Turkeys Hill in Moergestel, een locatie van Rooijakkers in Helenaveen, Van den Boomen in Neerkant en Van Lierop in Asten-Heusden.
Joris van Lierop spreekt bij Brabants Dagblad van “een bizarre situatie”. Volgens hem dienden de bedrijven in november plannen in om de stikstofuitstoot fors te verminderen. Daarna hoorden zij acht maanden niets. “En nu krijgen we ineens het bericht dat ze de intentie hebben om onze vergunning in te trekken; veertig jaar levenswerk van mijn ouders. Als dit geen onbehoorlijk bestuur is.”
Provincie: rechterlijke uitspraak uitvoeren
De provincie Noord-Brabant stelt dat zij handelt op basis van de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant. Volgens het provinciebestuur moeten passende maatregelen worden getroffen voor de betrokken bedrijven, tenzij binnen de gestelde termijn andere maatregelen zijn genomen of aangekondigd die binnen één jaar leiden tot een blijvende en substantiële daling van de stikstofdepositie.
Volgens de provincie is daarvan nu geen sprake. Ook de landelijke stikstofplannen van minister Jaimi van Essen bieden volgens Brabant nog onvoldoende juridische zekerheid.
Gedeputeerde Saskia Boelema schrijft aan Brabants Dagblad dat de provincie zich bewust is van de impact. “Wij realiseren ons dat dit een ingrijpend besluit is voor de betrokken ondernemers. Tegelijkertijd hebben wij als overheid de verantwoordelijkheid om rechterlijke uitspraken uit te voeren en te handelen binnen de wettelijke kaders.”
De intrekkingsprocedure start uiterlijk 1 oktober 2026 met een ontwerpbesluit. De ondernemers zouden volgens de voorgenomen besluiten 15 procent van hun stikstofruimte behouden, maar alleen voor activiteiten zonder landbouwhuisdieren.
LTO: ‘Dit raakt de rechtsstaat’
LTO Nederland reageert woedend. Voorzitter Ger Koopmans noemt het voornemen “onacceptabel” en zegt dat het de rechtsstaat raakt. “De boosheid wordt, hoe langer je erover nadenkt, alleen maar groter. Dit kan niet in een rechtsstaat.”
Volgens Koopmans worden boeren die juist meewerkten en investeerden nu afgestraft. “Deze boeren doen precies wat de overheid van hen vraagt: meebewegen, reduceren, investeren. Al maandenlang liggen er vergaande reductieplannen van de ondernemers bij de provincie die daar taal noch




















































